
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Boom · Cupressaceae
Montereycipres
Cupressus macrocarpa
In andere talen: Cyprès de Lambert (Français) · Monterey cypress (English)
De Montereycipres komt oorspronkelijk uit slechts twee kleine bosjes aan de kust van Californië, maar is wereldwijd aangeplant als windscherm. Hij is een groenblijvende conifeer met dicht, fijn, schubvormig blad en groeit tot een flinke boom die in de wind een bijzondere, onregelmatige vorm kan krijgen. Hij verdraagt zeewind en zilte lucht zeer goed en is daarom een klassieker aan de kust. Gele vormen zoals ‘Goldcrest’ worden veel als pot- en tuinplant verkocht, maar ze kunnen toch flink groeien. In ons klimaat is hij minder winterhard dan veel andere coniferen: kies een beschutte plek.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
20 m
hoog, 8 m breed
| Snoeimaanden | april en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 20 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een montereycipres?
- Groeivorm
- Groenblijvende boom van ongeveer 20 m hoog en 8 m breed; jong kegelvormig, later breder en met de jaren een open kroon.
- Blad
- Dicht, fijn en schubvormig op afgeplatte twijgjes; groen, bij vormen zoals ‘Goldcrest’ geelgroen tot goudgeel.
- Kegels
- Ronde, houtige kegels van ongeveer 3 cm. De soortnaam macrocarpa betekent ‘grootvruchtig’.
- Schors
- Vezelig, grijsbruin, met lengtevoren.
- Geur
- Het blad ruikt harsachtig; bij gele vormen met een licht citroenachtige geur als je het fijnwrijft.
Planten: april–mei en september · Snoeien: april en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Verdraagt zeewind en zilte lucht uitstekend, ideaal voor tuinen aan de kust.
- Groenblijvend, dicht blad: een goed windscherm en een afscherming het hele jaar.
- Gele vormen zoals ‘Goldcrest’ brengen kleur in de tuin, ook in de winter.
- Het blad geeft een frisse, harsachtige geur, bij gele vormen met een licht citroenachtige toets.
- Groeit vrij snel, dus je hebt snel een groene wand of een stevige solitaire boom.
Waar staat een montereycipres graag?
- Volle zon voor een dicht blad en een mooie kleur; in de schaduw wordt hij open.
- Doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot kalkrijk. Zware, natte klei is af te raden.
- Gewoon vochtig; natte voeten verdraagt hij niet.
- Zeewind verdraagt hij goed, maar koude, uitdrogende oostenwind in het binnenland is een risico.
- Reken op 4–5 m ruimte voor een solitair en op 1–1,5 m tussen planten voor een haag of windscherm.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 20 m hoog, 8 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Zeedoorn: Taaie kuststruik met oranje bessen; verdraagt dezelfde wind en zilte lucht.
- Tamarisk: Veerachtig blad en roze bloemen; staat ook goed tegen zilte kustwind.
- Lavendel: Zonnige, doorlatende plek; paarse bloemen bij het geel of groen van de cipres.
- Vetkruid: Laag, droogtebestendig en geschikt aan de voet in de zon.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een montereycipres?
Planten in april–mei en september.
- Plant in april–mei of in september, wanneer de grond warm genoeg is om snel te wortelen.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit. Meng zware grond met zand voor een betere afwatering.
- Zet de plant even diep als in de pot, liefst iets verhoogd, zodat water niet bij de stam blijft staan.
- Plaats bij hoge planten of op winderige plekken een paal en bind de stam los vast.
- Geef meteen ruim water en houd de grond het eerste jaar licht vochtig.
- Leg een laag grove mulch, zoals schors, rond de voet en laat de stam vrij.
Verzorgen
- Water
- Het eerste en tweede jaar regelmatig water geven bij droogte. Daarna redt hij zich meestal zelf.
- Bemesten
- Nauwelijks nodig. Op arme grond in het voorjaar wat organische mest of coniferenmest.
- Mulchen
- Een laag schors houdt de grond vochtig en weert onkruid; laat de stam vrij.
- Steun
- Bind jonge, hoge planten aan een paal; zeewind kan ze doen kantelen of vervormen.
- Haag
- Knip een haag jaarlijks bij en laat hem iets smaller aan de top dan onderaan, zodat het licht tot onderaan komt.
Tip: Plant hem alleen op een beschutte, zonnige plek of vlak bij de kust, en snoei nooit in het kale bruine hout. Wat daar wordt weggeknipt, groeit niet meer aan.
Wanneer snoei je een montereycipres?
Snoeimaanden: april en augustus.
Wanneer: Licht in april en zo nodig een tweede keer in augustus; niet in de vorstperiode.
Hoe:
- Knip alleen de jonge, groene scheuten in; een of twee lichte beurten per jaar volstaan.
- Verwijder dode of beschadigde takken, zodat de plant luchtig blijft.
- Laat bij een haag de top pas bijknippen als hij de gewenste hoogte heeft.
- Hou een haag iets smaller aan de top dan onderaan.
Let op: Snoei nooit tot in het bruine, bladloze hout: een cipres loopt daar niet meer uit en je houdt een kaal gat.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai in het voorjaar in een zandige zaaimengeling. De planten verschillen onderling in kleur en vorm.
- Stekken
- Halfhoutige stekken in augustus–september, in zand en potgrond; ze wortelen traag. Gele cultivars worden zo of door enten vermeerderd.
Hoe komt een montereycipres de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C: in ons land redt hij zich best aan de kust of op een beschutte plek, in het binnenland is hij gevoeliger.
- Strenge winters met koude oostenwind kunnen bruine toppen of afgestorven takken veroorzaken; jonge planten mogen in de eerste winters wat bescherming (een afscherming van jute) krijgen.
- Wacht tot het voorjaar voor je beschadigde delen wegknipt en kijk eerst wat weer uitloopt.
Ziektes en plagen
- Cipreskanker: Bruine, harsende kankers op takken en afstervende takken. De Montereycipres is hier erg gevoelig voor. Knip aangetaste takken ruim weg, ontsmet je schaar en plant niet te dicht voor een luchtige groei.
- Bruin worden: Bruine toppen of kale plekken na strenge vorst, koude wind of aanhoudende droogte. Wacht tot het voorjaar en knip dood hout weg tot in het groene.
- Wortelrot: De hele plant wordt plots bruin, vooral op natte, dichte grond. Voorkom het met doorlatende grond; aangetaste planten zijn meestal niet meer te redden.
- Kale onderkant: Onderaan sterven takken af in de schaduw van de eigen kroon. Zorg voor veel licht en snoei nooit tot in het kale hout.
Het jaar rond
- Maart: Schade na de winter bekijken; nog niet wegknippen.
- April: Planten. Licht bijknippen en dode takken verwijderen.
- Mei: Planten. Jonge planten water geven bij droogte.
- Juni: Bij droogte jonge planten water geven.
- Juli: Bij hitte jonge planten water geven.
- Augustus: Haag zo nodig een tweede keer licht bijknippen.
- September: Planten. Laatste kans voor aanplant voor de winter.
- Oktober: Jonge planten tegen wind afschermen.
- November: Paal en bindmateriaal controleren.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In het wild groeit de Montereycipres op slechts twee kleine plekken aan de kust van Californië, op het schiereiland Monterey.
- De bekende leylandcipres is een kruising van de Montereycipres met de Nootkacipres.
- De soortnaam macrocarpa komt uit het Grieks en betekent ‘grootvruchtig’: de kegels zijn groter dan bij veel verwante cipressen.