
Foto: aarongunnar, CC BY 4.0 · bron
Vaste plant · Asteraceae
Aster
Symphyotrichum oblongifolium
In andere talen: Aster à feuilles oblongues (Français) · Aromatic aster (English)
Deze herfstaster (Symphyotrichum oblongifolium, in het Engels ‘aromatic aster’) komt uit de droge prairies, rotsachtige hellingen en open bossen van midden en oost Noord-Amerika. Hij vormt een lage, bolle pol van 40–60 cm met grijsgroen, ruw behaard blad dat licht geurt als je het wrijft. Van september tot in november verschijnen er talloze violetblauwe bloemetjes met een geel hart, lang na de meeste andere vaste planten. Een bekend ras is ‘October Skies’. Deze aster is een van de laatste bloeiers van het tuinjaar, verdraagt droogte goed en blijft vrij van meeldauw. Zo geeft hij bijen en vlinders nog nectar als de herfst al ver gevorderd is.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
september–november
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | september–november |
Herkennen
Hoe herken je een aster?
- Groeivorm
- Compacte, bolle pol van 40–60 cm hoog en ongeveer 60 cm breed, met veel zijtakken.
- Blad
- Langwerpig tot lancetvormig, grijsgroen en ruw behaard; de Engelse naam ‘aromatic’ verwijst naar de geur bij wrijven.
- Bloem
- Talloze margrietachtige bloemetjes van 2–3 cm, violetblauw met een geel hart, van september tot november.
- Wortels
- Korte wortelstokken die langzaam een bredere pol vormen; makkelijk te delen.
Bloei: september–november · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van september tot in november, als bijna alle andere vaste planten al uitgebloeid zijn.
- Verdraagt droogte en een zonnige, schrale plek, waar veel asters het moeilijk hebben.
- Blijft vrij van meeldauw, een veelvoorkomend probleem bij herfstasters.
- Bijen en vlinders vinden er nectar tot laat in het seizoen.
- Compacte, bolle pol die zonder steun mooi in vorm blijft; ook mooi als snijbloem.
Waar staat een aster graag?
- Volle zon: dan blijft de pol compact en bloeit hij het rijkst.
- Goed doorlatende grond: zand of leem, zuur tot kalkrijk. Schrale tot matig rijke grond is ideaal.
- Droog tot normaal; hij verdraagt droogte goed. Natte grond in de winter is zijn grootste vijand.
- Reken op ongeveer 60 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Hemelsleutel: Roze tot rode bloemschermen in dezelfde herfstperiode op dezelfde droge, zonnige plek.
- Lampenpoetsersgras: Een los siergras dat in de herfst in dezelfde zon bloeit.
- Blauwzwenkgras: Blauwgrijs, laag gras dat de bloemen vooraan omlijst.
- Zonnehoed: Droogtebestendig en bloeit nog door in de nazomer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een aster?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit; meng op zware grond zand of fijn grind door de aarde.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de top van de kluit gelijk met de grond.
- Houd 60 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond het eerste seizoen licht vochtig.
- Leg een dun laagje compost of grind rond de plant, maar laat de kroon vrij.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks water geven. Daarna redt hij zich zelf; alleen bij langdurige droogte een gietbeurt.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Te rijke grond geeft lange, slappe stengels en minder bloemen.
- Steun
- Niet nodig bij een zonnige, schrale plek.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat ze staan: de stengels en het zaad geven structuur in de winter en bieden insecten onderdak.
- Delen
- Om de 3–4 jaar in het voorjaar de pol delen houdt de plant krachtig en rijk bloeiend.
Tip: Plant hem op een zonnige, schrale plek en bemest niet: dan blijft hij compact en stevig. Laat de stengels in de winter staan voor insecten.
Wanneer snoei je een aster?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe scheuten uitlopen.
Hoe:
- Knip alle oude stengels tot ongeveer 10 cm boven de grond.
- Gebruik een scherpe snoeischaar en ruim het snoeisel op.
- Haal tijdens het seizoen dode of gebroken stengels aan de voet weg.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april: steek de pol met een spade in stukken met wortels en scheuten en plant ze meteen terug.
- Stekken
- In april–mei: stekken van 8–10 cm van jonge scheuten aan de voet, in vochtige stekgrond. Na enkele weken wortelen ze.
- Zaaien
- In het voorjaar buiten op een zaaibedje. Rassen zoals ‘October Skies’ komen niet altijd echt uit zaad.
Hoe komt een aster de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het gevaar zit in natte grond, niet in vorst: zorg voor goede drainage.
- Laat de uitgebloeide stengels staan tot maart: ze sieren de wintertuin en bieden insecten onderdak.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: Na een natte winter komt de plant niet meer op of het blad wordt geel. Plant op doorlatende grond, op een lichte verhoging, met zand door het plantgat.
- Slappe groei: Bij te rijke grond of te weinig licht. Plant in volle zon en bemest niet.
- Slakken: Ze vreten jonge scheuten in het voorjaar. Raap ze ’s avonds op en bescherm de jonge planten.
- Meeldauw: Komt zelden voor. Bij wit poeder op het blad: ruimte geven, aan de voet water geven en aangetaste bladeren wegknippen.
Het jaar rond
- Maart: Terugknippen tot 10 cm. Planten of delen.
- April: Planten of delen. Stekken van jonge scheuten nemen.
- Mei: Planten. Op slakken letten.
- Juni: Water geven in het eerste jaar bij droogte.
- Juli: Groei. Water geven in het eerste jaar bij droogte.
- Augustus: Knoppen vormen zich.
- September: Bloei begint. Planten kan nog.
- Oktober: Volle bloei. Planten of delen kan nog.
- November: Laatste bloemen. Stengels laten staan.
- December: Rust. De droge stengels sieren de tuin.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In het wild groeit deze aster op droge prairies en rotsachtige hellingen.
- De naam aster komt uit het Grieks en betekent ‘ster’.
- Asters horen bij de composietenfamilie, net als madeliefje en zonnebloem.