
Foto: Mets501, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Asteraceae
Witte bosaster
Eurybia divaricata
In andere talen: Aster divariqué (Français) · White wood aster (English)
De witte bosaster komt uit de loofbossen van het oosten van Noord-Amerika. Het is een lage, losse aster met bijna zwarte, zigzaggende stengels en hartvormige, grof getande bladeren. Van augustus tot in oktober is hij bedekt met wolken kleine witte sterretjes met een geel hart, dat later roodpaars verkleurt. Tuiniers waarderen hem omdat hij een van de weinige asters is die in droge schaduw onder bomen bloeit. Hij breidt zich langzaam uit met wortelstokken en vormt zo een losse bodembedekker. Vroeger heette hij Aster divaricatus.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
augustus–oktober
| Snoeimaanden | maart en juni |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | augustus–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een witte bosaster?
- Groeivorm
- Losse, wat overhangende pol van 40–60 cm hoog en ongeveer even breed, die langzaam uitbreidt.
- Stengels
- Dun, donkerpaars tot bijna zwart, met een zigzaggende vertakking in de bloeiwijze.
- Blad
- Hartvormig, grof getand en gesteeld, donkergroen; onderaan tot ongeveer 15 cm, hogerop kleiner.
- Bloem
- Witte sterretjes van 2–2,5 cm in losse trossen, van augustus tot oktober; het gele hart kleurt later roodpaars.
- Wortels
- Ondiepe, kruipende wortelstokken.
Bloei: augustus–oktober · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Late bloei van augustus tot oktober, als de schaduwborder meestal al uitgebloeid is.
- Een van de weinige asters voor droge schaduw onder bomen.
- Sierlijke, bijna zwarte, zigzaggende stengels die de witte bloemenwolk extra doen opvallen.
- Een late bron van nectar en stuifmeel voor bijen, zweefvliegen en vlinders.
- Breidt zich rustig uit tot een losse bodembedekker tussen varens en grassen.
Waar staat een witte bosaster graag?
- Halfschaduw of schaduw: onder loofbomen, langs een haag of aan de noordkant van het huis.
- Zand, leem of klei, zuur, neutraal of kalkrijk; graag met wat humus.
- Droge tot normale grond; eenmaal ingeworteld verdraagt hij droogte onder bomen goed.
- In diepe, donkere schaduw bloeit hij minder; lichte schaduw is ideaal.
- Plant op 40–50 cm, in groepen van drie tot vijf, voor een losse bodembedekker.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Varens: Hun fijne bladeren vormen een frisse achtergrond voor de witte sterretjes.
- Grote veldbies: Een wintergroen gras voor dezelfde droge schaduw onder bomen.
- Schoenlappersplant: Grote, glanzende bladeren als rustige voet waarover de aster kan hangen.
- Hosta: Breed blad dat de lossere bosaster mooi omlijst.
- Elfenbloem: Een lage, sterke bodembedekker voor dezelfde droge schaduw.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een witte bosaster?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober.
- Maak de grond los en meng er wat compost of bladaarde door, zeker onder bomen.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en zet de plant even diep als in de pot.
- Houd 40–50 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen goed water en houd de grond de eerste zomer vochtig.
- Mulch met bladcompost.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte. Daarna alleen in heel droge zomers, want onder bomen droogt de grond snel uit.
- Bemesten
- In maart een laag compost of bladaarde; meer is niet nodig.
- Steun
- Hij hangt wat over, en dat hoort zo. Wil je hem rechter, knip dan begin juni een derde in of laat hem tegen buurplanten leunen.
- Mulchen
- Laat afgevallen bladeren liggen of geef bladcompost.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat ze staan: de zaadpluisjes en de donkere stengels sieren de wintertuin.
Tip: Plant hem in een groep van drie tot vijf onder bomen en laat hem vrij zijn gang gaan tussen varens en grassen: zo vormt hij in de nazomer een witte wolk in de schaduw.
Wanneer snoei je een witte bosaster?
Snoeimaanden: maart en juni.
Wanneer: Knip de oude stengels in maart af, voor de nieuwe scheuten verschijnen. Eventueel begin juni een lichte inknipbeurt.
Hoe:
- Laat de stengels in de winter staan: ze zijn mooi en insecten overwinteren erin.
- Knip in maart alle oude stengels tot net boven de grond af.
- Wil je een compactere plant die minder uiteenvalt, knip dan begin juni de stengels een derde in; hij bloeit dan iets later.
Vermeerderen
- Scheiden
- In maart–april een stuk met wortelstok en scheuten van de rand afsteken en elders planten. De makkelijkste methode.
- Stekken
- In april–mei stekken van 5–8 cm van jonge scheuten nemen en in vochtige stekgrond zetten.
- Zaaien
- Zaai in de herfst buiten in een pot: het zaad heeft een koudeperiode nodig. Zaailingen bloeien vaak pas in het tweede jaar.
Hoe komt een witte bosaster de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Uiterst winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België geen bescherming nodig.
- De bovengrondse delen sterven af; laat de stengels staan tot maart.
- Ook in een pot overwintert hij buiten, als het water weg kan.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral bij droogte in de nazomer. Geef water bij droogte en laat wat ruimte; meestal heeft hij er minder last van dan veel tuinasters.
- Slakken: Vreten aan de jonge scheuten in het voorjaar. Raap ze ’s avonds of leg een plankje neer waaronder ze zich verzamelen.
- Uiteenvallen: Op rijke grond of in diepe schaduw vallen de stengels uit elkaar. Knip begin juni in en bemest minder.
- Weinig bloei: Te donkere schaduw. Verplant naar lichte schaduw, bijvoorbeeld onder een boom met een open kroon.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen. Planten of scheiden. Compost geven.
- April: Planten. Letten op slakken bij de jonge scheuten.
- Mei: Planten. Stekken nemen.
- Juni: Begin juni eventueel een derde inknippen.
- Juli: Water geven bij droogte.
- Augustus: Bloei begint. Bijen en vlinders op de bloemen.
- September: Volle bloei. Planten.
- Oktober: Laatste bloei. Planten.
- December: Donkere stengels en zaadpluis laten staan.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Divaricata betekent ‘wijd uiteenstaand’ en verwijst naar de breed uitstaande, zigzaggende vertakking van de bloeiwijze.
- Botanici hebben de Amerikaanse asters opgesplitst in andere geslachten, zoals Eurybia en Symphyotrichum; daarom heet hij niet langer Aster divaricatus.
- De Britse tuinontwerpster Gertrude Jekyll combineerde hem graag met schoenlappersplanten.