
Foto: Tom Murphy VII, CC BY 2.5 · bron
Vaste plant · Iridaceae
Luipaardlelie
Iris domestica
In andere talen: Belamcanda (Français) · Blackberry lily (English)
De luipaardlelie, ook bekend als braamlelie, komt uit het oosten van Azië en is familie van de iris. Hij vormt waaiers van zwaardvormige, blauwgroene bladeren en bloeit in juli en augustus met oranje, rood gespikkelde bloemen van zo’n 5 cm. Elke bloem staat maar één dag open, maar er komen steeds nieuwe. In de herfst springen de zaaddozen open en tonen ze een tros glanzend zwarte zaden die op een braam lijkt, een favoriet in droogboeketten. De plant is vaak kortlevend, maar zaait zich uit op zonnige, goed doorlatende grond.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de wortelstok en de zaden. De glanzende, bramenachtige zaden zijn aantrekkelijk voor kinderen, maar mogen niet gegeten worden. Ook voor honden, katten en grazende dieren is hij giftig. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juli–augustus
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juli–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een luipaardlelie?
- Groeivorm
- Opgaande pol van 60–90 cm hoog en 30 cm breed, met waaiers van zwaardvormige bladeren.
- Blad
- Blauwgroen, zwaardvormig en in een waaier geschikt, 30–45 cm lang, zoals bij een iris.
- Bloem
- Sterrenvormige bloemen van ongeveer 5 cm, oranje met rode vlekken, in losse trossen op vertakte stelen, in juli–augustus.
- Vrucht
- Ovale zaaddozen die in de herfst opengaan en een tros glanzend zwarte, bramenachtige zaden tonen.
- Wortels
- Een kruipende wortelstok net onder het oppervlak, zoals bij de iris.
Bloei: juli–augustus · Zaaien: februari–maart · Planten: april–mei · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Opvallende, oranje bloemen met rode vlekken, ongewoon in een Belgische border.
- Bloeit van juli tot augustus, wanneer veel andere planten het moeilijk hebben.
- De bramenachtige zaadtrossen in de herfst zijn decoratief en prachtig in droogboeketten.
- Het waaiervormige, blauwgroene blad is ook zonder bloemen mooi.
- Verdraagt droogte en zaait zich zelf uit, zodat je telkens nieuwe planten krijgt.
Waar staat een luipaardlelie graag?
- Volle zon: in de schaduw bloeit hij nauwelijks en vallen de stelen om.
- Goed doorlatende grond: zand of leem, zuur tot kalkrijk. Zware, natte klei is ongeschikt.
- Droog tot normaal vochtig: hij verdraagt droogte, maar niet permanente nattigheid in de winter.
- Beschut tegen harde wind; de hoge stelen kunnen steun nodig hebben.
- Plant op 25–30 cm van elkaar, het liefst in een groepje van drie of vijf.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,8 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Siergrassen: Fijne halmen als zachte achtergrond voor de oranje bloemen.
- Zonnehoed: Gele en bruine bloemen in dezelfde warme kleuren.
- Salie: Blauwpaarse aren die contrasteren met oranje.
- Vrouwenmantel: Een luchtige, geelgroene rand vooraan in de border.
- Lavendel: Geur en kleur die mooi samen passen in een zonnige border.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een luipaardlelie?
Planten in april–mei.
- Zaai binnen in februari–maart, of plant gekweekte planten in april–mei, na de laatste vorst.
- Graaf een plantgat en meng er zand of grind door als de grond zwaar is, voor een betere afwatering.
- Zet de wortelstok ondiep, ongeveer 2–3 cm onder het oppervlak, met de waaier van het blad omhoog.
- Houd 25–30 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen water en houd de grond licht vochtig tot de plant is aangeslagen.
- Leg een laagje fijne schors of grind rond de plant, niet tegen de wortelstok.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte. Daarna volstaat water in lange droge periodes.
