Foto: Dominicus Johannes Bergsma, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Geraniaceae
Ooievaarsbek
Geranium × oxonianum
In andere talen: Géranium vivace (Français) · Druce’s cranesbill (English)
Geranium × oxonianum is een kruising tussen twee ooievaarsbekken: Geranium endressii uit de Pyreneeën en Geranium versicolor uit Zuid-Italië en de Balkan. De kruising ontstond vanzelf in tuinen waar beide soorten samen groeiden. Het is een sterke, brede vaste plant met frisgroen, handvormig ingesneden blad en van mei tot oktober talloze roze bloemen van 3–4 cm, vaak met donkere adertjes. Tuiniers gebruiken hem als bodembedekker onder rozen en heesters, omdat hij snel sluit, weinig vraagt en een half jaar bloeit. Bekende rassen zijn het zalmroze ‘Wargrave Pink’, het zilverroze ‘A.T. Johnson’, het krachtige ‘Claridge Druce’ en f. thurstonianum met smalle, purperroze kroonbladen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,8 m breed
Bloei
mei–oktober
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een ooievaarsbek?
- Groeivorm
- Brede, losse pol van 45–60 cm hoog en tot 80 cm breed; na de eerste bloei valt hij vaak open.
- Blad
- Handvormig, diep ingesneden in vijf lobben, zacht behaard en frisgroen; bij sommige rassen met bruine vlekjes.
- Bloem
- Open, schotelvormige bloemen van 3–4 cm met vijf kroonbladen, in losse trossen van mei tot oktober.
- Kleur
- Roze in alle tinten, van bleek zilverroze tot zalmroze en purperroze, vaak met donkerdere adertjes.
- Vrucht
- Snavelvormige vrucht die openspringt en het zaad wegslingert; hij zaait zich makkelijk uit.
- Wortels
- Stevige, vertakte wortelstok; de pol wordt elk jaar wat breder.
Bloei: mei–oktober · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de langst bloeiende vaste planten: van mei tot oktober, zeker als je hem in juli terugknipt.
- Een sterke bodembedekker die snel een dicht tapijt vormt en onkruid weinig kans geeft.
- Groeit in zon en halfschaduw, op zand, leem en klei: hij past bijna overal.
- De open bloemen zijn de hele zomer een bron van nectar en stuifmeel voor bijen en hommels.
- Ideaal om de kale voet van rozen en heesters te bedekken.
- In zachte winters blijft een deel van het blad groen.
Waar staat een ooievaarsbek graag?
- Zon tot halfschaduw. In volle zon heeft hij genoeg water nodig, in halfschaduw blijft het blad frisser.
- Elke gewone tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Normaal vochtige grond: geen extreme droogte en geen natte voeten.
- Ruimte genoeg: één plant bedekt na een paar jaar tot 80 cm.
- Plant op 50–60 cm afstand: 3–4 planten per m² vormen samen een gesloten tapijt.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,8 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Rozen: Bedekt de kale voet van de rozen en bloeit even lang mee.
- Vrouwenmantel: Gele schuimbloemen en zacht blad naast het roze, in zon of halfschaduw.
- Akelei: Bloeit in mei boven het jonge blad, in dezelfde zon of halfschaduw.
- Japanse anemoon: Bloeit in de nazomer mee met de tweede bloei, ook in halfschaduw.
- Lampenpoetsersgras: Luchtige pluimen in de herfst als contrast met het brede blad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een ooievaarsbek?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er een schep compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 50–60 cm tussen de planten; onder rozen zet je ze op 30–40 cm van de voet van de roos.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond de eerste weken vochtig.
- Leg een laagje compost of bladcompost als mulch rond de planten.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte. Later alleen in lange droge periodes, vooral in volle zon.
- Bemesten
- In maart een schep compost. Na het terugknippen in juli helpt een beetje compost de nieuwe groei op gang.
