Foto: Joaquim Alves Gaspar, CC BY 2.5 · bron
Eenjarige plant · Asteraceae
Spaanse margriet
Dimorphotheca ecklonis
In andere talen: Ostéospermum (Français) · Cape daisy (English)
De Spaanse margriet komt, ondanks zijn naam, niet uit Spanje maar uit Zuid-Afrika, waar hij in het oosten van de Kaapprovincie in het wild groeit. Het is een halfheester die bij ons als eenjarige wordt gekweekt: een bossige plant van 30–40 cm met grote, margrietachtige bloemen van mei tot oktober. De soort heeft witte straalbloemen met een blauwpaarse onderkant en een donker blauwpaars hart. Er zijn talloze rassen van gekweekt, in de handel meestal verkocht als Osteospermum, in wit, roze, paars, geel en oranje. De bloemen openen in de zon en sluiten ’s avonds en bij bewolkt weer. Hij verdraagt droogte goed en is een topper voor potten, bakken en zonnige randen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -3 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,4 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
mei–oktober
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,4 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een Spaanse margriet?
- Groeivorm
- Bossige halfheester van 30–40 cm hoog en breed, met rechtopgaande tot uitwaaierende stengels die aan de voet wat verhouten.
- Blad
- Langwerpig tot lancetvormig, 5–10 cm, frisgroen, met een licht getande rand.
- Bloem
- Margrietachtige bloemhoofdjes van 5–8 cm op stevige stelen boven het blad. Ze openen in de zon en sluiten ’s avonds en bij bewolking.
- Kleur
- De soort is wit met een blauwpaarse onderkant en een donker blauwpaars hart. Rassen bestaan in roze, paars, geel, oranje en tweekleurig.
- Wortels
- Fijn en vrij ondiep: hij groeit goed in een pot, maar verdraagt geen natte voeten.
Bloei: mei–oktober · Zaaien: februari–maart · Planten: mei · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit uitzonderlijk lang, van mei tot oktober, in pot of border.
- Grote, stralende bloemen in wit, roze, paars, geel of oranje, vaak met een donker hart.
- Verdraagt droogte en hitte beter dan veel andere zomerbloeiers: ideaal voor een zonnig terras.
- Bijen bezoeken de open bloemen.
- Bloeit in het koelere najaar vaak opnieuw volop, als veel zomerbloeiers op hun retour zijn.
- Overleeft een milde winter soms beschut tegen een muur, en is makkelijk vorstvrij te overwinteren of te stekken.
Waar staat een Spaanse margriet graag?
- Volle zon: alleen dan gaan de bloemen goed open.
- Lichte, goed doorlatende grond: zand of leem, zuur tot kalkrijk. In een pot: potgrond met wat scherp zand of perliet.
- Droog tot normaal vochtig; eenmaal geworteld verdraagt hij droogte, maar in natte grond rot hij.
- Een warme, beschutte plek, bijvoorbeeld tegen een zuidmuur of op een terras.
- Plant op 30–40 cm van elkaar; in een bak van 1 m passen drie planten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,4 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Verdraagt lichte vorst (tot -3 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Dezelfde liefde voor zon en droogte, met paarse aren naast de grote bloemen.
- IJzerhard: IJle, paarse bloemhoofdjes die hoog boven de margrieten zweven.
- Siersalie: Blauwe of paarse aren in dezelfde bak of rand.
- Blauw schapengras: Een fijn, blauwgrijs gras dat de bloemkleuren laat stralen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Spaanse margriet?
Planten in mei.
- Zaai in februari–maart binnen bij 18–20 °C in fijne zaaigrond en dek het zaad nauwelijks af. Het kiemt in één à drie weken.
- Verspeen de zaailingen in kleine potjes zodra ze twee echte blaadjes hebben en kweek ze koel en licht verder.
- Plant zelf gezaaide of gekochte planten in mei uit, na de ijsheiligen, als er geen nachtvorst meer komt.
- Graaf een plantgat iets groter dan de kluit, zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Houd 30–40 cm tussen de planten. Kies voor potten en bakken altijd een exemplaar met een drainagegat.
- Geef meteen goed water en daarna de eerste weken regelmatig, tot de plant geworteld is.
Verzorgen
- Water
- In de volle grond enkel bij lange droogte. In potten water geven als de bovenste centimeters droog zijn; laat nooit water op de schotel staan.