- Bemesten
- Weinig: een dun laagje compost in het voorjaar. Te veel mest geeft slap blad en minder bloei.
- Steun
- Op winderige plekken stokken plaatsen, zodat de hoge stelen niet omwaaien.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat ze staan als je de zaadtrossen wilt of knip ze af om uitzaaien te beperken.
- Delen
- Om de drie à vier jaar de wortelstokken delen; dat houdt de plant vitaal.
Tip: Hij is vaak kortlevend, maar zaait zich uit op zonnige, goed doorlatende grond: laat enkele zaailingen staan om de oude planten te vervangen.
Wanneer snoei je een luipaardlelie?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart knip je het dode blad terug; in oktober snijd je de zaadtrossen voor droogboeketten.
Hoe:
- Knip het afgestorven blad in maart af tot vlak boven de grond.
- Snijd de stelen met zaadtrossen af in oktober en hang ze ondersteboven te drogen.
- Knip verwelkte bloemen weg als je geen zaailingen wilt.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de wortelstok en de zaden. Draag handschoenen: het sap kan de huid irriteren.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaden in februari–maart binnen zaaien bij 18–21 °C, na een nacht weken. Ze kiemen na 2–4 weken. Planten in mei buiten; vroege zaailingen bloeien al in het eerste of tweede jaar. De plant zaait zich ook vanzelf uit.
- Delen
- In het voorjaar de wortelstokken opgraven en in stukken met minstens één blad en wortels delen. Meteen ondiep herplanten.
Hoe komt een luipaardlelie de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C, mits de grond goed doorlatend is: hij overleeft de meeste Belgische winters.
- Leg in de herfst een droge laag schors of bladeren over de wortelstok in koude gebieden.
- Natte voeten in de winter zijn gevaarlijker dan vorst: plant op een zonnige, hogere plek.
- Vaak kortlevend: laat een paar zaailingen opkomen om de plant te vervangen.
Ziektes en plagen
- Wortelstokrot: Het blad wordt geel en de plant valt om, vooral na een natte winter. Zorg voor een goed doorlatende grond en plant ondiep.
- Bladvlekken: Bruine vlekken op het blad bij vochtig weer. Aangetaste bladeren wegknippen en ruimte laten.
- Slakken: Vreten jonge scheuten in het voorjaar. Slakken rapen of een barrière van schelpengrit leggen.
- Korte levensduur: De plant verdwijnt na enkele jaren. Laat zaailingen opkomen of zaai om de twee jaar nieuwe planten.
Het jaar rond
- Februari: Zaden binnen zaaien.
- Maart: Dood blad terugknippen. Zaaien. Delen.
- April: Planten of delen. Compost geven.
- Mei: Zaailingen buiten planten na de laatste vorst.
- Juni: Water geven bij droogte. Steun plaatsen.
- Juli: Bloei begint.
- Augustus: Bloei. Verwelkte bloemen eventueel wegknippen.
- September: Zaaddozen gaan open.
- Oktober: Stelen met zaadtrossen snijden voor droogboeketten.
- November: Wortelstok afdekken met een droge laag.
- December: Rust.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de luipaardlelie zijn giftig, vooral de wortelstok en de zaden. In de herfst springen de zaaddozen open en tonen ze een tros glanzend zwarte zaden die op een braam lijkt (vandaar de naam braamlelie): kinderen vinden ze aantrekkelijk, maar ze zijn hard en giftig. Knip de zaaddozen weg waar kleine kinderen spelen, en zet droogboeketten buiten hun bereik. Ook giftig voor honden, katten en grazende dieren; het sap kan de huid irriteren. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Door DNA-onderzoek werd de plant in 2005 ingedeeld bij de irissen: vroeger heette hij Belamcanda chinensis.
- Hij is gekruist met een verwante soort, wat de ‘candy lilies’ opleverde, planten met bloemen in veel kleuren.
- De zaadtrossen lijken op een braam, vandaar de naam braamlelie.