Vaste plant · Asteraceae

Vaste zonnebloem

Helianthus × multiflorus

In andere talen: Soleil vivace (Français) · Perennial sunflower (English)

De vaste zonnebloem is een tuinhybride, ontstaan uit een kruising van de eenjarige zonnebloem met een Noord-Amerikaanse vaste soort. Anders dan de eenjarige komt hij elk jaar terug uit een stevige, kruipende wortelstok. Hij vormt een flinke pol met rechte stengels tot ongeveer 1,5 m en bloeit van juli tot in oktober met gele, vaak dubbele bloemen. Bekende rassen zijn ‘Capenoch Star’ met enkele en ‘Loddon Gold’ met volledig dubbele bloemen. Voor bijen, vlinders en zaadetende vogels is hij een gedekte tafel aan het einde van de zomer.

Let op: Hij breidt zich uit met kruipende wortelstokken en kan een border overnemen. Houd de pol in toom door hem regelmatig te delen en stukken weg te nemen.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    1,5 m

    hoog, 0,8 m breed

  • Bloei

    juli–oktober

Feiten op een rij
Snoeimaandenfebruari–maart
Hoogte1,5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen, vlinders en vogels
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuli–oktober

Herkennen

Hoe herken je een vaste zonnebloem?

Groeivorm
Opgaande, dichte pol van 1,2–1,5 m hoog en ongeveer 80 cm breed, met rechte, stevige stengels.
Blad
Ruw, donkergroen, lancetvormig tot eirond, 10–15 cm lang; de onderste bladeren staan tegenover elkaar.
Bloem
Gele bloemen van 8–12 cm breed met een bruine of gele schijf; enkel of dubbel, afhankelijk van het ras.
Bloeitijd
Van juli tot oktober; knip verwelkte bloemen weg voor een langere bloei.
Wortels
Kruipende wortelstokken waarmee de pol jaar na jaar breder wordt.

Bloei: juli–oktober · Planten: maart–mei · Snoeien: februari–maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Vrolijke gele bloemen van juli tot oktober, precies wanneer veel andere vaste planten uitgebloeid zijn.
  • Keert elk jaar terug zonder dat je hoeft te zaaien: één keer planten, jaren plezier.
  • Bijen en vlinders halen nectar en stuifmeel; in de herfst eten vogels de zaden.
  • Goede snijbloem: de bloemen houden het enkele dagen vol in een vaas.
  • Groeit snel en vult een zonnige border met hoogte en kleur.

Waar staat een vaste zonnebloem graag?

  • Volle zon: op een schaduwrijke plek worden de stengels lang en slap en bloeit hij schaarser.
  • Gewone tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Een goed doorlatende grond is het beste.
  • Normaal vochtig; in een droge zomer komt hij wel door, maar hij bloeit mooier met af en toe water.
  • Zet hoge planten bij voorkeur beschut, of steun ze: wind kan de stengels laten omvallen.
  • Plant op 60–80 cm van elkaar en reken op een pol die jaarlijks wat breder wordt.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Normaal
Grootte
1,5 m hoog, 0,8 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Heliopsis: Een ander geel zomerbloeier met dezelfde zon- en grondwensen.
  • Rudbeckia: Gele en bruine bloemen in dezelfde stijl, maar lager.
  • Siergrassen: Pluimen en halmen zorgen voor een zachte, losse achtergrond.
  • Aster: De paarse en blauwe herfstbloemen vormen een mooi contrast met geel.
  • Salvia nemorosa: Blauwpaarse bloemaren vooraan in de border.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een vaste zonnebloem?

Planten in maart–mei.

