Japans bosgras (Hakonechloa macra)

Foto: Photo by and (c)2006 Derek Ramsey (Ram-Man). Location credit to the Chanticleer Garden., CC BY-SA 3.0 · bron

Siergras · Poaceae

Japans bosgras

Hakonechloa macra

In andere talen: Herbe du Japon (Français) · Japanese forest grass (English)

Japans bosgras komt uit de bergen van Japan, waar het in het wild groeit op vochtige rotswanden en in lichte bossen. Het vormt een lage, golvende pol van dunne, boogvormige stengels met smalle, bamboeachtige bladeren die allemaal dezelfde kant op vallen, als een waterval. Het is een van de weinige siergrassen die het echt goed doen in halfschaduw en schaduw. Bekend is het ras ‘Aureola’, met goudgeel blad met smalle groene strepen; ‘All Gold’ is volledig geel en ‘Albostriata’ heeft wit gestreept blad. In de herfst kleurt het blad oranje tot roodbruin.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Leem of veen

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,35 m

    hoog, 0,5 m breed

  • Bloei

    augustus–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte0,35 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeiaugustus–september

Herkennen

Hoe herken je een japans bosgras?

Groeivorm
Lage, golvende pol van 30–40 cm hoog en zo’n 50 cm breed, die heel langzaam uitbreidt via korte wortelstokken.
Blad
Smal en lancetvormig, tot zo’n 25 cm lang, op dunne, boogvormige stengels. Alle bladeren hangen dezelfde kant op.
Kleur
Frisgroen bij de soort, goudgeel met groene strepen bij ‘Aureola’. In de herfst oranje, rood of koperbruin.
Bloem
In augustus–september luchtige, onopvallende pluimpjes boven het blad.
Wortels
Korte, kruipende wortelstokken. Hij vormt een dichte pol, maar woekert niet.

Bloei: augustus–september · Planten: maart–mei · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de weinige siergrassen die mooi blijven in halfschaduw en schaduw.
  • Het overhangende blad verzacht de randen van paden, trappen en muurtjes.
  • Het hele seizoen mooi: frisgroen of goudgeel in de zomer, oranje tot roodbruin in de herfst.
  • Woekert niet: de pol breidt zich heel traag uit.
  • Ideaal in een pot of hoge bak, waar het blad over de rand valt.

Waar staat een japans bosgras graag?

  • Halfschaduw of lichte schaduw is ideaal. Geelbladige vormen verbranden in volle zon en worden groener in diepe schaduw.
  • Humusrijke leem- of veengrond die niet uitdroogt, zuur tot neutraal. Zandgrond verbeter je eerst met veel compost of bladaarde.
  • Een normaal vochtige plek: vermijd grond die in de zomer uitdroogt of in de winter onder water staat.
  • Reken op 40–50 cm tussen de planten; voor een gesloten rand plant je ze op 35–40 cm.
Licht
Halfschaduw en schaduw
Grondsoort
Leem of veen
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal
Grootte
0,35 m hoog, 0,5 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -25 °C)

Mooi samen met

  • Hosta: Grote, ronde bladeren als rustig contrast met het fijne, overhangende gras.
  • Varens: Samen een frisse, groene schaduwborder vol textuur.
  • Purperklokje: Donker of bont blad naast het goudgele gras.
  • Elfenbloem: Een groenblijvende bodembedekker voor dezelfde halfschaduw.
  • Japanse esdoorn: Een klassieke Japanse combinatie, met mooie herfstkleuren.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een japans bosgras?

Planten in maart–mei.

  1. Plant in maart, april of mei, als de grond opwarmt: dan heeft hij een heel seizoen om in te wortelen.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en meng er een paar scheppen compost of bladaarde door.
  3. Zet de pol even diep als in de pot, niet dieper, anders kan het hart rotten.
  4. Plant 40–50 cm uit elkaar en draai de planten zo dat het blad naar het pad of de rand van de border valt.
  5. Geef meteen een flinke gieter water en leg een laag mulch van bladcompost rond de pol.

