
Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron
Eenjarige plant · Convolvulaceae
Driekleurige winde
Convolvulus tricolor
In andere talen: Belle-de-jour (Français) · Dwarf morning glory (English)
De driekleurige winde is een lage, struikvormige eenjarige uit het Middellandse Zeegebied, van Zuid-Europa tot Noord-Afrika. Hij vormt een los bosje van zo’n 30 cm hoog en breed, met trechtervormige bloemen in drie kleuren: een diepblauwe rand, een witte band en een gele keel. Elke bloem gaat ’s ochtends open en sluit ’s avonds, maar de plant maakt van juni tot september steeds nieuwe knoppen. Anders dan zijn familieleden de akkerwinde en de haagwinde klimt hij niet en woekert hij niet. Het bekendste ras is ‘Royal Ensign’, diep koningsblauw; er bestaan ook mengsels met roze, paars en wit. Hij is ideaal voor een zonnige rand, een rotstuin of een bak op het terras.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -2 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,3 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juni–september
| Hoogte | 0,3 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een driekleurige winde?
- Groeivorm
- Struikvormig, licht uitwaaierend bosje van 25–30 cm hoog en 30 cm breed, met vertakte stengels die soms wat gaan liggen.
- Blad
- Langwerpig tot lancetvormig, 3–7 cm, dofgroen en licht behaard, verspreid langs de stengels.
- Bloem
- Trechtervormig, 3–4 cm breed en één dag open: ’s ochtends open, ’s avonds dicht. Bij donker weer blijft ze soms gesloten.
- Kleur
- Diepblauwe rand, witte middenband en gele keel. Er bestaan ook roze, paarse en witte vormen.
- Vrucht
- Een kleine, ronde doosvrucht met enkele harde, hoekige zaden.
Bloei: juni–september · Zaaien: maart–mei · Planten: mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een uitzonderlijke kleur: diepblauwe bloemen met een witte ring en een gele keel.
- Bloeit vier maanden lang, van juni tot september.
- Bijen en andere bestuivers bezoeken de open bloemen.
- Klimt en woekert niet: een compacte plant voor de voorkant van de border, een rotstuin of een bak.
- Makkelijk ter plaatse te zaaien en tevreden met een schrale, droge grond.
- Leuk voor kinderen: je ziet de bloemen elke ochtend opengaan.
Waar staat een driekleurige winde graag?
- Volle zon: in de schaduw blijven de bloemen dicht en wordt de plant slap.
- Lichte, goed doorlatende grond: zand of leem, zuur tot kalkrijk. Een schrale grond geeft meer bloemen dan een rijke.
- Droog tot normaal vochtig; een zware, natte grond verdraagt hij slecht.
- Een warme plek, beschut tegen koude wind, zoals een rand langs het terras of de voet van een zuidmuur.
- Plant of dun uit tot 25–30 cm van elkaar.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Verdraagt lichte vorst (tot -2 °C)
Mooi samen met
- Slaapmutsje: Oranje en geel naast het diepe blauw, op dezelfde zonnige, schrale grond.
- Goudsbloem: Warm oranje als contrast, en net zo makkelijk ter plaatse te zaaien.
- Zilverschildzaad: Een lage, witte, geurende rand vooraan.
- Lavendel: Grijs blad en paarse aren op een warme, droge plek.
- Tijm: Een lage, geurende bodembedekker in een rotstuin.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een driekleurige winde?
Planten in mei.
- Week het zaad een nacht in lauw water: de harde zaadhuid wordt zacht en het zaad kiemt sneller.
- Zaai in april–mei ter plaatse, 1 cm diep, in groepjes van twee à drie zaden om de 25–30 cm.
- Wil je vroeger bloemen, zaai dan in maart–april binnen in kleine potjes, bij 15–20 °C. Zaai meteen per potje, want hij houdt niet van verplanten.
- Plant de voorgezaaide planten in mei uit, na de ijsheiligen, zonder de kluit te breken.
- Geef water na het zaaien en planten en dun daarna uit tot de sterkste zaailing per groepje overblijft.
- Maak de grond niet rijker: op rijke grond maakt hij veel blad en weinig bloemen.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan weinig nodig. Geef enkel water bij lange droogte, en in bakken als de bovenste centimeters droog zijn.