  1. Plant in maart, april of mei, als de grond niet meer bevroren is. Gekweekte planten kunnen ook later in het seizoen.
  2. Graaf een plantgat ruim twee keer zo breed als de kluit en werk er wat compost door.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
  4. Houd 60–80 cm afstand tussen de planten.
  5. Geef meteen een flinke gieter water en herhaal dat het eerste jaar bij droog weer.
  6. Leg een laagje compost of fijne schors rond de voet, maar niet tegen de stengels aan.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar wekelijks bij droogte. Daarna alleen in lange droge periodes, flink en aan de voet.
Bemesten
Eén keer in het voorjaar compost of organische mest. Te veel stikstof geeft lange, slappe stengels.
Steun
Op winderige plekken stevige stokken of een ring plaatsen in mei, voor de stengels hoog zijn.
Uitgebloeide bloemen
Knip verwelkte bloemen weg voor meer bloei. Laat er in de herfst een paar staan voor de vogels.
Delen
Scheur de pol om de drie jaar in stukken, anders wordt het midden kaal en neemt de bloei af.

Tip: Delen om de drie jaar is de beste verzorging: de bloei blijft rijk en de pol wordt niet te breed. Hoge stengels steun je op winderige plekken met stokken in mei.

Wanneer snoei je een vaste zonnebloem?

Snoeimaanden: februari–maart.

Wanneer: Eind februari of in maart knip je de dode stengels terug tot vlak boven de grond.

Hoe:

  • Snijd alle oude stengels af tot 5–10 cm boven de grond, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
  • Wil je een compactere plant, knip dan eind mei de scheuten met een derde in. De bloei start dan iets later, maar de stengels zijn steviger.
  • Verwijder tijdens de bloei verwelkte bloemen om de bloeitijd te rekken.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
In maart–april de pol uitgraven en met een scherpe spade in stukken met wortels en scheuten delen. Meteen herplanten en water geven.
Stekken
In mei–juni stekken van 10–15 cm van jonge scheuten, in vochtige stekgrond. Na enkele weken wortelen ze.

Hoe komt een vaste zonnebloem de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Volledig winterhard tot ongeveer −30 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
  • De bovengrondse delen sterven af. Laat de zaadhoofden desgewenst staan voor de vogels en knip pas in februari of maart terug.
  • Nat staan in de winter, vooral op zware klei, is gevaarlijker dan vorst: zorg voor een goed doorlatende grond.

Ziektes en plagen

  • Slakken: Jonge scheuten worden in het voorjaar kaalgevreten. Slakken rapen, een barrière van schelpengrit leggen of een slakkenval plaatsen.
  • Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral bij droogte en dicht op elkaar. Water geven aan de voet, ruimte laten en de pol tijdig delen.
  • Omvallende stengels: Op winderige of te schaduwrijke plekken. Steun plaatsen, in mei inknippen en op een zonnige plek planten.
  • Bladluis: Aan jonge toppen, vooral in droge periodes. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes doen de rest.

Het jaar rond

  • Februari: Oude stengels terugknippen tot 5–10 cm boven de grond.
  • Maart: Delen en verplanten. Compost geven.
  • April: Planten. Letten op slakken bij de jonge scheuten.
  • Mei: Planten of steun plaatsen. Eventueel inknippen met een derde.
  • Juni: Water geven bij droogte. Knoppen vormen zich.
  • Juli: Begin van de bloei. Verwelkte bloemen wegknippen.
  • Augustus: Volle bloei. Bloemen snijden voor in de vaas.
  • September: Bloei. Af en toe water geven bij droogte.
  • Oktober: Laatste bloemen. Zaadhoofden laten staan voor de vogels.
  • November: Rust. Afgestorven stengels mogen nog staan.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Vlinders
Nectar voor dagvlinders.
Vogels
Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De vaste zonnebloem is een tuinhybride van de eenjarige zonnebloem en een Noord-Amerikaanse vaste soort, en bestaat dus niet in het wild.
  • Een zonnebloem is eigenlijk een bloemhoofdje: de gele ‘bloembladen’ zijn lintbloemen en de schijf in het midden bestaat uit tientallen kleine buisbloemen.
  • De naam Helianthus komt van het Griekse helios (zon) en anthos (bloem).

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…