Kamerplant · Marantaceae
Calathea
Goeppertia lancifolia
In andere talen: Rattlesnake plant (English)
De slangenplant of rattlesnake plant, vroeger Calathea insignis genoemd, komt uit de regenwouden van Brazilië. Hij heeft lange, smalle, golvende bladeren met een lichtgroene bovenkant en donkergroene vlekken langs de middennerf, die doen denken aan het patroon op een ratelslang. De onderkant is paarsrood. Hij hoort bij de makkelijkere calathea’s, maar blijft een plant voor een lichte plek zonder zon, met zacht water en een vochtige omgeving. Hij bloeit binnen zelden en wordt gekweekt voor zijn blad.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 15 °C
Grootte
0,7 m
hoog, 0,5 m breed
| Hoogte | 0,7 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een calathea?
- Groeivorm
- Rechte, pollenvormige bladplant van ongeveer 70 cm hoog en 50 cm breed, met bladeren op lange stelen.
- Blad
- Smal en lancetvormig, 30–40 cm lang, met een golvende rand; lichtgroen met donkergroene vlekken, onderop paarsrood.
- Beweging
- De bladeren vouwen zich ’s avonds omhoog en zakken overdag weer; dat is normaal.
- Bloem
- Binnen zelden en onopvallend; de plant wordt gekweekt voor zijn blad.
- Wortels
- Dikke, vlezige wortels vanuit een korte wortelstok; ze verdragen geen natte voeten.
Planten: april–mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Opvallend gevlekt blad dat de hele plant tot een blikvanger maakt, het hele jaar door.
- Redelijk makkelijk voor een calathea en verdraagt wat minder licht dan zijn verwanten.
- Past op een tafel, kast of in een badkamer met raam, want hij blijft rond 70 cm.
- Het blad beweegt: overdag liggen de bladeren plat en ’s avonds vouwen ze zich omhoog.
- Brengt tropische sfeer in huis zonder bloemen of veel werk.
Waar staat een calathea graag?
- Lichte schaduw tot helder indirect licht: bij een noord- of oostraam, of ver van een zuidraam. Felle zon laat de tekening verbleken en verbrandt het blad.
- Losse, humusrijke, licht zure potgrond met turf en perliet die vocht vasthoudt maar goed doorlaat.
- Warm: 18–25 °C en nooit onder 15 °C. Geen tocht en geen koude vensterbank.
- Hoge luchtvochtigheid, liefst boven de 60 %: een kiezelbak, luchtbevochtiger of badkamer helpt.
- Licht
- Licht, zonder felle zon of weinig licht
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon of veel
- Grootte
- 0,7 m hoog, 0,5 m breed
- Temperatuur
- Minimum 15 °C
Mooi samen met
- Pauwenplant: Een verwante calathea met gestreept blad voor dezelfde plek.
- Pijlwortel (Maranta): Bewegend blad en dezelfde warmte en vochtigheid.
- Varens: Een frisgroene tegenhanger voor een vochtige hoek.
- Fittonia: Een laagblijvende bladplant die ook van warmte en vocht houdt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een calathea?
Planten in april–mei.
- Verpot in april–mei, als de wortels de pot vullen; een jonge plant om de 1–2 jaar.
- Kies een pot met gaten in de bodem, een maat groter dan de vorige, en leg onderin kleikorrels voor afwatering.
- Gebruik een luchtige, licht zure potgrond met veel organisch materiaal en perliet.
- Zet de plant even diep als eerst en druk de grond zachtjes aan.
- Geef lauw, kalkarm water en zet hem op een lichte plek zonder zon.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond gelijkmatig vochtig, nooit nat. Gebruik regenwater, gefilterd of afgekoeld gekookt water; kraanwater geeft bruine bladtoppen.
- Besproeien
- Besproei het blad regelmatig met kalkarm water, bij voorkeur in de ochtend. Zet hem daarnaast op een kiezelbak.
- Bemesten
- Van april tot september om de 2–4 weken een halve dosis voeding voor bladplanten. Niet in de winter.
- Schoonhouden
- Veeg stof af met een vochtige doek, zodat het blad kan ademen.
- Verpotten
- Eén keer per 1–2 jaar in het voorjaar, in een maat grotere pot of na het delen.
Tip: Houd de grond vochtig met kalkarm water, vermijd tocht en felle zon en besproei het blad regelmatig. Draai de pot af en toe, zodat hij gelijkmatig groeit.
Wanneer snoei je een calathea?
Wanneer: Je snoeit nauwelijks: verwijder naar behoefte oude, gele of beschadigde bladeren.
Hoe:
- Knip gele, bruine of beschadigde bladeren met de steel af, vlak boven de grond.
- Haal bruine bladpunten zo nodig weg met een schaar, langs de natuurlijke vorm van het blad.
- Laat gezonde bladeren staan; de plant heeft ze nodig.
- Verwijder dode bladeren meteen, zodat er geen schimmel op ontstaat.
Let op: Gebruik een schone schaar en snijd altijd bij de voet, niet halverwege de steel.
Vermeerderen
- Delen
- In april–mei bij het verpotten: haal de plant uit de pot, verdeel de kluit voorzichtig in stukken met wortels en minstens 3–4 bladeren en pot ze apart. Houd ze warm, vochtig en beschut tot ze doorgroeien.
Hoe komt een calathea de winter door?
- Niet winterhard: de minimumtemperatuur is 15 °C. Hij mag nooit buiten overwinteren.
- Houd hem warm (18–20 °C) en licht, uit de buurt van een koud raam of tocht.
- Geef minder water en bemest niet; de grond mag oppervlakkig iets drogen.
- Zorg bij centrale verwarming voor extra luchtvochtigheid, want droge lucht geeft bruine bladranden.
Ziektes en plagen
- Bruine bladranden en -toppen: Droge lucht of kraanwater met veel kalk of fluoride. Besproei vaker, verhoog de luchtvochtigheid en gebruik regenwater of gefilterd water.
- Krullend blad: Teken van dorst, droge lucht of tocht. Geef water, zet een kiezelbak neer en houd de plant uit de tocht.
- Verbleekt blad: Te veel zon laat de tekening vervagen en geeft dorre plekken. Zet hem uit de zon, in lichte schaduw.
- Spint: Fijn spinrag en gespikkeld blad bij droge, warme lucht. Spoel of veeg het blad schoon en verhoog de luchtvochtigheid.
Het jaar rond
- Januari: Rust: warm houden, minder water, niet bemesten.
- Februari: Rust. Luchtvochtigheid in de gaten houden.
- Maart: Langzaam weer meer water. Nog niet bemesten.
- April: Verpotten of delen. Beginnen met bemesten.
- Mei: Verpotten of delen. Om de 2–4 weken bemesten.
- Juni: Groeiseizoen. Besproeien en water geven.
- Juli: Groeiseizoen. Uit de zon houden.
- Augustus: Groeiseizoen. Op spint letten.
- September: Minder bemesten.
- Oktober: Bemesten stoppen. Uit de koude tocht zetten.
- November: Rust. Weinig water, warm houden.
- December: Rust: warm, licht en zonder tocht.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Engelse naam ‘rattlesnake plant’ verwijst naar het patroon van het blad, dat aan de huid van een ratelslang doet denken.
- Het geslacht Calathea dankt zijn naam aan het Griekse ‘kalathos’, dat mand betekent: van de bladeren van sommige soorten worden manden gevlochten.
- Veel calathea’s zijn sinds 2012 ondergebracht in het geslacht Goeppertia.