Siersalie (Salvia × sylvestris)

Foto: Photo by David J. Stang, CC BY-SA 4.0 · bron

Vaste plant · Lamiaceae

Siersalie

Salvia × sylvestris

In andere talen: Sauge des bois (Français) · Salvia (English)

Siersalie (Salvia × sylvestris) is een tuinhybride van de bossalie en de veldsalie, twee soorten die in het wild in Europa groeien. Hij vormt een rechtopstaande pol van zo’n 50 cm met gerimpeld, aromatisch blad en dichte, rechte aren vol kleine lipbloemen in paarsblauw, roze of wit. Van mei tot in september komen er bijen en vlinders op af. Tuiniers houden van hem omdat hij droogte goed verdraagt, weinig werk vraagt en na een snoeibeurt opnieuw bloeit. Bekende rassen zijn het donkerpaarse ‘Mainacht’ en ‘Caradonna’, met bijna zwarte stengels.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,5 m

    hoog, 0,45 m breed

  • Bloei

    mei–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart en juli
Hoogte0,5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen en vlinders
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeimei–september

Herkennen

Hoe herken je een siersalie?

Groeivorm
Rechtopstaande, dichte pol van 40–50 cm hoog en ongeveer 45 cm breed, met vierkante stengels.
Blad
Langwerpig, dofgroen en gerimpeld, met een gekartelde rand. Het ruikt kruidig als je erover wrijft.
Bloem
Smalle, rechte aren met kleine lipbloemen, van mei tot september in twee of meer golven.
Kleur
Meestal paarsblauw tot violet, ook roze en wit. De gekleurde schutblaadjes houden de aar lang mooi.
Wortels
Een compacte wortelstok die niet woekert. Na enkele jaren wordt het midden van de pol soms kaal.

Bloei: mei–september · Planten: maart–mei en september · Snoeien: maart en juli

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Lange bloei van mei tot september, zeker als je na de eerste bloei terugknipt.
  • Een van de beste bijen- en vlinderplanten voor een zonnige border.
  • Droogtebestendig: eenmaal ingeworteld hoef je zelden water te geven.
  • De rechte, verticale aren geven structuur tussen ronde en vlakke bloemvormen.
  • Volledig winterhard en weinig vatbaar voor ziekten; ook mooi in een grindtuin of een grote pot.

Waar staat een siersalie graag?

  • Volle zon: in de schaduw bloeit hij minder en valt hij open.
  • Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Gerust wat schraal.
  • Droog tot normaal vochtig. Natte voeten in de winter verdraagt hij slecht.
  • Plant op 40–45 cm afstand, 5–6 planten per m², het mooist in groepjes van drie of meer.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog of normaal
Grootte
0,5 m hoog, 0,45 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -25 °C)

Mooi samen met

  • Rozen: Blauwe aren naast roze of witte rozen: een klassieke combinatie in de zon.
  • Duizendblad: Vlakke, gele of roze schermen als contrast met de rechte aren.
  • Kattenkruid: Even droogtebestendig en ook een bijenplant, in een zachter blauw.
  • Rode zonnehoed: Grote, roze bloemen die het in de nazomer overnemen.
  • Siergrassen: Wuivende halmen geven luchtigheid aan de strakke aren.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een siersalie?

Planten in maart–mei en september.

  1. Plant in maart–mei of in september, als de grond niet bevroren of drijfnat is.
  2. Maak de grond los en meng zware klei met wat grof zand of fijn grind voor een betere afwatering.
  3. Graaf een plantgat iets breder dan de pot en zet de plant even diep als hij in de pot stond.
  4. Druk de grond goed aan en geef meteen een flinke gieter water.
  5. Geef de eerste weken water bij droogte. Een dunne laag grind rond de voet houdt onkruid weg en de hals droog.