- Bemesten
- In potten om de twee weken vloeibare mest voor bloeiende planten, van juni tot september. In de volle grond is wat compost bij het planten genoeg.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze geregeld weg, tot op het eerste blad: dan blijft hij nieuwe knoppen maken.
- Terugknippen
- Wordt de plant in juli lang en slordig, knip hem dan een derde terug; in de nazomer bloeit hij opnieuw.
- Hitte
- Bij langdurige hitte bloeit hij soms minder. Blijf water geven en uitgebloeide bloemen weghalen; in het koelere najaar volgt een nieuwe bloeigolf.
Tip: Zet hem op de zonnigste plek die je hebt, want bij bewolking en in de schaduw sluiten de bloemen. Knip uitgebloeide bloemen geregeld weg, dan bloeit hij tot oktober.
Wanneer snoei je een Spaanse margriet?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: Geen echte snoei: knip de hele bloeitijd uitgebloeide bloemen weg en geef in juli een lichte snoeibeurt als de plant slordig wordt. Overwinterde planten kort je in maart wat in.
Hoe:
- Knip uitgebloeide bloemen met hun steel af, net boven een blad.
- Knip lange, kale stengels in juli een derde terug; de plant loopt opnieuw uit en bloeit in de nazomer.
- Knijp de top van jonge planten één keer uit voor een bossiger plant.
- Knip bij overwinterde planten in maart dode en zwakke takken weg en kort de rest een derde in.
Vermeerderen
- Stekken
- In augustus–september topstekken van 5–8 cm van niet-bloeiende scheuten nemen. Onderste blad weg, in een mengsel van stekgrond en zand zetten, licht en vorstvrij. Na drie à vier weken wortels; overwinter de jonge plantjes binnen.
- Zaad
- In februari–maart binnen zaaien bij 18–20 °C. Zaad van rassen geeft vaak planten met een andere kleur dan de moederplant.
Hoe komt een Spaanse margriet de winter door?
Winterhard tot −3 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: hij verdraagt maar een paar graden vorst, tot ongeveer −3 °C. In de Belgische tuin sterft hij meestal in de winter.
- In een milde winter overleeft hij soms beschut tegen een zuidmuur, in goed doorlatende grond. Een laag stro of droog blad rond de voet helpt.
- Wil je hem houden, zet de pot dan voor de eerste vorst in een lichte, vorstvrije ruimte bij 5–10 °C, zoals een koele serre of veranda. Geef heel weinig water.
- Stekken in de nazomer is vaak makkelijker dan een grote plant overwinteren.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Op jonge scheuten en knoppen. Afspuiten met water of met de vingers wegvegen.
- Grauwe schimmel: Grijs, pluizig schimmelpluis op bloemen en blad bij nat, koel weer. Knip aangetaste delen weg en geef water aan de voet, niet over de plant.
- Wortelrot: De plant verwelkt terwijl de grond nat is. Zorg voor een pot met drainagegat en goed doorlatende grond, en laat geen water op de schotel staan.
- Gesloten bloemen: Normaal ’s avonds en bij bewolkt weer. Blijven ze ook in de zon dicht, dan staat de plant te donker.
- Weinig bloei in de zomer: Bij hitte bloeit hij soms minder. Water geven, uitgebloeide bloemen weghalen en geduld hebben: in het najaar bloeit hij weer.
Het jaar rond
- Februari: Binnen zaaien bij 18–20 °C.
- Maart: Binnen zaaien. Overwinterde planten inkorten en weer wat meer water geven.
- April: Zaailingen verspenen en koel en licht verder kweken.
- Mei: Uitplanten na de ijsheiligen. Eerste bloei.
- Juni: Bloei. Uitgebloeide bloemen wegknippen. Potten bemesten.
- Juli: Lange stengels een derde terugknippen. Water geven bij droogte.
- Augustus: Bloei. Stekken nemen van niet-bloeiende scheuten.
- September: Tweede bloeigolf. Stekken nemen.
- Oktober: Laatste bloei. Potten voor de eerste vorst naar binnen halen.
- November: Licht en vorstvrij overwinteren bij 5–10 °C, met weinig water.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Ondanks de naam Spaanse margriet komt de plant uit Zuid-Afrika.
- De onderkant van de straalbloemen is vaak anders gekleurd dan de bovenkant: als de bloemen ’s avonds sluiten, zie je die tweede kleur.
- Botanici plaatsen hem nu meestal in het geslacht Osteospermum, ‘beenzaad’, naar de harde zaden. In de handel heten de rassen meestal ook zo.