
Foto: Radio Tonreg from Vienna, Austria, CC BY 2.0 · bron
Vaste plant · Asteraceae
Gele kamille
Cota tinctoria
In andere talen: Anthémis des teinturiers (Français) · Golden marguerite (English)
De gele kamille, vroeger Anthemis tinctoria genoemd, komt uit Europa, de Kaukasus en West-Azië, waar hij groeit op droge, stenige hellingen en in bermen. Het is een struikvormige vaste plant van zo’n 60 cm met fijn verdeeld, grijsgroen, licht aromatisch blad. Van juni tot in september staat hij vol goudgele margrietjes van 3–4 cm. Tuiniers houden van hem omdat hij zo lang bloeit, droogte aankan en bijen en vlinders lokt. Bekende rassen zijn ‘E.C. Buxton’ met citroengele bloemen en ‘Sauce Hollandaise’ met roomwitte bloemen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart en juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een gele kamille?
- Groeivorm
- Struikvormige, rechtopgaande pol van 40–60 cm hoog en ongeveer even breed.
- Blad
- Fijn geveerd, grijsgroen en aan de onderkant wat viltig; ruikt kruidig als je het kneust.
- Bloem
- Margrietachtige bloemhoofdjes van 3–4 cm met gele straalbloemen rond een goudgeel hart, alleen op stevige stelen.
- Kleur
- Goudgeel bij de soort; rassen in citroengeel, lichtgeel en roomwit.
- Levensduur
- Vaak kortlevend, maar hij houdt het jaren langer vol als je hem na de bloei terugknipt en hij in arme grond staat.
- Wortels
- Vezelig en vrij ondiep; hij woekert niet.
Bloei: juni–september · Zaaien: maart–april · Planten: maart–mei en september · Snoeien: maart en juli–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van juni tot in september, zeker als je hem na de eerste bloei terugknipt.
- Een echte bijen- en vlinderplant: de open bloemhartjes zitten vol nectar en stuifmeel.
- Droogtebestendig: ideaal voor een zonnige, schrale border, een grindtuin of een talud.
- Een goede snijbloem die lang mooi blijft in de vaas.
- Het fijne, grijsgroene blad geeft ook buiten de bloei een luchtig effect.
- De bloemen geven een gele kleurstof: een leuke plant als je zelf wol of stof wilt verven.
Waar staat een gele kamille graag?
- Volle zon: in de schaduw bloeit hij weinig en valt hij open.
- Arme tot matig voedzame, goed drainerende zand- of leemgrond; zuur, neutraal of kalkrijk maakt niet uit.
- Droog: natte voeten in de winter zijn dodelijk. Verbeter zware klei eerst met grof zand of grind.
- In rijke, vette grond wordt hij slap en kortlevend: niet bemesten.
- Plant op 40–50 cm afstand, zo’n 4–5 planten per m².
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Steppesalie: Paarsblauwe aren als contrast met het goudgeel; ook een liefhebber van droogte.
- Kattenkruid: Een zachte, blauwe wolk aan de voet, voor dezelfde zonnige, droge plek.
- Kruisdistel: Staalblauwe bloemhoofden en een stoere vorm naast de luchtige margrietjes.
- Vedergras: Wuivende, fijne halmen die de border licht en natuurlijk maken.
- Duizendblad: Platte schermen in andere kleuren, met dezelfde behoefte aan zon en droogte.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gele kamille?
Planten in maart–mei en september.
- Plant van maart tot mei of in september, op een droge dag als de grond goed bewerkbaar is.
- Maak een plantgat dubbel zo breed als de pot; in zware grond meng je er een paar handen grind of grof zand door.
- Zet de plant even diep als in de pot, niet dieper: de stengelvoet mag niet in natte grond zitten.
- Houd 40–50 cm afstand tussen de planten.
- Geef bij het planten goed water en de eerste weken bij droogte; daarna nauwelijks nog.
- Mulch eventueel met grind in plaats van compost: zo blijft de voet droog.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij langdurige droogte. Daarna redt hij zich op eigen kracht.
