
Foto: Sten Porse, CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Rosaceae
Cotoneaster
Cotoneaster salicifolius
In andere talen: Cotonéaster à feuilles de saule (Français) · Willow-leaved cotoneaster (English)
Cotoneaster salicifolius is een grote, groenblijvende struik uit West-China en hoort bij de rozenfamilie. Hij groeit uit tot een brede struik van 3–4 m met sierlijk overhangende takken en smalle, wilgachtige bladeren, donkergroen en gerimpeld aan de bovenkant en grijsviltig aan de onderkant. In juni verschijnen schermen van kleine witte bloempjes die bijen en hommels aantrekken, gevolgd door trossen heldere, rode bessen die tot diep in de winter blijven hangen. Tuiniers gebruiken hem als losse haag, windscherm of solitair en waarderen hem omdat hij op bijna elke grond makkelijk groeit. Er bestaan ook lage, kruipende vormen zoals ‘Repens’ en ‘Herbstfeuer’, die als bodembedekker geplant worden.
Let op: De rode bessen zijn licht giftig: wie er een grotere hoeveelheid van eet, kan buikpijn krijgen, braken of diarree. Let op bij kleine kinderen, die de bessen aantrekkelijk vinden, en bij honden en katten. Vogels eten de bessen wel en verspreiden zo de zaden: zoals andere cotoneasters kan hij zich daardoor in de natuur uitzaaien, dus plant hem niet aan de rand van natuurgebied.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
4 m
hoog, 4 m breed
Bloei
juni
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 4 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni |
Herkennen
Hoe herken je een cotoneaster?
- Groeivorm
- Grote, brede struik van 3–4 m hoog en breed, met boogvormig overhangende takken.
- Blad
- Smal en lancetvormig, 4–8 cm, wilgachtig; bovenaan donkergroen en gerimpeld, onderaan grijsviltig. In strenge winters valt een deel af.
- Bloem
- Kleine, witte bloempjes in platte schermen, in juni.
- Vrucht
- Kleine, heldere rode bessen in trossen, van september tot in de winter.
- Wortels
- Sterk en vertakt: eenmaal ingegroeid verdraagt hij droogte goed.
Bloei: juni · Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een groenblijvend scherm met een sierlijke, overhangende vorm.
- Witte bloempjes in juni die vol bijen en hommels zitten.
- Rode bessen van de herfst tot in de winter: voedsel voor merels en lijsters.
- Weinig eisen: groeit in zon en halfschaduw, op zand, leem of klei.
- Geschikt als losse haag, windscherm of om een kale muur te verbergen.
Waar staat een cotoneaster graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij rijker en draagt hij meer bessen.
- Bijna elke grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, zolang ze niet lang nat staat.
- Droog tot normaal vochtig; eenmaal ingegroeid verdraagt hij droogte goed.
- Reken op 3–4 m doorsnede voor een losse struik; voor een losse haag plant je op 1–1,5 m.
- Plant hem niet vlak naast natuurgebied: vogels verspreiden de zaden.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 4 m hoog, 4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Mahonia: Groenblijvend, met gele winterbloei naast de rode bessen.
- Gelderse roos: Inheemse struik met witte bloemschermen en rode bessen voor een gemengde haag.
- Hulst: Groenblijvend en eveneens met rode winterbessen.
- Siergrassen: Luchtige pluimen voor de donkere struik in herfst en winter.
- Sneeuwklokje: Een wit tapijt onder de overhangende takken in februari.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een cotoneaster?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en maak de bodem van het gat los.
- Zet de struik even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 1–1,5 m afstand voor een haag of scherm, 3–4 m voor een losse struik.
- Geef meteen een flinke gieter water en het eerste jaar regelmatig bij droogte.
- Leg een laag compost of houtsnippers rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden nodig.
- Bemesten
- Niet nodig; een laag compost in het voorjaar volstaat. Te veel mest geeft veel blad en weinig bessen.
- Mulchen
- Houtsnippers of compost onderdrukken onkruid onder een jonge haag.