- Bemesten
- In de volle grond niet nodig. In een pot of bak elke drie à vier weken wat vloeibare mest voor bloeiende planten.
- Toppen
- Knijp bij jonge planten van 10 cm de top uit: ze vertakken dan beter en worden voller.
- Uitgebloeide bloemen
- De bloemen vallen vanzelf af. Knip in de zomer af en toe de zaaddozen weg, dan bloeit hij langer.
- Wieden
- Houd de grond rond jonge zaailingen onkruidvrij; later bedekt de plant zelf de grond.
Tip: Week het zaad een nacht in lauw water en zaai het meteen op de plek waar het moet bloeien: zo vermijd je verplanten, waar de plant niet van houdt.
Wanneer snoei je een driekleurige winde?
Wanneer: Een eenjarige die je niet echt snoeit. Toppen in juni en zaaddozen wegknippen in juli–augustus is genoeg.
Hoe:
- Knijp de top van jonge planten van 10 cm uit voor een vollere plant.
- Knip vanaf juli geregeld de groene zaaddozen weg om de bloei te verlengen; laat er op het einde van de zomer een paar rijpen voor zaad.
- Trek de plant na de eerste nachtvorst uit en zet hem op de composthoop.
Vermeerderen
- Zaad
- Oogst in september de bruine, droge zaaddozen. Bewaar het zaad koel en droog en week het voor het zaaien een nacht in water. Het kiemt in één à twee weken.
- Zelf uitzaaien
- Op een warme, schrale plek zaait hij zich soms uit. Laat de zaailingen staan of verplant ze heel jong, met een kluitje.
Hoe komt een driekleurige winde de winter door?
Winterhard tot −2 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: hij verdraagt hooguit −2 °C en sterft in de Belgische tuin bij de eerste nachtvorst.
- Kweek hem als eenjarige en zaai elk voorjaar opnieuw; overwinteren loont niet.
- Zaad dat op de grond valt, overleeft een zachte winter soms en kiemt dan in het voorjaar.
- Bewaar geoogst zaad in een papieren zakje op een koele, droge plek tot april.
Ziektes en plagen
- Slakken: Ze vreten jonge zaailingen in april–mei op. Controleer ’s avonds, raap ze weg of bescherm de zaailingen met een kraag.
- Bladluis: Groene of zwarte luizen op de toppen. Spuit ze af met water; lieveheersbeestjes en zweefvliegen ruimen ze meestal op.
- Weinig bloemen: Te veel schaduw, een te rijke grond of te veel mest. Kies een zonnige, schrale plek en bemest niet.
- Wortelrot: De plant verwelkt en vergeelt in een zware, natte grond. Zaai op een goed doorlatende plek of meng zand door de grond.
- Gesloten bloemen: Bij bewolkt weer en ’s avonds sluiten de bloemen: dat is normaal en geen ziekte.
Het jaar rond
- Maart: Binnen zaaien in kleine potjes, na een nacht weken.
- April: Binnen of ter plaatse zaaien. Zaailingen beschermen tegen slakken.
- Mei: Ter plaatse zaaien en voorgezaaide planten uitplanten na de ijsheiligen. Uitdunnen tot 25–30 cm.
- Juni: Eerste bloei. Jonge planten toppen.
- Juli: Volle bloei. Water geven bij lange droogte. Zaaddozen wegknippen.
- Augustus: Bloei. Potten en bakken geregeld water en wat mest geven.
- September: Laatste bloei. Droge zaaddozen oogsten voor volgend jaar.
- Oktober: Planten opruimen na de eerste nachtvorst.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Elke bloem leeft maar één dag: ze gaat ’s ochtends open en sluit of verwelkt ’s avonds. In het Frans heet hij daarom ‘belle-de-jour’, schoonheid van de dag, tegenover de ‘belle-de-nuit’ of nachtschone, die ’s avonds opengaat.
- Hij hoort tot hetzelfde geslacht als de akkerwinde, een hardnekkig onkruid, maar zelf klimt en woekert hij niet.
- De naam tricolor betekent ‘driekleurig’ en verwijst naar het blauw, wit en geel van de bloem.