
Foto: User:Schoinard, CC BY-SA 3.0 · bron
Eenjarige plant · Cleomaceae
Kattensnor
Cleome hassleriana
In andere talen: Cléome (Français) · Spider flower (English)
Kattensnor komt uit Zuid-Amerika, van Zuidoost-Brazilië tot Argentinië, en is een van de opvallendste hoge eenjarigen. Op stevige, rechte stengels tot 1,2 m staan bolle trossen van bloemen met vier gesteelde bloemblaadjes en heel lange meeldraden, die als snorharen uitsteken. Onder de bloemen staan al snel slanke zaaddozen op lange steeltjes, terwijl de tros bovenaan blijft doorgroeien en bloeien. Hij bloeit van juli tot de vorst in roze, paars, lila en wit. Het handvormige blad is kleverig en geurt kruidig, en aan de voet van de bladstelen zitten kleine stekels.
Let op: Aan de stengels en bladstelen zitten kleine, scherpe stekels en het blad is kleverig. Draag handschoenen bij het snijden en opruimen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot 0 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
1,2 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juli–oktober
| Hoogte | 1,2 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een kattensnor?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, weinig vertakte plant van 1–1,2 m hoog en ongeveer 50 cm breed.
- Blad
- Handvormig samengesteld uit 5–7 smalle deelblaadjes, kleverig behaard, met kleine stekels aan de voet van de bladsteel.
- Bloem
- Bolle trossen van bloemen met vier gesteelde bloemblaadjes en lange, uitstekende meeldraden; de tros groeit door van juli tot oktober.
- Geur
- De bloemen geuren licht; het blad heeft bij aanraking een sterke, kruidige geur die niet iedereen lekker vindt.
- Vrucht
- Slanke, peulachtige zaaddozen op lange steeltjes, die schuin van de stengel afstaan.
Bloei: juli–oktober · Zaaien: maart–april · Planten: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Brengt hoogte en een exotische uitstraling in de border, op één zomer tijd.
- Bloeit van juli tot de eerste vorst, steeds hoger aan dezelfde stengel.
- Een goede nectarbron voor bijen en vlinders in de late zomer.
- Een opvallende snijbloem voor een grote vaas.
- Doet het uitstekend in warme, zonnige zomers.
Waar staat een kattensnor graag?
- Volle zon en een warme plek: in de schaduw groeit hij slap en bloeit hij weinig.
- Gewone, goed doorlatende tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Normaal vochtig; eens goed geworteld verdraagt hij een korte droge periode.
- Plant op 40–50 cm afstand, in groepjes van drie of meer voor het mooiste effect.
- Een plek achteraan in de border, wat uit de wind.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 1,2 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: pas buiten na de laatste nachtvorst (half mei)
Mooi samen met
- Cosmea: Een luchtige eenjarige die net zo lang bloeit.
- Zinnia: Felle kleuren op een lagere hoogte vóór de kattensnor.
- Patagonisch ijzerhard: Paarse bolletjes op lange stelen, ook een trekpleister voor vlinders.
- Dahlia: Grote bloemen in dezelfde zonnige border, tot de vorst.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kattensnor?
Planten in mei–juni.
- Zaai in maart–april binnen bij ongeveer 20 °C en bedek het zaad met een dun laagje zaaigrond. Het kiemen kan onregelmatig zijn en 1–3 weken duren.
- Verspeen de zaailingen in aparte potjes en hou ze licht en warm: bij kou groeien ze nauwelijks.
- Laat de planten in mei een week wennen buiten en plant uit na half mei, als het echt warm is.
- Plant even diep als in de pot, op 40–50 cm afstand, en druk de grond aan.
- Giet goed aan en hou de grond vochtig tot de plant doorgroeit.
Verzorgen
- Water
- Water geven bij aanhoudende droogte, vooral de eerste weken en in potten.
- Bemesten
- Compost bij het planten volstaat; te veel mest geeft lange, slappe stengels.
- Steun
- Zet op een winderige plek een stok bij de stengel; meestal staat hij zonder steun.
- Zaaddozen
- Knip de zaaddozen onderaan de tros weg als je geen zaailingen wilt; zo gaat de energie naar nieuwe bloemen.
- Handschoenen
- Draag handschoenen bij het snijden en opruimen: de stekels prikken en het blad plakt.
Tip: Plant kattensnor niet te vroeg uit: in koude grond staat hij weken stil. Wacht tot eind mei, als de grond warm is; dan groeit hij meteen door.
Wanneer snoei je een kattensnor?
Wanneer: Snoeien hoeft niet. Snijd van juli tot oktober bloemen voor de vaas en knip zo nodig zaaddozen weg.
Hoe:
- Wil je geen uitzaai, knip dan de zaaddozen weg zodra ze verschijnen.
- Snijd stengels voor de vaas als de onderste bloemen net open zijn.
- Laat in september een paar trossen uitrijpen als je zelf zaad wilt oogsten.
Let op: Draag handschoenen: aan de stengels zitten kleine, scherpe stekels.
Vermeerderen
- Zaaien
- In maart–april binnen bij 20 °C. Oogst in september–oktober zelf zaad uit rijpe, bruine zaaddozen en bewaar het droog en koel.
- Zelfuitzaai
- Op een warme, open plek zaait hij zich soms uit. De zaailingen verschijnen pas laat, in mei–juni, en bloeien dan later.
Hoe komt een kattensnor de winter door?
Winterhard tot 0 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: hij sterft bij de eerste vorst af.
- Ruim de planten na de vorst op, met handschoenen tegen de stekels.
- Zaad dat in de grond valt, overleeft soms de winter en kiemt in het late voorjaar.
Ziektes en plagen
- Trage groei: In een koud voorjaar staan jonge planten weken stil. Plant niet te vroeg uit; met warmte groeit hij snel.
- Bladluis: Op jonge toppen en knoppen. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes doen de rest.
- Slakken: Vreten aan jonge planten na het uitplanten. Raap ze ’s avonds en plant pas uit als de planten stevig zijn.
- Omwaaien: Hoge planten waaien om op een winderige plek. Een stok bij de stengel of een beschutte plek achteraan in de border helpt.
Het jaar rond
- Maart: Binnen zaaien bij 20 °C.
- April: Nog zaaien. Zaailingen verspenen en warm houden.
- Mei: Afharden. Na half mei uitplanten.
- Juni: Water geven bij droogte. Stok plaatsen op een winderige plek.
- Juli: Eerste bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
- Augustus: Volle bloei. Zaaddozen wegknippen als je geen uitzaai wilt.
- September: Bloei. Rijpe zaaddozen oogsten.
- Oktober: Laatste bloei tot de vorst. Zaad droog bewaren.
- November: Afgestorven planten opruimen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam ‘kattensnor’ komt van de lange meeldraden, die als snorharen uit de bloem steken.
- In het Engels heet hij ‘spider flower’: daar doen de lange meeldraden aan spinnenpoten denken.
- Kattensnor hoort bij een eigen familie, de Cleomaceae, die nauw verwant is aan de kruisbloemenfamilie van kool en mosterd.