
Foto: No machine-readable author provided. Heron2 assumed (based on copyright claims)., CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Caryophyllaceae
Viltige hoornbloem
Cerastium tomentosum
In andere talen: Céraiste tomenteux (Français) · Snow-in-summer (English)
De viltige hoornbloem komt uit de bergen van Italië en Sicilië. Het is een lage, kruipende vaste plant met smalle, zilvergrijze, viltig behaarde blaadjes die het hele jaar blijven. In mei en juni verdwijnt het zilveren tapijt onder een massa witte sterretjes met ingekeepte kroonblaadjes, vandaar de Engelse naam ‘snow-in-summer’. Tuiniers waarderen hem omdat hij arme, droge grond, hitte en muurtjes verdraagt waar weinig anders groeit. Hij groeit wel snel: geef hem ruimte, of kies een compactere vorm zoals var. columnae.
Let op: Hij breidt zich snel uit met kruipende, wortelende stengels en kan zich ook uitzaaien. Plant hem niet in een rotstuin tussen kleine, trage planten en steek de rand elk jaar af.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,2 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | juni–juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een viltige hoornbloem?
- Groeivorm
- Kruipende, matvormende plant van 15–20 cm hoog die zich met wortelende stengels tot 60 cm en meer uitbreidt.
- Blad
- Smal lancetvormig, 1–3 cm lang, dicht bedekt met witte viltharen; zilvergrijs en wintergroen.
- Bloem
- Witte sterretjes van 1,5–2 cm met vijf diep ingekeepte kroonblaadjes, in losse trosjes boven het blad, in mei–juni.
- Vrucht
- Een klein, licht gebogen doosvruchtje als een hoorntje; daar komt de naam hoornbloem vandaan.
- Wortels
- Ondiep, met kruipende stengels die overal wortelen waar ze de grond raken.
Bloei: mei–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: juni–juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een zilvergrijs tapijt dat het hele jaar kleur geeft, ook in de winter.
- In mei en juni een witte bloemenzee die bijen en zweefvliegen lokt.
- Groeit waar weinig anders wil: arme zandgrond, tussen stenen, op muurtjes en hellingen.
- Verdraagt droogte en hitte en heeft eenmaal ingegroeid nauwelijks water nodig.
- Bedekt snel de grond en houdt zo onkruid tegen op droge, zonnige plekken.
Waar staat een viltige hoornbloem graag?
- Volle zon; in de schaduw wordt hij open en slap en bloeit hij weinig.
- Arme, goed doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot kalkrijk. Ook in grind, tussen stenen en in muurspleten.
- Droge grond: natte, zware grond in de winter doet hem rotten.
- Reken op 40–60 cm per plant. Hij breidt zich snel uit, dus houd afstand van kleine, trage rotsplanten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,2 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Dezelfde zon en droge grond; paars naast zilver en wit.
- Baardiris: Rechtopstaande bladeren en grote bloemen boven het zilveren tapijt, in mei–juni.
- Kattenkruid: Blauwe bloemen en grijs blad op dezelfde droge plek.
- Sierui: De bolronde bloemen steken mooi boven de lage mat uit.
- Vetkruid: Neemt in de nazomer de bloei over op een droge plek.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een viltige hoornbloem?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Maak de grond los en meng zware grond met grof zand of grind voor een goede afwatering. Bemest niet.
- Zet de plant even diep als in de pot, niet dieper: de stengelvoet rot snel.
- Houd 40–50 cm afstand; voor een snel gesloten tapijt reken je op 4–6 planten per m².
- Geef na het planten water en daarna de eerste weken alleen bij droogte.
- Mulch niet met schors of compost: een laagje grind rond de voet houdt de plant droog.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij lange droogte. Daarna redt hij zich; te veel water maakt hem slap en vatbaar voor rot.
- Bemesten
- Niet nodig. Op rijke grond groeit hij weliger, maar hij wordt slordig en bloeit minder.
- Terugknippen
- Na de bloei de bloeistengels en een deel van het blad kort terugknippen; zo blijft de mat dicht en zilverig.
- Inperken
- Steek in het voorjaar of na de bloei de uitlopers af die te ver gaan, voor hij buurplanten overgroeit.
- Blad ruimen
- Haal in de herfst gevallen bladeren van de mat, anders gaat hij eronder rotten.
Tip: Plant hem boven op een muurtje of langs een rand, waar hij naar beneden kan hangen: daar is hij op zijn mooist en komt hij minder in de weg van kleinere planten.
Wanneer snoei je een viltige hoornbloem?
Snoeimaanden: juni–juli.
Wanneer: Direct na de bloei, eind juni of in juli. Verder is er weinig snoeiwerk.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide stengels en de bovenste groei met een schaar of heggenschaar terug tot net boven de dichte mat.
- Zo vormt hij snel nieuw, zilvergrijs blad, blijft het tapijt compact en zaait hij zich niet uit.
- Knip in het voorjaar kale, verhoute of dode stukken weg.
- Knip uitlopers af die over paden of over andere planten groeien.
Let op: Snoei niet meer in de late herfst: de mat moet met blad de winter in.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of in september: steek met een spade een stuk met wortels van de rand van de mat en plant het elders. Dat slaagt bijna altijd.
- Stekken
- In juni–juli, na de bloei: stekjes van 5 cm van niet-bloeiende scheuten in een mengsel van zand en potgrond. Ze wortelen binnen enkele weken.
Hoe komt een viltige hoornbloem de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is vorst geen probleem.
- Natte grond is de echte vijand: kies een goed doorlatende plek, op een helling of tussen stenen.
- Het zilveren blad blijft in de winter staan, al ziet het er na een natte winter soms wat grauw uit.
- In een pot of bak: gebruik grindrijke grond en zet hem bij aanhoudende regen onder een afdak.
Ziektes en plagen
- Woekeren: Hij overgroeit snel kleine rotsplanten en loopt uit over paden. Steek elk jaar de rand af.
- Rot en kale plekken: Het midden wordt bruin en kaal, vaak na een natte winter of op zware grond. Knip dode delen weg, strooi wat grind en laat de rand weer invullen, of verjong met stekken.
- Slap en open: Te veel schaduw, water of mest. Geef hem een zonnige, arme plek en knip na de bloei terug.
- Grauwe schimmel: Grijs pluis op het blad bij nat, zacht weer of onder gevallen bladeren. Haal aangetaste delen weg en zorg voor luchtige, droge grond.
Het jaar rond
- Maart: Dode stukken wegknippen. Planten en scheuren.
- April: Planten. Uitlopers inperken.
- Mei: Bloei: witte sterretjes boven het zilveren blad.
- Juni: Bloei. Na de bloei terugknippen.
- Juli: Terugknippen als dat nog niet gebeurd is. Stekken nemen.
- Augustus: Alleen jonge planten water geven bij lange droogte.
- September: Planten en scheuren.
- Oktober: Planten. Gevallen bladeren van de mat halen.
- November: Bladeren van de mat houden.
- December: Rust; het zilveren blad blijft staan.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Cerastium komt van het Griekse ‘keras’, hoorn, naar de licht gebogen zaaddoosjes.
- De dichte, witte haartjes weerkaatsen zonlicht en remmen de verdamping: zo overleeft hij hitte en droogte.
- Hij is familie van de inheemse akkerhoornbloem, die in bermen en op droge graslanden groeit.