
Foto: Forest & Kim Starr, CC BY 3.0 · bron
Klimplant · Convolvulaceae
Maanbloem
Ipomoea alba
In andere talen: Ipomée bonne-nuit (Français) · Moonflower (English)
De maanbloem komt uit de tropen van Amerika, waar hij als meerjarige klimplant groeit. In onze tuin is hij een eenjarige slingerplant die in één seizoen 3–4 m hoog wordt. Hij heeft hartvormige bladeren en reusachtige, witte, trompetvormige bloemen van 10–15 cm die ’s avonds snel opengaan en een zoete geur verspreiden. Ze blijven open tot de volgende ochtend. Hij bloeit pas laat, van augustus tot de eerste vorst, en wil een warme, zonnige, beschutte plek.
Let op: Alle delen van de plant, vooral de zaden, zijn giftig. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van de zaaddozen en zaden en eet er nooit van.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot 5 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
4 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
augustus–oktober
| Hoogte | 4 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | augustus–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een maanbloem?
- Groeivorm
- Eenjarige (in de tropen meerjarige) windende klimmer, 3–4 m hoog en ongeveer 40–50 cm breed; windt zich om steunen.
- Blad
- Hartvormig, 8–20 cm, soms met enkele lobben; frisgroen.
- Bloem
- Trompetvormig, wit, 10–15 cm breed met een lange, groenige buis; gaat ’s avonds open. Augustus–oktober.
- Geur
- Zoet en sterk, vooral in de avond en de nacht.
- Zaad
- Ronde zaaddozen met grote, bruine zaden; de zaden zijn giftig.
Bloei: augustus–oktober · Zaaien: maart–april · Planten: juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloemen die ’s avonds opengaan en zoet geuren: een bijzonder moment bij het terras of de zitplek.
- Groeit razendsnel tot 3–4 m: bedekt in één zomer een obelisk, pergola of hekwerk.
- Het hartvormige blad geeft ook zonder bloemen een weelderige, groene structuur.
- In de natuur wordt hij door pijlstaartvlinders (nachtvlinders) bestoven.
- Past ook in een grote pot met een klimrek op het terras.
Waar staat een maanbloem graag?
- Volle zon op de warmste plek van de tuin: een zuid- of westmuur of het terras.
- Beschut tegen wind en koude nachten.
- Goed doorlatende, humusrijke, niet te rijke grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Normaal vochtig: gelijkmatig water zonder natte voeten; in een pot in de zomer vaak water.
- Geef hem een steun van 3–4 m: touwen, een obelisk, wigwam of rek; plant ze 30–40 cm uit elkaar.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 4 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: binnen overwinteren (boven 5 °C)
Mooi samen met
- Siertabak (Nicotiana): Geurt ook in de avond en past bij de witte bloemen.
- Heliotroop: Zoet geurende bloemen voor dezelfde warme plek.
- Winde (dagbloem): Een verwante klimmer waarvan de bloemen ’s ochtends opengaan, de tegenhanger van de maanbloem.
- Lavendel: Geurend en zonminnend aan de voet van de steun.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een maanbloem?
Planten in juni.
- Week de zaden 12–24 uur in lauw water of kerf de harde schil licht in.
- Zaai in maart–april binnen, 1 cm diep, één of twee zaden per pot van 8–9 cm, bij 20–25 °C; ze kiemen in 1–2 weken.
- Zet de plantjes op een lichte, warme plek en geef ze een stokje of touwtje als steun.
- Verhard de planten in mei af: zet ze steeds langer buiten.
- Plant ze in juni, als er geen nachtvorst meer komt, 30–40 cm uit elkaar bij een steun en geef meteen water.
- Leg een laag mulch rond de voet om de grond vochtig te houden.
Verzorgen
- Water
- Gelijkmatig vochtig houden; bij droogte en in een pot in de zomer dagelijks. Geef water ’s ochtends aan de voet.
- Bemesten
- Spaarzaam: te veel stikstof geeft veel blad en weinig bloemen. Vanaf juli om de 2–3 weken een kalirijke mest, zoals tomatenmest.
