
Foto: Lyonothamnus, CC BY-SA 4.0 · bron
Heester · Hamamelidaceae
Fothergilla
Fothergilla gardenii
In andere talen: Dwarf fothergilla (English)
Fothergilla gardenii is een kleine, bladverliezende struik uit het zuidoosten van de Verenigde Staten, waar hij in vochtige, zure heide en langs moerasranden groeit. Hij blijft compact, zo’n 1 m hoog en breed, en is familie van de toverhazelaar. In april–mei, vlak voor of samen met het blad, verschijnen witte, flesborstelachtige aren van 3–5 cm die zoet naar honing geuren. In de herfst kleurt het blad spectaculair geel, oranje en rood, vaak alles tegelijk op één struik. Tuiniers houden van die twee hoogtepunten op een kleine oppervlakte; een bekend ras is ‘Blue Mist’, met blauwgroen blad.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand, leem of veen
zuur
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
1 m
hoog, 1 m breed
Bloei
april–mei
| Hoogte | 1 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een fothergilla?
- Groeivorm
- Compacte, ronde struik met dichte, opgaande twijgen, ongeveer 1 m hoog en breed; groeit traag.
- Blad
- Omgekeerd eirond, 3–6 cm, grof getand aan de top; blauwgroen in de zomer, in de herfst geel, oranje, rood en purper.
- Bloem
- Witte, flesborstelachtige aren van 3–5 cm in april–mei, kort voor of met het blad. Ze bestaan uit meeldraden, zonder kroonblaadjes.
- Geur
- Zoet, naar honing; het best te ruiken op een zachte, zonnige dag.
- Wortels
- Fijn en vrij ondiep; ze houden van koele, vochtige, humusrijke grond. Op den duur breidt hij zich langzaam uit met uitlopers.
Bloei: april–mei · Planten: maart–april en oktober–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Twee hoogtepunten: geurige witte bloemaren in het voorjaar en een van de felste herfstkleuren van alle struiken.
- Blijft klein en compact: ideaal voor een kleine tuin of vooraan in een border met zuurminnende planten.
- De bloemen trekken in april–mei bijen en hommels aan.
- Een mooie partner voor rododendrons, azalea’s en heide, die dezelfde zure grond vragen.
- Weinig werk en weinig ziektes: snoeien is niet nodig.
Waar staat een fothergilla graag?
- Zon of halfschaduw; in de zon bloeit hij rijker en is de herfstkleur het felst.
- Zure, humusrijke grond is een must: zand, leem of veen, zonder kalk.
- Vochtige tot natte grond die in de zomer niet uitdroogt; een wat nattere plek verdraagt hij goed.
- Plant 80–100 cm uit elkaar, of in een groepje van drie voor een groter effect.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of veen
- Zuurtegraad
- Zuur
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 1 m hoog, 1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Rododendron: Vraagt dezelfde zure, vochtige grond en bloeit vlak na de fothergilla.
- Heide: Lage, groenblijvende kussens aan de voet van de struik.
- Rotsheide: Rood jong blad en witte trosjes in het voorjaar, op dezelfde zure grond.
- Blauwe bes: Ook zuurminnend, met een rode herfstkleur en lekkere bessen.
- Varens: Een koele, groene onderbeplanting in de halfschaduw.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een fothergilla?
Planten in maart–april en oktober–november.
- Plant in maart–april of in oktober–november, als de grond niet bevroren is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er zure bladcompost of potgrond voor zuurminnende planten door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 80–100 cm afstand tot andere struiken.
- Geef meteen ruim water, liefst regenwater.
- Mulch met naaldenstrooisel, gecomposteerde schors of bladcompost.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond vochtig, zeker het eerste jaar en in droge zomers. Gebruik bij voorkeur regenwater: kalkrijk leidingwater maakt de grond minder zuur.
- Bemesten
- In april wat bladcompost of organische mest voor zuurminnende planten. Meer is niet nodig.
- Mulchen
- Elk voorjaar een laag naaldenstrooisel of bladcompost houdt de wortels koel en vochtig.
- Uitlopers
- Wil je de struik binnen zijn plek houden, steek dan af en toe een uitloper aan de rand af.
- Verplanten
- Liever niet: hij groeit traag en heeft tijd nodig om opnieuw in te wortelen.
Tip: Zet hem waar je hem in de herfst goed ziet: in de zon is de herfstkleur het felst. Geef altijd regenwater, geen kalkrijk leidingwater.
Wanneer snoei je een fothergilla?
Wanneer: Snoeien is niet nodig: hij groeit traag en vormt vanzelf een mooie, ronde struik. Hooguit haal je na de bloei, in mei–juni, een dode tak weg.
Hoe:
- Verwijder alleen dode, beschadigde of kruisende takken, tot op een gezonde zijtak.
- Knip niet in de winter of het vroege voorjaar: de bloemknoppen zitten dan al aan de toppen van de twijgen.
- Een oude, te dichte struik verjong je door na de bloei een of twee oude takken aan de voet weg te nemen.
Vermeerderen
- Afleggen
- In het voorjaar een lage tak in de grond leggen, licht inkerven en vastpinnen; na één tot twee jaar loskoppelen en verplanten.
- Uitlopers
- In maart of oktober een uitloper met eigen wortels aan de rand van de struik afsteken en elders planten.
- Zachte stekken
- In juni topstekken van 8–10 cm nemen en in vochtige, zure stekgrond onder plastic zetten. Lukt niet altijd.
Hoe komt een fothergilla de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
- De bloemknoppen zitten in de winter al klaar aan de toppen van de kale twijgen.
- In een pot: gebruik zure potgrond, zet de pot beschut en wikkel hem in strenge winters in jute.
Ziektes en plagen
- Geel blad: Gele bladeren met groene nerven wijzen op kalk in de grond of in het gietwater. Geef regenwater en werk zure bladcompost in.
- Bruine bladranden: Teken van droogte, vooral in volle zon. Geef ruim water en mulch dik.
- Weinig bloemen: Komt door snoeien in de winter of door te diepe schaduw. Laat de twijgen staan en geef meer licht.
- Zwakke herfstkleur: In diepe schaduw kleurt het blad minder fel. Een zonnigere plek geeft de mooiste kleuren.
Het jaar rond
- Januari: Rust. De bloemknoppen zitten al klaar.
- Maart: Planten. Mulch aanbrengen.
- April: Begin van de bloei, geurende witte aren. Licht bemesten.
- Mei: Bloei, druk bezocht door bijen. Het blad loopt uit.
- Juni: Zachte stekken nemen. Een tak afleggen.
- Juli: Water geven bij droogte, liefst regenwater.
- Augustus: Water geven bij droogte.
- Oktober: Felle herfstkleur. Planten.
- November: Planten. Gevallen blad laten liggen als mulch.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het geslacht is genoemd naar John Fothergill, een 18e-eeuwse Engelse arts en plantenverzamelaar.
- De soortnaam eert Alexander Garden, een Schotse arts in Charleston; ook de gardenia is naar hem genoemd.
- De bloemen hebben geen kroonblaadjes: de witte pluimpjes zijn de lange meeldraden.