Verzorgen

Water
Hou de grond het eerste jaar vochtig. Daarna enkel water geven bij langere droogte; in een pot geregeld gieten.
Bemesten
In april een laagje compost of organische mest. Meer is niet nodig.
Mulchen
Een laag bladaarde of compost in het voorjaar houdt de grond koel en vochtig en voedt de plant.
Geduld
Hij groeit traag: pas na twee à drie jaar heb je een mooie, volle pol. Plant dichter als je sneller een gesloten rand wilt.
Pot
Gebruik potgrond met wat compost. Verpot of scheur om de paar jaar, als de pot vol zit.

Tip: Plant hem langs een pad, aan de rand van een trap of in een hoge pot, zodat het overhangende blad over de rand kan vallen. Geelbladige vormen kleuren het mooist met wat ochtendzon en schaduw in de namiddag.

Wanneer snoei je een japans bosgras?

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: In maart, voor de nieuwe scheuten verschijnen. Laat het verkleurde blad de hele winter staan.

Hoe:

  • Knip de hele pol terug tot 2–5 cm boven de grond.
  • Gebruik een scherpe snoeischaar of heggenschaar en haal het oude blad weg met een hark of met de hand.
  • Snoei niet in de herfst: het droge blad beschermt het hart tegen vorst en natte kou.

Let op: Wacht niet te lang: als de nieuwe scheuten al boven komen, knip je makkelijk de jonge toppen mee weg.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Scheuren
In april–mei, als de nieuwe groei op gang komt: steek met een scherpe spade een paar stukken van de rand van de pol af, elk met wortels en scheuten, en plant ze meteen. Omdat hij traag groeit, neem je best grote stukken.
Oppotten
Kleine stukken pot je eerst op in potgrond met wat compost. Laat ze een seizoen aansterken in de halfschaduw en plant ze uit in de herfst of het volgende voorjaar.

Hoe komt een japans bosgras de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in een Belgische winter is geen bescherming nodig.
  • Laat het verkleurde blad tot maart staan: het beschermt het hart en is mooi met rijp erop.
  • Natte voeten in de winter zijn erger dan vorst: zorg dat de grond goed afwatert.
  • In een pot: zet hem tegen een muur of wikkel de pot in jute, zodat de kluit niet volledig bevriest.

Ziektes en plagen

  • Slakken: Ze vreten in april–mei aan de jonge scheuten. Kijk ’s avonds na en raap ze weg, of lok ze onder een plankje waar ze overdag schuilen.
  • Bruine bladpunten: Teken van te veel zon of te droge grond. Geef water, mulch en verplant hem zo nodig naar een plek met meer schaduw.
  • Groen blad bij ‘Aureola’: In diepe schaduw kleurt het goudgele blad groener. Lichte schaduw of ochtendzon geeft de mooiste kleur.
  • Trage groei: Normaal voor deze soort. Geef humusrijke, vochtige grond en compost, en heb geduld: na een paar jaar vult hij zijn plek.

Het jaar rond

  • Maart: Oud blad terugknippen tot 2–5 cm. Compost strooien.
  • April: Planten of scheuren. Letten op slakken bij de jonge scheuten.
  • Mei: Planten. Mulch aanbrengen.
  • Juni: Water geven bij droogte, zeker in potten.
  • Juli: Water geven bij droogte. Het blad staat op zijn mooist.
  • Augustus: Luchtige pluimpjes verschijnen. Water geven bij droogte.
  • September: Bloei. De herfstkleur begint.
  • Oktober: Herfstkleur in oranje tot roodbruin.
  • November: Blad laten staan als winterbescherming.
  • December: Rust. Het droge blad is mooi in de rijp.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Hij is genoemd naar Hakone, een bergstreek bij de berg Fuji, en het Griekse woord chloa, gras.
  • Hakonechloa macra is de enige soort in zijn geslacht.
  • In Groot-Brittannië kreeg ‘Aureola’ de Award of Garden Merit van de Royal Horticultural Society, een onderscheiding voor betrouwbare tuinplanten.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…