
Foto: A. Barra, CC BY 3.0 · bron
Vaste plant · Rosaceae
Gillenia
Gillenia trifoliata
In andere talen: Gillénie trifoliée (Français) · Bowman’s root (English)
Gillenia trifoliata is een sierlijke vaste plant uit de loofbossen in het oosten van Noord-Amerika. Hij vormt een losse, bossige pol van dunne, roodachtige stengels met drietallig blad, tot 90 cm hoog. In juni en juli zweven daarboven talloze witte, stervormige bloempjes met vijf smalle, licht gedraaide kroonblaadjes, die in rode kelkjes staan. Na de bloei blijven die rode kelken nog lang sieren, en in de herfst kleurt het blad rood tot oranje. Tuiniers waarderen hem om zijn luchtige, natuurlijke uitstraling en omdat hij, eenmaal ingeburgerd, jarenlang meegaat zonder veel zorg.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem of klei
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,9 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,9 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een gillenia?
- Groeivorm
- Losse, bossige pol van 60–90 cm hoog en ongeveer 60 cm breed, met dunne, roodachtige stengels.
- Blad
- Drietallig, met smalle, gezaagde blaadjes; frisgroen, in de herfst rood tot oranje.
- Bloem
- Stervormig, 2–3 cm, met vijf smalle, witte kroonblaadjes, soms met een roze zweem; in juni–juli.
- Kelk
- Rood en blijvend: na de bloei sieren de kelkjes nog weken.
- Wortels
- Een diepe, stevige wortelstok; hij houdt niet van verplanten.
Bloei: juni–juli · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een luchtige wolk witte sterretjes in juni–juli die een border licht en natuurlijk maakt.
- Na de bloei blijven de rode kelkjes en stengels mooi; in de herfst krijgt het blad een warme rode kleur.
- Bijen bezoeken de open bloempjes.
- Zeer winterhard en lang levend: een plant voor jaren op dezelfde plek.
- Past in een border in halfschaduw, een bosrand of een natuurlijke tuin.
Waar staat een gillenia graag?
- Lichte schaduw of halfschaduw is ideaal; in volle zon alleen als de grond vochtig blijft.
- Humusrijke leem- of kleigrond, zuur tot neutraal.
- Normaal vochtig tot vochtig: laat hem in de zomer niet uitdrogen.
- Reken op 50–60 cm tussen de planten en kies meteen een vaste plek, want hij verhuist niet graag.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Varens: Een groen tapijt in dezelfde lichte schaduw.
- Hosta: Groot, rustig blad naast de fijne, luchtige bloempjes.
- Zeeuws knoopje: Bloeit tegelijk in halfschaduw, in wit, roze of rood.
- Ooievaarsbek: Een lage bodembedekker aan de voet.
- Japanse anemoon: Neemt de bloei over in de nazomer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gillenia?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een ruim, diep plantgat en meng er bladcompost of goed verteerde compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 50–60 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond het eerste jaar vochtig.
- Mulch met bladcompost om de grond koel en vochtig te houden.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig bij droogte; daarna in droge zomers, zeker op een zonnige plek.
- Bemesten
- Een laag bladcompost of compost in maart volstaat.
- Mulchen
- Elk voorjaar bladcompost of fijne houtsnippers rond de voet.
- Steun
- Op een te schaduwrijke of winderige plek kunnen de stengels uitzakken; een paar takken of een ring helpen.
- Rust
- Laat hem ongestoord: scheuren of verplanten is niet nodig en remt de groei.
Tip: Kies in één keer de juiste plek in lichte schaduw en laat hem dan met rust: elk jaar wordt de pol voller en mooier.
Wanneer snoei je een gillenia?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Hij wordt nauwelijks gesnoeid: je knipt enkel in maart de dode stengels van vorig jaar af.
Hoe:
- Knip in maart de verdorde stengels tot net boven de grond weg, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
- Laat de stengels tot dan staan: de herfstkleur en het winterse silhouet zijn mooi.
- Uitgebloeide bloemen hoef je niet weg te knippen: de rode kelkjes sieren nog lang.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai vers zaad in de herfst in een pot en laat die buiten staan: het heeft een koude periode nodig om te kiemen. Zaailingen groeien traag.
- Scheuren
- Kan in het vroege voorjaar met een scherpe spade, maar de plant slaat daarna traag aan. Doe het enkel als het echt moet.
Hoe komt een gillenia de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Uiterst winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het bovengrondse deel sterft in de herfst af; markeer de plek, zodat je de jonge scheuten in het voorjaar niet beschadigt.
- In een pot: kies een grote, diepe pot en zet die beschut, zodat de wortels niet volledig doorvriezen.
Ziektes en plagen
- Slakken: Vreten aan de jonge scheuten in het voorjaar. Raap ze ’s avonds weg of bescherm de jonge scheuten.
- Bruine bladranden: Teken van droogte of te veel zon. Geef water en mulch, of verplaats hem in de herfst naar een koelere plek.
- Traag aanslaan: Na verplanten of scheuren groeit hij een jaar of twee nauwelijks. Laat hem daarna ongestoord.
- Uitzakkende stengels: In te diepe schaduw worden de stengels slap. Geef meer licht of wat steun.
Het jaar rond
- Maart: Dode stengels wegknippen. Bladcompost geven. Planten.
- April: Planten. Jonge scheuten beschermen tegen slakken.
- Mei: Water geven bij droogte. Eventueel steun plaatsen.
- Juni: Begin van de bloei.
- Juli: Bloei. Water geven bij droogte.
- Augustus: De rode kelkjes blijven sieren.
- September: Planten.
- Oktober: Herfstkleur. Planten. Zaad buiten in een pot zaaien.
- November: Stengels laten staan voor het wintersilhouet.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij hoort bij de rozenfamilie, al zou je dat aan de ijle bloempjes niet zeggen.
- In oudere boeken staat hij ook als Porteranthus trifoliatus.
- Na de bloei vallen de witte kroonblaadjes af, maar de rode kelken blijven nog weken aan de plant.