
Foto: Original: Raita Futo from Tokyo, Japan; this edit: User:MPF, CC BY 2.0 · bron
Boom · Cupressaceae
Sawaracipres
Chamaecyparis pisifera
In andere talen: Cyprès sawara (Français) · Sawara cypress (English)
De sawaracipres komt uit de bergbossen van Japan, waar hij een hoge boom met roodbruine, afschilferende schors is. In tuinen is hij vooral bekend door de vele tuinvormen, met zachte, vederachtige of draadvormige twijgen in groen, geel, blauwgrijs of zilverblauw. Bekende rassen zijn ‘Boulevard’, zilverblauw en zacht, ‘Filifera Aurea’ met gele draadtakken en ‘Squarrosa’ met blauwgrijs, donzig blad. De soort wordt in een tuin ongeveer 15 m hoog en 5 m breed; veel rassen blijven kleiner. Hij is groenblijvend en volledig winterhard.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
15 m
hoog, 5 m breed
| Snoeimaanden | mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 15 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een sawaracipres?
- Groeivorm
- Kegelvormige boom van 15 m bij 5 m; tuinvormen variëren van lage bollen tot kegels van 1–5 m.
- Blad
- Kleine, schubvormige blaadjes met spitse toppen aan platte, vederachtige of draadvormige twijgen; groen, geel of blauwgrijs, aan de onderkant met witte lijnen.
- Schors
- Roodbruin, in dunne stroken afschilferend.
- Kegels
- Zeer kleine, ronde kegeltjes van ongeveer 6 mm.
- Wortels
- Ondiep en vezelig: hij droogt snel uit en wil een gelijkmatig frisse grond.
Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Het hele jaar mooi: groenblijvend met zachte, vederachtige of draadvormige twijgen in groen, geel of blauwgrijs.
- Veel rassen: van een lage bol of dwergvorm tot een kegelvormige solitaire boom.
- Zeer winterhard tot ongeveer −30 °C en geschikt voor een lage haag of een border.
- Zachte textuur en kleur die goed afsteekt tegen donkergroene heesters.
- Vraagt weinig snoei, als hij op een frisse plek staat.
Waar staat een sawaracipres graag?
- Zon tot halfschaduw; gele en blauwgrijze rassen kleuren het best in de zon.
- Frisse, humusrijke, goed doorlatende grond: zand of leem; zuur tot neutraal en kalkarm.
- Gelijkmatig vochtige tot vochtige grond; hij verdraagt geen langdurige droogte, maar wel een vrij vochtige bodem, zolang er geen water blijft staan.
- Beschut tegen droge en koude wind. Reken voor de soort op 4–5 m ruimte; voor kleinere rassen 1–3 m.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 15 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Japanse esdoorn: Zachte herfstkleuren naast het fijne, vederachtige blad.
- Rododendron en Japanse azalea: Houden van dezelfde frisse, zure grond en bloeien in het voorjaar.
- Hortensia: Vochtminnende heester die ook in frisse, humusrijke grond groeit.
- Heide: Een lage plant voor zure grond, met kleur in de herfst en winter.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een sawaracipres?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of kurkdroog is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en even diep; meng er een paar scheppen compost door.
- Zet de boom even diep als in de pot, druk de grond goed aan en begraaf de stam niet.
- Geef meteen een flinke gieter water en daarna wekelijks bij droogte, de eerste twee jaar.
- Leg een laag mulch van bladcompost of schors rond de voet, zonder de stam aan te raken.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar wekelijks bij droogte, goed doorweken. Ook later bij langdurige droogte water geven: hij is gevoeliger voor droogte dan veel andere coniferen.
- Bemesten
- In maart–april een handvol organische mest of coniferenmest met weinig stikstof.
- Mulchen
- Een laag bladcompost of schors houdt de wortels koel en vochtig.
- Kalk
- Geef geen kalk of hard water; regenwater is het best, vooral voor planten in een pot.
- Potten
- Kleine rassen doen het goed in een grote pot met losse, zure potgrond; houd de grond vochtig.
Tip: Geef hem frisse, kalkarme grond en laat hem nooit uitdrogen. Snoei alleen in het jonge, groene hout: in het kale hout loopt hij niet meer uit.
Wanneer snoei je een sawaracipres?
Snoeimaanden: mei–juni.
Wanneer: Weinig nodig. Zo nodig licht bijknippen in mei–juni, in het jonge, groene hout.
Hoe:
- Knip alleen de jonge, groene twijgtoppen een klein stukje terug om de vorm of de dichtheid te houden.
- Haal dode, droge en beschadigde twijgen weg.
- Verwijder scheuten met een afwijkende kleur of groeivorm.
- Bij zachte, draadvormige rassen houd je de natuurlijke, losse vorm aan.
Let op: Snoei niet in het kale, oude hout: daar loopt hij niet meer uit. Houd altijd groen blad aan de tak.
Vermeerderen
- Stekken
- Van augustus tot oktober: neem halfhoutige stekken van 10–15 cm met een stukje oud hout (hiel), plant ze in zandige stekgrond en houd ze vochtig en vorstvrij. Wortels volgen na enkele maanden.
- Zaaien
- De soort kan uit zaad, maar rassen komen niet zuiver uit zaad. Rassen worden meestal door stekken of enten vermeerderd.
Hoe komt een sawaracipres de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in de volle grond is geen bescherming nodig.
- Zachte, kegelvormige rassen kunnen onder zware natte sneeuw uit elkaar buigen: schud de sneeuw voorzichtig van de takken.
- Water bij droge vorst op een vorstvrije dag: groenblijvende planten verdampen ook in de winter.
- In een pot: wikkel de pot in noppenfolie of jute en zet hem tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Bruine twijgen: Droogte, hitte of droge wind in voorjaar en zomer. Knip bruine twijgen weg tot in het groen, mulch en geef water bij droogte.
- Bruin binnenin: Oude, binnenste twijgen vallen in de herfst natuurlijk af. Dat is normaal; schud of borstel ze eruit en let op dat de buitenkant groen blijft.
- Wortelrot: Geel of bruin worden van hele takken in natte, zware grond met stilstaand water. Er bestaat geen kuur. Plant op een goed doorlatende plek.
- Spint: Matgrijs, vaal blad en fijn spinrag in warme, droge zomers. Spuit de takken af met water en zorg voor vocht rond de plant.
Het jaar rond
- Januari: Zware natte sneeuw voorzichtig van de takken schudden.
- Februari: Controleren op winterschade. Nog niet snoeien.
- Maart: Organische mest of coniferenmest geven.
- April: Planten. Mulchen.
- Mei: Planten. Licht bijknippen, alleen in het groene hout.
- Juni: Licht bijknippen. Water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij droogte, vooral aan jonge planten.
- Augustus: Op spint letten. Stekken nemen.
- September: Planten. Stekken nemen.
- Oktober: Planten. Mulch bijvullen.
- November: Pot beschermen tegen vorst.
- December: Rust. Bij droge vorst water geven op een vorstvrije dag.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam ‘pisifera’ betekent erwtendragend, naar de kleine, erwtgrote kegeltjes.
- Chamaecyparis betekent in het Grieks ‘lage cipres’: dit geslacht heet in het Nederlands schijncipres en is verwant aan, maar niet hetzelfde als de echte cipressen.
- Er bestaan talrijke tuinvormen, van gele draadtakken tot zilverblauwe kegels.