Verzorgen

Water
Het eerste seizoen geregeld bij droogte. Daarna enkel bij lange droogte, en in een pot wat vaker.
Bemesten
Weinig nodig: een handje compost in het voorjaar volstaat. In te rijke grond groeit hij slap en valt hij open.
Uitgebloeide bloemen
Knip na de eerste bloei de aren terug tot boven het blad: zo volgt een tweede bloei in augustus–september.
Steun
Zelden nodig. Valt hij toch open, knip hem dan na de eerste bloei wat korter terug.
Verjongen
Deel de pol om de 3–4 jaar, als het midden kaal wordt of hij minder bloeit.

Tip: Knip na de eerste bloei de bloemstengels tot boven het blad terug: binnen een paar weken bloeit hij opnieuw. Geef daarbij één keer flink water, dan loopt hij sneller uit.

Wanneer snoei je een siersalie?

Snoeimaanden: maart en juli.

Wanneer: Na de eerste bloei, meestal in juli, en in maart om de oude stengels op te ruimen.

Hoe:

  • Knip na de eerste bloei de uitgebloeide aren af tot net boven het blad of boven nieuwe zijscheuten.
  • Valt de plant open, knip dan de hele pol terug tot 10–15 cm: binnen enkele weken loopt hij compact opnieuw uit.
  • Laat de laatste stengels in de winter staan; ze beschermen het hart van de plant.
  • Knip in maart alle oude stengels af tot net boven de nieuwe scheutjes aan de voet.

Let op: Spaar in maart de jonge scheutjes aan de voet: daaruit groeit de nieuwe plant.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
In maart–april of in september: steek de pol met een spade in stukken met elk wortels en een paar knoppen, en plant ze meteen opnieuw.
Stekken
In april–mei: stekken van 5–8 cm van jonge, niet-bloeiende scheuten aan de voet, in vochtige stekgrond onder plastic. Na enkele weken vormen ze wortels.
Zaaien
Kan, maar rassen komen niet zuiver terug uit zaad. Delen en stekken geven planten die gelijk zijn aan de moederplant.

Hoe komt een siersalie de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
  • Natte grond in de winter is gevaarlijker dan vorst: in zware, natte klei kan de wortelstok rotten.
  • In een pot: zorg voor een gat in de bodem en zet de pot op voetjes, zodat overtollig water weg kan.

Ziektes en plagen

  • Slakken: Vreten in het voorjaar aan de jonge scheuten. Kijk ’s avonds na, raap ze weg of leg een laagje grind rond de plant.
  • Meeldauw: Wit poeder op de bladeren in warme, droge zomers. Knip aangetast blad weg en geef de plant genoeg ruimte.
  • Wortelrot: De plant verwelkt en de voet wordt zacht, meestal in natte, zware grond. Verplant naar een drogere plek en verbeter de afwatering.
  • Openvallen: De stengels vallen uit elkaar in te rijke grond of te veel schaduw. Minder bemesten, meer zon en na de eerste bloei terugknippen.

Het jaar rond

  • Maart: Oude stengels afknippen. Planten en delen.
  • April: Planten. Letten op slakken bij de jonge scheuten.
  • Mei: Eerste bloei. Stekken nemen van jonge scheuten.
  • Juni: Volle bloei. Bijen en vlinders in de border.
  • Juli: Na de eerste bloei terugknippen tot boven het blad. Eén keer flink water geven.
  • Augustus: Tweede bloei. Water geven bij lange droogte.
  • September: Laatste bloemen. Planten of delen.
  • November: Stengels laten staan als winterbescherming.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Vlinders
Nectar voor dagvlinders.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Salie heeft een hefboommechanisme: duwt een bij haar kop in de bloem, dan klappen de meeldraden naar beneden en strooien ze stuifmeel op haar rug.
  • Een van zijn ouders, de veldsalie, groeit ook wild in België, op zonnige, kalkrijke graslanden. Ze is er zeldzaam geworden.
  • Net als munt en lavendel heeft salie vierkante stengels en tegenoverstaande bladeren: typisch voor de lipbloemenfamilie.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…