
Foto: Raimond Spekking, CC BY-SA 4.0 · bron
Heester · Ericaceae
Rode dophei
Erica cinerea
In andere talen: Bruyère cendrée (Français) · Bell heather (English)
De rode dophei is een dwergstruikje dat van nature groeit op droge heide en rotsige hellingen langs de Atlantische kant van West-Europa, van Noorwegen tot Portugal. Hij wordt 20–30 cm hoog en vormt dichte, groenblijvende kussentjes met fijne, naaldachtige blaadjes in kransjes van drie. Van juni tot in september staan de twijgjes vol kleine, klokvormige bloempjes in purperroze, die bijen en hommels druk bezoeken. In tuinen vind je rassen met witte, roze, magenta of bijna zwartpaarse bloemen, zoals het felle ‘C.D. Eason’. Hij hoort thuis op droge, zure en schrale zandgrond, waar veel andere planten het moeilijk hebben.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand
zuur
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een rode dophei?
- Groeivorm
- Dwergstruikje van 20–30 cm hoog en tot 50 cm breed, met opstijgende twijgjes.
- Blad
- Naaldvormig, 4–7 mm, donkergroen, in kransjes van drie; groenblijvend.
- Bloem
- Klokvormige bloempjes van 5–7 mm in trosjes aan de toppen, van juni tot september.
- Kleur
- In het wild purperroze; rassen in wit, roze, magenta en donkerpaars.
- Wortels
- Fijn en ondiep, met een schimmel die helpt om voedsel uit arme grond op te nemen.
Bloei: juni–september · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een lange zomerbloei, van juni tot in september, nog voor de struikhei begint.
- Trekt bijen, hommels en andere insecten aan.
- Groenblijvend: ook in de winter een groen tapijtje.
- Ideaal voor droge, schrale zandgrond, waar veel andere planten het laten afweten.
- Geen mest en weinig water nodig: één snoeibeurt per jaar volstaat.
Waar staat een rode dophei graag?
- Volle zon: in de schaduw groeit hij slap en bloeit hij nauwelijks.
- Zure, schrale en goed doorlatende zandgrond; kalk verdraagt hij niet.
- Droog: in natte grond rotten de wortels.
- Plant 30–40 cm uit elkaar, ongeveer zes à acht planten per m².
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand
- Zuurtegraad
- Zuur
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Struikhei: Bloeit later, van augustus tot oktober, en verlengt zo de heidebloei.
- Winterheide: Zorgt voor bloemen in de winter en het vroege voorjaar.
- Jeneverbes: Een groenblijvende, droogteminnende struik voor een heidetuin.
- Brem: Gele bloemen in mei op dezelfde zure zandgrond.
- Blauw schapengras: Fijne, blauwgrijze pollen tussen de kussentjes.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een rode dophei?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Maak de grond los; op rijke of kalkhoudende grond maak je een plantvak met zure grond voor heideplanten.
- Zet de plant iets dieper dan in de pot, zodat de onderste twijgjes op de grond rusten.
- Plant 30–40 cm uit elkaar, liefst in groepjes van drie of meer van hetzelfde ras.
- Giet aan met regenwater en geef de eerste zomer regelmatig water bij droogte.
- Mulch met fijne schors of dennennaalden; geen compost of mest.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte, met regenwater; daarna enkel bij langdurige droogte.
- Bemesten
- Niet doen: mest maakt hem slap en kortlevend.
- Mulchen
- Een laag dennennaalden of fijne schors houdt de grond zuur en onkruidvrij.
- Wieden
- Wied grassen en onkruid tussen jonge planten tot ze een gesloten tapijt vormen.
- Pot
- Kan in een bak met zure potgrond voor heideplanten; geef regenwater.
Tip: Scheer elk voorjaar de uitgebloeide bloeiwijzen af, maar knip niet in het kale hout. Geef geen mest en giet bij droogte met regenwater.
Wanneer snoei je een rode dophei?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: In maart–april, voor de nieuwe groei begint.
Hoe:
- Scheer de uitgebloeide bloeiwijzen af met een schaar of heggenschaar, net onder de oude bloemen.
- Knip niet in het kale, oude hout: daar loopt hij niet meer uit.
- Jaarlijks licht scheren houdt de plant compact en voorkomt dat het hart kaal wordt.
Let op: Snoei niet in de herfst: de uitgebloeide bloemen beschermen de plant in de winter.
Vermeerderen
- Stekken
- In juli–augustus: stekjes van 3–5 cm van niet-bloeiende scheutjes in een mengsel van zand en zure stekgrond, onder plastic.
- Afleggen
- In het voorjaar een twijgje in de grond vastpinnen en afdekken met zand; na een jaar loskoppelen en verplanten.
Hoe komt een rode dophei de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −20 °C: in België geen bescherming nodig.
- Laat de uitgebloeide bloemen tot het voorjaar staan; ze geven een roestbruine wintertint.
- In een bak of pot: zorg dat het water goed kan weglopen en geef in een droge winter af en toe regenwater.
Ziektes en plagen
- Gele bladeren: Teken van kalk in de grond of in het gietwater. Giet met regenwater en mulch met dennennaalden; op kalkgrond plant je beter in een bak.
- Wortelrot: De plant wordt grijs en sterft af in natte, zware grond. Plant in goed doorlatende zandgrond.
- Kaal hart: Door jaren niet te snoeien. Jaarlijks scheren voorkomt het; een kale plant vervang je.
- Uitdrogen: Nieuwe planten hebben het eerste jaar nog weinig wortels. Geef bij droogte regenwater.
Het jaar rond
- Maart: Uitgebloeide bloeiwijzen afscheren. Planten.
- April: Laatste snoei. Planten. Mulch van dennennaalden.
- Mei: Wieden tussen jonge planten.
- Juni: Begin van de bloei.
- Juli: Bloei. Stekjes nemen. Jonge planten water geven.
- Augustus: Bloei. Stekken nemen.
- September: Laatste bloemen. Planten.
- Oktober: Planten.
- December: Rust. Uitgebloeide bloemen laten staan.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Bij de rode dophei zit de kleur in de klokvormige bloemkroon; bij struikhei vallen vooral de gekleurde kelkbladen op.
- Heideplanten leven samen met speciale schimmels in hun wortels, waardoor ze voedingsstoffen uit zeer arme grond kunnen halen.
- De soortnaam cinerea betekent ‘asgrijs’.