
Foto: 杉山宣嗣, CC BY-SA 4.0 · bron
Boom · Cupressaceae
Hinokicipres
Chamaecyparis obtusa
In andere talen: Cyprès hinoki (Français) · Hinoki cypress (English)
De hinokicipres komt uit de bergbossen van Japan, waar hij een hoge, kegelvormige boom met roodbruine, afschilferende schors is. In tuinen kom je hem vooral tegen als langzaam groeiende dwergvorm, met platte, waaiervormige en schelpvormige twijgjes in glanzend donkergroen. De soort wordt in een tuin tot ongeveer 15 m hoog en 5 m breed, de dwergvormen blijven veel kleiner. Bekende rassen zijn ‘Nana Gracilis’, donkergroen en compact, en ‘Crippsii’, een gele vorm. Hij is groenblijvend, volledig winterhard en heeft een zachte, aromatische geur.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
15 m
hoog, 5 m breed
| Snoeimaanden | mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 15 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een hinokicipres?
- Groeivorm
- Kegelvormige boom tot ongeveer 15 m hoog en 5 m breed; de vele dwergvormen blijven bol- of kegelvormig en zijn 0,5–2 m hoog.
- Blad
- Kleine schubvormige blaadjes in platte, golvende, schelpvormige twijgjes; glanzend donkergroen of geel, aan de onderkant met witte tekening.
- Schors
- Roodbruin en dun afschilferend in vezelige stroken.
- Kegels
- Kleine, ronde kegeltjes van ongeveer 1 cm doorsnee.
- Geur
- Een zachte, aromatische hars- en citrusgeur van twijgen en hout.
Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Het hele jaar mooi: groenblijvend, met schelpvormige twijgjes in glanzend groen of geel.
- Dwergvormen passen in kleine tuinen, rotstuinen, Japanse tuinen en grote potten.
- Weinig werk: hij groeit traag en hoeft nauwelijks gesnoeid te worden.
- Een rustig, sculpturaal silhouet dat goed werkt naast Japanse esdoorns en rododendrons.
- Volledig winterhard tot ongeveer −30 °C.
Waar staat een hinokicipres graag?
- Zon tot halfschaduw; vooral de gele rassen kleuren het best in de zon, maar verbranden in volle hitte.
- Frisse, humusrijke, goed doorlatende grond: zand of leem; zuur tot neutraal, kalkarm. Hij houdt niet van kalk.
- Gelijkmatig vochtige grond; hij verdraagt noch langdurige droogte noch natte voeten.
- Beschut tegen droge, koude wind, die de twijgen bruin laat worden. Reken voor de soort op 4–5 m ruimte; dwergvormen 1–2 m.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 15 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Japanse esdoorn: Zachte herfstkleuren naast het groenblijvende, schelpvormige blad.
- Rododendron en Japanse azalea: Houden van dezelfde frisse, zure grond en bloeien in het voorjaar.
- Pieris: Een groenblijvende heester met voorjaarsbloei op dezelfde zure grond.
- Hosta: Een bladplant voor de halfschaduw aan de voet van de conifeer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een hinokicipres?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of kurkdroog is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en even diep; meng er een paar scheppen compost door.
- Zet de boom even diep als in de pot en druk de grond goed aan; begraaf de stam niet.
- Geef meteen een flinke gieter water en daarna wekelijks bij droogte, de eerste twee jaar.
- Leg een laag mulch van schors of bladcompost rond de voet en zet hoge exemplaren zo nodig vast met een paal.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar wekelijks bij droogte, goed doorweken. Daarna alleen bij langdurige droogte, ook in de winter bij droge vorst.
- Bemesten
- In maart–april een handvol organische mest of speciale coniferenmest met weinig stikstof. Niet te veel: hij groeit liever langzaam.
- Mulchen
- Een laag schors of bladcompost houdt de wortels koel en vochtig en onderdrukt onkruid.
- Kalk
- Geef geen kalk of hard water; liever regenwater bij potplanten.
- Potten
- Dwergvormen doen het goed in een grote pot met losse, zure potgrond; verpot om de 3–4 jaar.
Tip: Geef hem frisse, kalkarme grond en een plek beschut tegen droge wind. Snoei alleen in het jonge, groene hout: in het oude, kale hout loopt hij niet meer uit.
Wanneer snoei je een hinokicipres?
Snoeimaanden: mei–juni.
Wanneer: Nauwelijks nodig. Zo nodig licht bijknippen in mei–juni, in het jonge, groene hout.
Hoe:
- Knip alleen de jonge, groene twijgtoppen een klein stukje terug om de vorm te houden.
- Haal dode, droge en beschadigde twijgen weg.
- Verwijder scheuten die afwijken van het ras, bijvoorbeeld een groene scheut op een gele boom.
- Laat de natuurlijke vorm staan: een bol- of kegelvorm snoei je zelden strak.
Let op: Knip nooit in het oude, kale hout: daar loopt hij niet meer uit. Houd altijd groen blad aan de tak.
Vermeerderen
- Stekken
- Van augustus tot oktober: neem halfhoutige stekken van 10–15 cm met een stukje oud hout (hiel), plant ze in zandige stekgrond en houd ze vochtig en vorstvrij. Wortels volgen na enkele maanden.
- Zaaien
- De soort kan uit zaad, maar de zaailingen groeien traag en rassen komen niet zuiver uit zaad. Rassen worden meestal door stekken of enten vermeerderd.
Hoe komt een hinokicipres de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in de volle grond is geen bescherming nodig.
- Pas geplante en jonge exemplaren beschutten tegen koude, droge wind met een scherm van jute.
- Water bij droge vorst op een vorstvrije dag: groenblijvende planten verdampen ook in de winter.
- In een pot: wikkel de pot in noppenfolie of jute en zet hem tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Bruine twijgen in voorjaar: Winterschade door droge wind of bevroren grond. Knip bruine twijgen weg tot in het groen, mulch en geef water bij droogte.
- Bruin binnenin: Oude, binnenste twijgen vallen in de herfst natuurlijk af. Dat is normaal; schud of borstel ze eruit en let op dat de buitenkant groen blijft.
- Wortelrot: Geel of bruin worden van hele takken in natte, zware grond. Er bestaat geen kuur. Plant op een goed doorlatende plek, eventueel op een verhoging.
- Spint: Matgrijs, vaal blad en fijn spinrag in warme, droge zomers. Spuit de takken af met water en zorg voor vocht rond de plant.
Het jaar rond
- Januari: Zware natte sneeuw voorzichtig van de takken schudden.
- Februari: Controleren op winterschade. Nog niet snoeien.
- Maart: Organische mest of coniferenmest geven.
- April: Planten. Mulchen.
- Mei: Planten. Licht bijknippen, alleen in het groene hout.
- Juni: Licht bijknippen. Water geven bij droogte.
- Juli: Jonge planten water geven bij droogte.
- Augustus: Op spint letten. Stekken nemen.
- September: Planten. Stekken nemen.
- Oktober: Planten. Mulch bijvullen.
- November: Pot beschermen tegen vorst.
- December: Rust. Bij droge vorst water geven op een vorstvrije dag.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In Japan wordt het geurige, lichte hout van de hinoki al eeuwenlang gebruikt voor tempels, schrijnen en badkuipen.
- De soortnaam ‘obtusa’ betekent stomp en verwijst naar de stompe topjes van de schubvormige blaadjes.
- Sommige dwergvormen groeien maar enkele centimeters per jaar en worden ook als bonsai gekweekt.