- Bessen
- Laat de bessen hangen: ze sieren de tuin en voeden vogels in de winter.
- Hygiëne
- Ontsmet je snoeischaar na het wegknippen van zieke takken, zeker bij een vermoeden van bacterievuur.
Tip: Laat hem zijn natuurlijke, overhangende vorm en snoei in maart door hele takken weg te nemen in plaats van te scheren: zo houd je zowel de bloemen als de bessen.
Wanneer snoei je een cotoneaster?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: Snoei enkel om hem in vorm te houden, in maart–april, voor de nieuwe groei begint.
Hoe:
- Haal dode, beschadigde en kruisende takken weg.
- Neem te lange takken weg tot op een zijtak of aan de basis, zodat de overhangende vorm bewaard blijft.
- Scheer hem niet in een strakke vorm: dan verdwijnen de bloemen en de bessen.
- Een oude, kale struik verjong je door elk jaar een derde van de oudste takken aan de basis weg te nemen.
Let op: Snoei je na de bloei, dan knip je de bessen van dit jaar weg.
Vermeerderen
- Halfrijpe stekken
- In juli–augustus: stekken van 10–15 cm met een hieltje, in vochtige stekgrond onder plastic. Ze wortelen meestal goed.
- Afleggen
- Vooral bij lage vormen wortelen takken soms vanzelf waar ze de grond raken. Je kunt een lage tak ook vastpinnen onder wat grond en na een jaar loskoppelen.
Hoe komt een cotoneaster de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in België is geen bescherming nodig.
- In strenge winters kan hij een deel van zijn blad verliezen; in het voorjaar loopt hij gewoon opnieuw uit.
- De bessen blijven vaak tot in januari of februari hangen, tenzij de vogels ze eerder opeten.
Ziektes en plagen
- Bacterievuur: Bloemen, bladeren en jonge scheuten verwelken plots en worden bruinzwart, alsof ze verbrand zijn; scheuttoppen buigen om als een herdersstaf. Knip aangetaste takken tot 30–50 cm in het gezonde hout weg, ontsmet je schaar na elke snede en voer het snoeisel af met het restafval.
- Bladluis: Op jonge scheuten in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en vogels ze op.
- Schildluis: Bruine bultjes op de takken en kleverig blad. Wrijf ze weg met een borstel of knip zwaar aangetaste takken weg.
- Kale onderkant: Oude struiken worden onderaan kaal. Verjong ze door oude takken aan de basis weg te nemen.
Het jaar rond
- Januari: Bessen voor de vogels. Rust.
- Maart: Vormsnoei en dode takken weghalen.
- April: Snoeien als dat nog nodig is. Planten. Compost geven.
- Mei: Planten. Letten op bladluis.
- Juni: Bloei: bijen en hommels op de bloempjes. Letten op bacterievuur.
- Juli: Halfrijpe stekken nemen.
- Augustus: Stekken nemen. Jonge planten water geven bij droogte.
- September: De bessen kleuren rood. Planten.
- Oktober: Planten.
- December: Rode bessen in de winter.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. De rode bessen van cotoneaster zijn licht giftig: de zaden bevatten stoffen die blauwzuur kunnen vrijmaken. Wie er een paar eet, merkt meestal niets, maar een grotere hoeveelheid kan buikpijn, braken en diarree geven, ook bij honden en katten. De bessen hangen van de herfst tot diep in de winter, vaak op kinderhoogte of bij de kruipende soorten vlak langs een pad, en trekken kleine kinderen aan. Leer hen dat het bessen voor de vogels zijn en pluk ze weg waar peuters spelen. Vogels eten ze wel zonder problemen en verspreiden zo de zaden. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Salicifolius betekent ‘met wilgenblad’, naar de smalle, wilgachtige bladeren.
- De naam Cotoneaster komt van het Latijnse ‘cotoneum’, kweepeer, met het achtervoegsel ‘-aster’, dat ‘lijkt op, maar niet helemaal’ betekent.
- Botanisch zijn de bessen kleine appeltjes: net als appel en peer hoort cotoneaster bij de rozenfamilie.