Gladiolus papilio

Foto: peganum from Henfield, England, CC BY-SA 2.0 · bron

Bol- of knolgewas · Iridaceae

Gladiolus papilio

Gladiolus papilio, de vlindergladiool, komt uit Zuid-Afrika, waar hij op vochtige, grazige plekken groeit. Anders dan de grootbloemige tuingladiolen is dit een losse, sierlijke plant van ongeveer 90 cm met knikkende, bijna klokvormige bloemen in grijsgroen en crème met paarse nerven en een donkere, vlinderachtige vlek. Ze bloeien van augustus tot oktober, wanneer veel andere planten al op hun einde lopen. Hij is vrij winterhard voor een gladiool en breidt zich met ondergrondse uitlopers uit tot een groepje. Een bijzondere plant voor een zonnige border met een late bloei.

Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de knol. Houd kinderen, honden, katten en paarden uit de buurt en verwar de knollen niet met eetbare knollen. Hij breidt zich uit met uitlopers; haal overtollige knolletjes weg. Draag handschoenen bij het planten.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    tot -12 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    0,9 m

    hoog, 0,3 m breed

  • Bloei

    augustus–oktober

Feiten op een rij
Hoogte0,9 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeiaugustus–oktober

Herkennen

Hoe herken je een Gladiolus papilio?

Groeivorm
Knolgewas van ongeveer 90 cm hoog en 30 cm breed, met rechte bloemstengels; breidt zich uit met ondergrondse uitlopers.
Blad
Smal en zwaardvormig, grijsgroen, in een waaier aan de voet van de stengel.
Bloem
Een losse aar met meerdere knikkende, bijna klokvormige bloemen, grijsgroen tot crème met paarse nerven en een donkere vlek, van augustus tot oktober.
Knol
Ronde, afgeplatte knol met een vezelig vlies; hij vormt uitlopers en dochterknolletjes.
Rust
Het blad verdwijnt in de herfst; in de winter rust de knol onder de grond.

Bloei: augustus–oktober · Planten: april–mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Opvallende, knikkende bloemen in grijsgroen en paars met een vlinderachtige vlek: heel anders dan gewone gladiolen.
  • Bloeit van augustus tot oktober, als veel borders al wat moe zijn.
  • Vrij winterhard voor een gladiool: hij kan buiten blijven en breidt zich uit.
  • Bijen en hommels bezoeken de bloemen voor nectar.
  • Staat mooi in een natuurlijke, losse border tussen siergrassen en late vaste planten.

Waar staat een Gladiolus papilio graag?

  • Volle zon en een warme, beschutte plek, bijvoorbeeld tegen een zuidmuur.
  • Goed doorlatende zand-, leem- of kleigrond, neutraal tot kalkrijk; in de zomer niet te droog, in de winter niet te nat.
  • Normaal vochtig: in de zomer regelmatig water bij droogte.
  • Beschut tegen wind; plant op 15–20 cm van elkaar, in groepjes van minstens vijf knollen.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Normaal
Grootte
0,9 m hoog, 0,3 m breed
Winterhard
Matig winterhard (tot -12 °C): bescherm hem in strenge winters

Mooi samen met

  • Siergrassen: Losse grassen zoals pijpenstrootje geven de bloemen een zachte achtergrond.
  • Herfstaster: Bloeit tegelijk in blauw en paars en past bij de kleuren van de gladiool.
  • Hemelsleutel: Een late, stevige vaste plant voor dezelfde zonnige border.
  • Japanse anemoon: Roze en witte bloemen in dezelfde late zomer.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Gladiolus papilio?

Planten in april–mei.

  1. Plant in april–mei, als de zwaarste vorst voorbij is.
  2. Graaf een gat van 10–15 cm diep: diep planten maakt hem winterharder.
  3. Meng op zware grond wat grof zand door de grond zodat het water goed wegtrekt.
  4. Zet de knol met de punt naar boven, op 15–20 cm van de volgende.
  5. Dek af met grond, druk aan en geef water; leg daarna een laagje mulch.

