
Foto: Hari Krishnan, CC BY-SA 4.0 · bron
Bol- of knolgewas · Liliaceae
Fritillaria persica
In andere talen: Fritillaire de Perse (Français) · Persian lily (English)
Fritillaria persica komt van de droge, rotsige hellingen van Zuidoost-Turkije en het Midden-Oosten, tot in Iran. In april en mei vormt hij een rechte stengel van 60–90 cm, dicht bezet met smalle, blauwgroene bladeren en bekroond met een lange tros van soms wel dertig kleine, knikkende klokjes. Bij de soort zijn die donker paarsbruin met een grijzige waas; veel verkocht wordt ‘Adiyaman’, met pruimpaarse klokjes, en ‘Ivory Bells’ bloeit groenig wit. Tuiniers houden van zijn sobere, elegante silhouet, dat mooi staat tussen tulpen, wolfsmelk en grassen.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de bol. Houd kinderen, honden en katten uit de buurt en draag handschoenen bij het planten. Laat geen bollen rondslingeren waar huisdieren eraan kunnen knagen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,9 m
hoog, 0,2 m breed
Bloei
april–mei
| Hoogte | 0,9 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een Fritillaria persica?
- Groeivorm
- Rechtopgaande bolplant van 60–90 cm hoog en ongeveer 20 cm breed.
- Blad
- Smal lancetvormig, blauwgroen tot grijsgroen, spiraalsgewijs langs de stengel.
- Bloem
- Een lange tros van kleine, knikkende klokjes van 1,5–2 cm, in april en mei.
- Kleur
- Donker paarsbruin met een grijze waas; bij ‘Ivory Bells’ groenig wit.
- Bol
- Groot en wit, uit vlezige schubben en zonder beschermende huid; breekbaar en snel uitgedroogd.
Bloei: april–mei · Planten: september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een slanke, opvallende verticale lijn in de voorjaarsborder.
- Een ongewone kleur: donker paarsbruin of groenig wit, mooi naast tulpen en lichtgroen blad.
- Bijen en hommels bezoeken de knikkende klokjes.
- Een bijzondere snijbloem voor een sober boeket.
- Verdraagt droogte in de zomer, als de bol in rust is.
Waar staat een Fritillaria persica graag?
- Volle zon, op een warme, beschutte plek, bijvoorbeeld voor een zuidmuur.
- Zand- of lichte leemgrond die heel goed doorlaat, neutraal tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig; in de zomer moet de bol droog en warm kunnen rusten.
- Beschut tegen harde wind, die de hoge stengels kan knakken.
- Plant op 20–30 cm van elkaar, in groepjes van drie tot vijf.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Wolfsmelk: Het lichtgroene blad en de gele schermen doen de donkere klokjes extra opvallen.
- Tulpen: Laat roze, oranje of witte tulpen bloeien tussen de slanke stengels.
- Sierui: Bloeit iets later en houdt van dezelfde warme, droge plek.
- Siergrassen: Fijne halmen als zachte achtergrond.
- Kattenkruid: Vult in de zomer de lege plek met blauwe bloemen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Fritillaria persica?
Planten in september–oktober.
- Plant de bollen in september–oktober, zo snel mogelijk na aankoop: ze drogen snel uit.
- Graaf een plantgat van 15–20 cm diep en strooi onderin een laag grof zand of grind van een paar centimeter.
- Zet de bol op die laag, met de punt naar boven, en omring hem met wat zand.
- Vul het gat met grond en druk lichtjes aan.
- Geef enkel water als de grond erg droog is.
- Markeer de plek, zodat je de bol niet beschadigt als je in de border werkt.
Verzorgen
- Water
- Zelden nodig; enkel in een erg droog voorjaar tijdens de groei. In de zomer droog houden.
- Bemesten
- In maart, als de scheut verschijnt, wat kalirijke mest of compost.
- Steun
- Zet op een winderige plek een dunne stok naast de stengel, zonder de bol te raken.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de bloeitros weg als je geen zaad wilt, maar laat stengel en blad staan.