- Toppen
- Neem de top van jonge planten van 20–30 cm uit, zodat ze zich vertakken.
- Steun
- Leid de scheuten omhoog; daarna winden ze zich zelf om de steun.
- Verwelkte bloemen
- Haal ze weg, dan gaat de plant door met bloeien.
Tip: Zet hem bij een zitplek of terras om van de avondgeur te genieten. Het weken of inkerven van de harde zaden versnelt de kieming sterk.
Wanneer snoei je een maanbloem?
Wanneer: Hij is eenjarig en wordt niet gesnoeid. Neem wel de top van jonge planten uit en knip te lange of beschadigde ranken bij.
Hoe:
- Neem de top van jonge planten van 20–30 cm uit, zo vertakken ze zich.
- Knip verwelkte bloemen en zaaddozen weg om doorbloei te stimuleren.
- Knip te lange ranken bij en bind ze vast aan de steun.
- Verwijder de afgestorven plant na de eerste vorst.
Vermeerderen
- Zaaien
- Maart–april binnen bij 20–25 °C; week de zaden eerst 12–24 uur of kerf ze licht in. Ze kiemen in 1–2 weken.
- Zaad oogsten
- Laat in september–oktober enkele zaaddozen rijpen, als de zomer warm genoeg was, en bewaar het zaad droog, koel en donker voor volgend jaar.
Hoe komt een maanbloem de winter door?
Winterhard tot 5 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: bij vorst sterft hij af en hij heeft al last onder ongeveer 5 °C. Behandel hem als eenjarige.
- Verwijder de dode ranken na de eerste vorst.
- Wil je hem bewaren? Oogst zaad of neem in september stekken en laat die binnen wortelen.
- In een pot: breng hem voor de eerste nachtvorst naar een lichte, warme kamer; de bloei gaat daar soms nog even door.
Ziektes en plagen
- Weinig of late bloei: Door een koele, donkere zomer, te veel stikstof of een te kleine pot. Zet hem op de warmste plek en geef spaarzaam mest.
- Bladluis: Op jonge scheuten en knoppen. Afspuiten met water of lieveheersbeestjes hun werk laten doen.
- Spint: Bij droge hitte, vooral in een pot. Water geven en de bladeren natspuiten.
- Slakken: Jonge planten worden in juni aangevreten. Een ring rond de plant helpt, en slakken ’s avonds verzamelen.
- Zaden kiemen niet: Harde zaadschil. Weken of kerven en warm houden (20–25 °C).
Het jaar rond
- Januari: Rust. Zaden en materiaal klaarleggen.
- Februari: Steun en grond voorbereiden.
- Maart: Zaden weken of kerven en binnen zaaien.
- April: Zaaien. Jonge planten op een lichte, warme plek zetten.
- Mei: Verharden. Steun klaarzetten.
- Juni: Uitplanten na de nachtvorst. Water geven en mulchen.
- Juli: Water geven. Om de 2–3 weken kalirijke mest.
- Augustus: Eerste bloemen in de avond. Verwelkte bloemen verwijderen.
- September: Bloei. Water geven.
- Oktober: Bloei tot de eerste vorst. Zaad oogsten.
- November: Afgestorven planten opruimen.
- December: Rust. Zaad droog bewaren.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van deze windes zijn giftig, vooral de zaden: bij de purperwinde en verwanten bevatten ze alkaloïden die misselijkheid, braken, buikpijn en zelfs hallucinaties geven. Ze worden daarom soms bewust gegeten als ‘natuurlijke drug’, wat gevaarlijk is, en zaad uit de winkel is bovendien vaak met een ontsmettingsmiddel behandeld. Bewaar zakjes zaad buiten het bereik van kinderen en jongeren, laat rijpe zaaddoosjes niet rondslingeren en houd honden en katten weg van de zaden. Eet er nooit iets van. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De bloemen gaan ’s avonds snel open en worden in de natuur door pijlstaartvlinders bestoven.
- De maanbloem hoort tot hetzelfde geslacht (Ipomoea) als de zoete aardappel en de winde.
- In de tropen groeit hij als meerjarige liaan die meerdere meters hoog kan worden.