
Foto: M a n u e l (M. Martin Vicente), CC BY-SA 2.0 · bron
Vaste plant · Asteraceae
Wilgenblad-zonnebloem
Helianthus salicifolius
In andere talen: Hélianthe à feuilles de saule (Français) · Willow-leaved sunflower (English)
De wilgenblad-zonnebloem komt uit de prairies van het midden van de Verenigde Staten. Het is een hoge vaste plant met rechte, rijk bebladerde stengels van 1,5–2 m, bezet met smal, wilgachtig blad dat sierlijk naar beneden hangt als een fontein. Het gele bloemenfeest komt laat: pas in september en oktober verschijnen de gele bloemen van 5–7 cm, wanneer de meeste zomerbloeiers al klaar zijn. Tuiniers waarderen hem als structuurplant en als late nectarbron voor bijen en vlinders. Een compact ras is ‘Table Mountain’.
Let op: Hij breidt zich langzaam uit met wortelstokken en kan na enkele jaren een groot deel van de border innemen. Deel de pol om de drie à vier jaar.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
2 m
hoog, 0,9 m breed
Bloei
september–oktober
| Snoeimaanden | februari–maart |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen, vlinders en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | september–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een wilgenblad-zonnebloem?
- Groeivorm
- Hoge, rechte pol van 1,5–2 m en ongeveer 90 cm breed, met stevige, onvertakte stengels.
- Blad
- Smal, lijnvormig en wilgachtig, 10–15 cm lang, donkergroen en bovenaan overhangend.
- Bloem
- Gele bloemen van 5–7 cm met een gele tot bruine schijf, in pluimen aan de top van de stengels.
- Bloeitijd
- Van september tot in oktober, laat in het seizoen.
- Wortels
- Kruipende wortelstokken: de pol wordt langzaam breder, maar woekert niet snel.
Bloei: september–oktober · Planten: maart–mei · Snoeien: februari–maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Prachtig fijn, wilgachtig blad: de plant is al sierlijk lang voor de bloei begint.
- Bloeit pas in september en oktober, een schaars bloeiseizoen in de border.
- Late nectarbron voor bijen en vlinders; vogels eten daarna de zaden.
- Verdraagt droogte beter dan de meeste grote vaste planten, ook op arme grond.
- Geeft hoogte en structuur aan de achterkant van een zonnige border.
Waar staat een wilgenblad-zonnebloem graag?
- Volle zon: in de schaduw worden de stengels lang en slap en bloeit hij nauwelijks.
- Gewone tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Een goed doorlatende grond is ideaal.
- Droog tot normaal vochtig: hij verdraagt droogte, maar niet permanent natte grond in de winter.
- Beschut tegen harde wind of met steun, want de hoge stengels kunnen omwaaien.
- Plant op 80–90 cm van elkaar en zet hem achteraan in de border.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 2 m hoog, 0,9 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Aster: Paarse en blauwe herfstbloemen als contrast voor de gele bloemen.
- Siergrassen: Pluimen en halmen vormen een luchtige achtergrond.
- Zonnehoed: Gele en bruine bloemen in dezelfde stijl, maar lager.
- Sedum: Een lage, bloeiende voorgrond in roze en rood in de herfst.
- Japanse anemoon: Roze of witte bloemen die goed bij het late geel passen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een wilgenblad-zonnebloem?
Planten in maart–mei.
- Plant in maart, april of mei, als de grond niet meer bevroren is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit en meng er zo nodig wat compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 80–90 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen een flinke gieter water en herhaal dat het eerste jaar bij droog weer.
- Een laagje compost of fijne schors rond de voet houdt onkruid tegen.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks flink water. Daarna is hij vrij droogtebestendig en volstaat water in lange droge periodes.
- Bemesten
- Weinig of niets: een schep compost in het voorjaar volstaat. Te veel mest geeft lange, slappe stengels.
- Steun
- Op winderige plekken stevige stokken plaatsen in mei, of knip in juni de scheuten in.
- Inknippen
- Knip eind mei of begin juni de scheuten met een derde in: lagere, vollere planten met meer takken.
- Delen
- Om de drie à vier jaar delen houdt de pol vitaal en beperkt de verspreiding.
Tip: Knip de scheuten eind mei met een derde in: dan blijft de plant lager, takt hij beter uit en kijk je minder tegen kale onderkanten aan. Zet er lagere planten voor.
Wanneer snoei je een wilgenblad-zonnebloem?
Snoeimaanden: februari–maart.
Wanneer: Eind februari of in maart knip je de afgestorven stengels terug; eventueel knip je eind mei de scheuten in.
Hoe:
- Snijd de oude stengels af tot 10–15 cm boven de grond, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
- Wil je een compactere plant, knip dan eind mei de scheuten met een derde terug. De bloei start iets later, maar de plant is stabieler.
- Laat de zaadhoofden in de herfst staan voor de vogels en knip pas in het voorjaar.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april de pol uitgraven en met een scherpe spade in stukken met wortels en scheuten delen. Meteen herplanten en water geven.
- Stekken
- In mei–juni stekken van 10–15 cm van jonge scheuten, in vochtige stekgrond. Na enkele weken wortelen ze.
Hoe komt een wilgenblad-zonnebloem de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard tot ongeveer −35 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
- De bovengrondse delen sterven af; laat de zaadhoofden staan voor de vogels en knip pas in februari of maart.
- Zorg voor een goed doorlatende grond: natte voeten in de winter zijn gevaarlijker dan vorst.
Ziektes en plagen
- Slakken: Jonge scheuten worden in het voorjaar kaalgevreten. Slakken rapen, een barrière van schelpengrit leggen of een slakkenval plaatsen.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral bij droogte en dichte beplanting. Water geven aan de voet, ruimte laten en tijdig delen.
- Kaal onderblad: In de loop van de zomer verliest de plant vaak de onderste bladeren. Plant er lagere planten voor of knip in juni in.
- Omvallende stengels: Op een winderige of schaduwrijke plek. Steun plaatsen of de scheuten in juni inknippen.
Het jaar rond
- Februari: Oude stengels terugknippen tot 10–15 cm boven de grond.
- Maart: Delen en verplanten. Compost geven.
- April: Planten. Letten op slakken bij de jonge scheuten.
- Mei: Planten. Eventueel inknippen met een derde. Steun plaatsen.
- Juni: Water geven bij droogte. Hoge stengels steunen.
- Juli: Groei. Af en toe water geven bij droogte.
- Augustus: Het blad hangt sierlijk. Knoppen vormen zich.
- September: Begin van de bloei. Bijen en vlinders bezoeken de bloemen.
- Oktober: Volle bloei. Zaadhoofden laten staan voor de vogels.
- November: Rust. Afgestorven stengels mogen nog staan.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het smalle, hangende blad geeft hem het uiterlijk van een kleine wilg, wat in zijn naam terug te vinden is: salicifolius betekent wilgenbladig.
- De plant komt van nature voor in de prairies van de Verenigde Staten, waar hij droge, open grasvlakten gewend is.
- In de herfst zijn de bloemen een belangrijke late voedselbron voor bijen en vlinders.