- Snijbloem
- Snijd de stengel als de onderste klokjes open zijn. Elke gesneden stengel verzwakt de bol, dus neem er maar enkele.
Tip: Plant de bol op een laagje grof zand of grind op de warmste plek van je tuin: een warme, droge zomerrust is het geheim van een rijke bloei.
Wanneer snoei je een Fritillaria persica?
Wanneer: Fritillaria persica wordt niet gesnoeid. Je knipt enkel na de bloei de bloeitros weg en later de afgestorven stengel.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide tros net onder de onderste bloem weg als je geen zaad wilt.
- Laat de stengel met blad staan tot hij in juni geel en droog is.
- Knip de dode stengel dan vlak boven de grond af.
Let op: Knip de stengel nooit groen af: zonder blad kan de bol geen reserves opbouwen en bloeit hij het volgende jaar niet.
Vermeerderen
- Bijbolletjes
- Na een paar jaar vormt de bol kleine bijbolletjes. Neem ze in juli, als het blad afgestorven is, voorzichtig weg en plant ze meteen opnieuw, of in een pot met zanderige grond. Ze hebben enkele jaren nodig om te bloeien.
- Zaaien
- Zaai vers zaad in de herfst in een pot met zanderige zaaigrond en laat die buiten staan. Het duurt vele jaren voor zaailingen bloeien.
Hoe komt een Fritillaria persica de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C: in goed doorlatende grond overleeft hij de meeste Belgische winters.
- Natte, koude grond is het grootste gevaar: dan rot de bol weg. Zorg voor een goede drainage.
- De jonge scheut verschijnt vroeg; bij late nachtvorst beschermt een vlies of wat stro hem.
- In een pot: gebruik een diepe pot met zanderige grond, zet hem beschut en bij strenge vorst in een koude garage of schuur.
Ziektes en plagen
- Leliehaantje: Een helderrode kever die samen met zijn larven het blad opvreet, vanaf april. Raap kevers en larven weg.
- Bolrot: In natte, zware grond rot de bol. Plant op een laag grind of kies een hogere, drogere plek.
- Geen bloemen: De bol maakt enkel blad als hij te klein is, te nat staat of in een koele zomer niet goed rijpt. Geef een warme, droge plek en wat kalirijke mest.
- Knakkende stengels: Door wind of zware regen. Zet een dunne stok bij en kies een beschutte plek.
- Slakken: Ze vreten aan de jonge scheuten. Raap ze ’s avonds weg.
Het jaar rond
- Maart: De scheut komt boven. Kalirijke mest geven. Letten op slakken.
- April: Bloei. Letten op leliehaantjes; eventueel een stok bijzetten.
- Mei: Bloei. Uitgebloeide trossen wegknippen als je geen zaad wilt.
- Juni: Stengel en blad worden geel; daarna afknippen.
- Juli: Rust: droog houden. Bijbolletjes afnemen.
- September: Bollen planten op een laag grof zand of grind.
- Oktober: Laatste bollen planten.
- December: Rust onder de grond. Natte plekken vermijden.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van kievitsbloemen, keizerskronen en andere fritillaria’s zijn giftig, vooral de bollen: ze bevatten alkaloïden die braken, buikpijn en diarree kunnen geven, bij kinderen en ook bij honden en katten. De bollen hebben geen beschermend vlies, en zulke naakte, witte of gelige bollen kunnen verward worden met uien of look, al ruikt de bol van de keizerskroon sterk naar vos. Bewaar ze dus nooit bij de keukenuien, plant ze zo snel mogelijk na aankoop (ze drogen snel uit) en laat geen losse bollen rondslingeren waar honden of katten eraan kunnen knagen. Draag handschoenen bij het planten en als je stengels snijdt, en was daarna je handen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Fritillaria komt van het Latijnse fritillus, een dobbelbeker; die verwijst naar het geblokte patroon op de bloemen van de kievitsbloem.
- Fritillaria persica wordt al sinds de 16e eeuw in Europese tuinen gekweekt.
- De klokjes van een tros gaan van onder naar boven open, zodat de bloei enkele weken duurt.