Verzorgen

Water
Geef bij droogte in de zomer regelmatig water, vooral tijdens de bloei: hij komt van nature van vochtige plekken.
Bemesten
In het voorjaar wat compost of een meststof voor bloeiende planten; verder niet nodig.
Mulchen
Een laag compost of schors houdt de grond vochtig en beschermt de knollen in de winter.
Steun
Op een winderige plek een steuntje geven, zodat de bloemstengels niet omvallen.
Uitlopers
Haal om de paar jaar overtollige knolletjes weg als de groep te groot wordt.

Tip: Plant hem diep (10–15 cm) en leg in de winter een dikke laag mulch: zo komt hij vrij winterhard en jaar na jaar terug.

Wanneer snoei je een Gladiolus papilio?

Wanneer: Deze gladiool wordt niet gesnoeid. Je knipt na de bloei de bloemstengel af en later het dode blad, in november.

Hoe:

  • Knip de uitgebloeide bloemstengel af als je geen zaad wilt.
  • Laat het blad staan tot het geel is en verdord.
  • Knip het dode blad in november tot enkele centimeters boven de grond.

Let op: Knip het blad niet af zolang het groen is: de knol heeft het nodig om weer te bloeien.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Knolletjes scheiden
In het voorjaar, vlak voor het planten: graaf een groepje op, haal de dochterknolletjes en uitlopers los en plant ze op 10–15 cm diep.
Zaaien
Zaai in het voorjaar in een pot met zandige grond op een lichte, warme plek. De zaailingen bloeien na enkele jaren.

Hoe komt een Gladiolus papilio de winter door?

Winterhard tot −12 °C: beschermen in strenge winters.

  • Vrij winterhard, tot ongeveer −12 °C: in de meeste Belgische winters kan hij buiten blijven.
  • Leg een dikke laag mulch van compost of bladeren over de knollen, zeker op zware, natte grond.
  • In streken met strenge vorst of op natte klei: neem de knollen op, laat ze drogen en bewaar ze vorstvrij in droog zand.
  • In een pot: zet hem droog en vorstvrij weg.

Ziektes en plagen

  • Gladiolentrips: Zilverachtige strepen op blad en vervormde bloemen. Spuit af met water en knip aangetaste delen weg; vermijd hete, droge plekken.
  • Slakken: Ze eten jonge scheuten in het voorjaar. Verzamel ze ’s avonds of leg een barrière van grof zand.
  • Knolrot: De knol wordt zacht en bruin, vooral in natte winters. Zorg voor een doorlatende grond en bewaar opgenomen knollen droog.
  • Geen bloei: Te ondiep geplant, te droog of te dicht op elkaar. Plant dieper, geef water en deel de pol.

Het jaar rond

  • Maart: Pollen delen en knolletjes losmaken.
  • April: Planten op 10–15 cm diep.
  • Mei: Planten. Letten op slakken.
  • Juni: Water geven bij droogte. Steun plaatsen.
  • Juli: Bij droogte water geven. Letten op trips.
  • Augustus: Begin van de bloei.
  • September: Volle bloei.
  • Oktober: Laatste bloemen. Eventueel knollen opnemen.
  • November: Dood blad afknippen en een dikke laag mulch leggen.
  • December: Rust.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Alle delen van de gladiool zijn giftig, vooral de knollen: ze kunnen braken, kwijlen en diarree geven, bij kinderen en ook bij honden, katten en paarden. Gladiolen die je in de herfst rooit, zoals de grootbloemige tuingladiool en acidanthera, bewaar je vorstvrij tot het voorjaar, vaak in de kelder of de garage, waar ook de aardappelen en uien liggen: de platte knollen met hun bruine rok kunnen dan verward worden met sjalotten of uien. Bewaar ze dus apart, in een gelabelde doos of zak, buiten het bereik van kinderen en huisdieren. Laat geen knollen rondslingeren waar honden ze kunnen vinden, en draag handschoenen bij het rooien, schoonmaken en planten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De soortnaam papilio is Latijn voor ‘vlinder’ en verwijst naar de vlinderachtige tekening op de bloem.
  • Gladiolus komt van het Latijnse gladius, ‘zwaard’, naar de zwaardvormige bladeren.
  • Anders dan veel andere gladiolen groeit hij in zijn thuisland op vochtige, grazige plekken.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…