- Terugknippen
- Valt hij in juli uit elkaar, knip hem dan tot 5–10 cm terug: binnen enkele weken heb je vers blad en nieuwe bloemen.
- Zaailingen
- Hij zaait zich uit. Wil je dat niet, wied de zaailingen dan jong: ze lijken vaak niet op de moederplant.
- Delen
- Om de 3–5 jaar, als de pol te groot wordt of in het midden kaal raakt.
Tip: Knip hem in juli tot 5–10 cm terug als hij uit elkaar valt en geef daarna water: binnen enkele weken heb je een frisse pol die tot in oktober roze bloeit.
Wanneer snoei je een ooievaarsbek?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: In juli, na de eerste grote bloeigolf, als de plant uit elkaar valt. In maart ruim je het oude blad op.
Hoe:
- Knip in juli alle stengels en het oude blad terug tot 5–10 cm boven de grond; bij grote vlakken mag dat met een heggenschaar.
- Geef daarna water en een beetje compost: na 3–4 weken komt er vers blad en volgen nieuwe bloemen tot in oktober.
- Knip je terug voor het zaad rijp is, dan zaait hij zich ook minder uit.
- Knip in maart het blad weg dat in de winter afgestorven of beschadigd is, net boven de nieuwe scheuten.
Let op: Na het terugknippen ziet de plek er een paar weken kaal uit. Knip in een droge periode alleen terug als je daarna ook water geeft.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of in september–oktober de pol opgraven en met een spade in stukken verdelen; meteen opnieuw planten en water geven. Zo blijven rassen zuiver.
- Zaailingen
- Hij zaait zich vanzelf uit. Verplant jonge zaailingen in het voorjaar; omdat het een kruising is, verschillen ze in kleur en groeikracht.
- Stekken
- In april jonge scheuten aan de voet afnemen en in vochtige stekgrond laten wortelen.
Hoe komt een ooievaarsbek de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Winterhard tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- In zachte winters blijft een deel van het blad groen; in strenge winters sterft het af en loopt hij in het voorjaar weer uit.
- Laat het oude blad tot maart liggen: het beschermt het hart van de plant.
- In een pot: zet hem in de winter tegen een muur en wikkel de pot bij strenge vorst in jute.
Ziektes en plagen
- Uit elkaar vallen: Na de eerste bloei zakken de lange stengels open en wordt het hart kaal. Terugknippen in juli lost het op.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in de nazomer, vooral bij droogte. Water geven, terugknippen en de planten ruimte laten.
- Slakken: Vreten aan jonge scheuten in het voorjaar; volwassen planten hebben er weinig last van. ’s Avonds rapen of een bierval plaatsen.
- Te veel zaailingen: Hij zaait zich rijkelijk uit en verdringt soms kleinere planten. Terugknippen voor het zaad rijp is en zaailingen jong wieden.
Het jaar rond
- Maart: Oud blad wegknippen. Compost geven. Planten en delen.
- April: Planten en delen. Stekken nemen. Letten op slakken.
- Mei: Begin van de bloei.
- Juni: Volle bloei. Water geven bij droogte.
- Juli: Na de eerste bloei terugknippen tot 5–10 cm. Water en compost geven.
- Augustus: Vers blad en nieuwe knoppen. Water geven bij droogte.
- September: Tweede bloei. Planten en delen.
- Oktober: Laatste bloemen. Planten.
- November: Oud blad laten liggen als winterbescherming.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam oxonianum betekent ‘van Oxford’. De Engelse naam Druce’s cranesbill en het ras ‘Claridge Druce’ verwijzen naar George Claridge Druce, een botanicus uit Oxford.
- De kruising ontstaat vanzelf waar Geranium endressii en Geranium versicolor samen groeien. Omdat de nakomelingen vruchtbaar zijn en van elkaar verschillen, duiken er in tuinen telkens nieuwe vormen op; veel rassen zijn als toevallige zaailing gevonden.