- Bemesten
- Niet nodig. Mest en compost maken hem slap en kortlevend.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze geregeld weg om de bloei te verlengen, of laat er een paar staan als je zaad wilt.
- Steun
- Op arme grond zelden nodig; in rijkere grond helpt een lage plantensteun of steunen buurplanten hem.
- Verjongen
- Om de 2–3 jaar scheuren of nieuwe stekken nemen houdt de plant krachtig.
Tip: Knip hem in juli of augustus, direct na de eerste bloei, terug tot op de bladrozetten: zo leeft hij jaren langer en bloeit hij vaak nog een tweede keer.
Wanneer snoei je een gele kamille?
Snoeimaanden: maart en juli–augustus.
Wanneer: Direct na de eerste bloei, in juli of augustus, knip je hem stevig terug. In maart ruim je de laatste dode stengels op.
Hoe:
- Knip alle bloeistengels terug tot net boven de bladrozetten aan de voet, op 5–10 cm.
- Zo vormt de plant nieuwe rozetten, die beter overwinteren en hem langer laten leven.
- Vaak volgt in september nog een kleinere tweede bloei.
- Haal in maart dode stengels en verdord blad weg; knip nooit diep in de levende rozetten.
Let op: Laat je hem doorbloeien tot hij uitgeput is, dan sterft hij vaak na twee of drie jaar.
Vermeerderen
- Stekken
- In april–mei of na de terugsnoei in augustus–september: neem stekjes van 5–8 cm van niet-bloeiende scheuten aan de voet en laat ze wortelen in een zanderig stekmengsel.
- Zaaien
- In maart–april binnen, op een lichte plek bij kamertemperatuur; dek het fijne zaad nauwelijks af. Rassen komen niet altijd echt uit zaad.
- Scheuren
- In het voorjaar oudere pollen scheuren en de jonge stukken van de rand opnieuw planten.
Hoe komt een gele kamille de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: kou is in België nooit het probleem.
- Natte grond in de winter is wel gevaarlijk: wortels en rozetten rotten dan weg.
- Laat de nieuwe rozetten na de terugsnoei staan: zij zorgen voor de bloei van volgend jaar.
- In een pot: gebruik een goed drainerend mengsel en zet de pot ’s winters onder een afdak, uit de regen.
Ziektes en plagen
- Openvallen: In rijke grond of in de schaduw zakt de pol open. Plant schraler en zonniger, en knip na de eerste bloei terug.
- Wegrotten in de winter: De plant is verdwenen na een natte winter. Verbeter de drainage met grind of plant op een verhoogde plek.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral laat in de zomer. Terugknippen en genoeg ruimte laten volstaat meestal.
- Bladluis: Op de stengeltoppen in het voorjaar. Meestal ruimen natuurlijke vijanden ze op; anders afspuiten met water.
Het jaar rond
- Maart: Dode stengels en verdord blad wegknippen. Planten of binnen zaaien.
- April: Planten. Binnen zaaien. Stekken nemen van jonge scheuten.
- Mei: Laatste kans om te planten. Jonge planten water geven bij droogte.
- Juni: Begin van de bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
- Juli: Volle bloei. Uitgebloeide bloemen wegknippen; na de eerste bloeigolf terugknippen.
- Augustus: Stevig terugknippen tot op de rozetten, als dat in juli nog niet gebeurde.
- September: Tweede, kleinere bloei. Planten of stekken nemen.
- Oktober: Nieuwe rozetten laten staan voor de winter.
- December: Rust. Zorg dat er geen water rond de voet blijft staan.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam tinctoria komt van het Latijnse woord voor verven: met de bloemen werden vroeger wol en stof geel geverfd.
- Botanici plaatsten hem lang in het geslacht Anthemis; daarom vind je hem in veel catalogi nog als Anthemis tinctoria.
- Hoe armer en droger de grond, hoe compacter de plant blijft en hoe langer hij leeft.