Algerijnse iris (Iris unguicularis)

Foto: Magnus Manske, CC BY-SA 3.0 · bron

Vaste plant · Iridaceae

Algerijnse iris

Iris unguicularis

In andere talen: Iris d’Alger (Français) · Algerian iris (English)

De Algerijnse iris groeit in het wild in het Middellandse Zeegebied, van Algerije en Tunesië tot Griekenland en Turkije, op droge, rotsachtige, kalkrijke plekken. Het is een bijzondere iris die midden in de winter bloeit: van november tot maart verschijnen tussen het smalle, groenblijvende, grasachtige blad lila bloemen met gele strepen in de keel, die zacht geuren. Hij houdt van arme, droge grond en veel zon. Bekende rassen zijn ‘Mary Barnard’ met violetblauwe en ‘Walter Butt’ met zilverlila, geurende bloemen. Op een warme zuidmuur geeft hij de tuin kleur wanneer bijna niets anders bloeit.

Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de wortelstok. Kinderen, honden, katten en grazende dieren mogen er niet van eten. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen bij het delen en snoeien.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Grond

    Zand of leem

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    tot -15 °C

    jonge planten beschermen

  • Grootte

    0,3 m

    hoog, 0,6 m breed

  • Bloei

    november–maart

Feiten op een rij
Snoeimaandenseptember–oktober
Hoogte0,3 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeinovember–maart

Herkennen

Hoe herken je een Algerijnse iris?

Groeivorm
Compacte pol van ongeveer 30 cm hoog en 60 cm breed, die langzaam breder wordt.
Blad
Smal, grasachtig en groenblijvend, 30–60 cm lang, donkergroen; de bladeren vallen wat over.
Bloem
Lila tot violetpaarse bloemen van 7–8 cm met gele strepen in de keel, in de winter, van november tot maart.
Geur
De bloemen geuren zacht en zoet.
Wortels
Dunne, kruipende wortelstok die vlak onder het oppervlak ligt.

Bloei: november–maart · Planten: april–mei en september · Snoeien: september–oktober

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit van november tot maart, midden in de winter, wanneer de tuin bijna overal grijs is.
  • Lila bloemen met gele keel en een zachte, zoete geur.
  • Groenblijvend, grasachtig blad dat het hele jaar fris blijft.
  • Houdt van droge, arme grond en veel zon: ideaal voor een warme muur of een grindtuin.
  • Bijna onderhoudsvrij en langlevend; de bloemen zijn ook mooi in een vaas.

Waar staat een Algerijnse iris graag?

  • Volle zon, bij voorkeur voor een warme, zonnige muur: hoe warmer en droger de zomer, hoe beter de bloei.
  • Arme, goed doorlatende grond: zand of leem, neutraal tot kalkrijk. Zware klei of voedselrijke grond geeft veel blad en weinig bloemen.
  • Droog: hij verdraagt droogte uitstekend en haat staande nattigheid.
  • Beschut tegen koude wind en vooral tegen natte, koude plekken.
  • Plant op 40–50 cm van elkaar; hij vormt na enkele jaren een dichte pol.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Droog
Grootte
0,3 m hoog, 0,6 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -15 °C)

Mooi samen met

  • Lavendel: Geur en kleur in een zonnige, droge border.
  • Vetkruid: Een lage, droogtebestendige plant vooraan in de zon.
  • Siergrassen: Fijne halmen als zachte achtergrond.
  • Sneeuwklokjes: Bloeien in dezelfde winterperiode.
  • Salie: Blauwpaarse aren die passen bij de lila bloemen.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Algerijnse iris?

Planten in april–mei en september.

  1. Plant in april–mei of in september, wanneer de grond niet nat is.
  2. Graaf een ondiep plantgat en meng er zand, grind of kalk door voor een betere afwatering; compost is niet nodig.
  3. Leg de wortelstok ondiep, zodat de bovenkant bijna aan de oppervlakte ligt en de zon bereikt.
  4. Houd 40–50 cm afstand tussen de planten.
  5. Geef eenmalig water na het planten en daarna alleen bij langdurige droogte.
  6. Mulch niet over de wortelstok; wel is een laagje grind aan de voet toegestaan.

Verzorgen

Water
Bijna nooit: alleen het eerste jaar bij langdurige droogte. Te veel water geeft rot en blad zonder bloemen.
Bemesten
Niet bemesten: arme grond geeft meer bloemen dan voedselrijke.
Oud blad
Knip in september–oktober het oude blad terug tot ongeveer 10–15 cm, zodat de bloemen in de winter zichtbaar zijn.
Slakken
Controleer in de winter op slakken, die de knoppen opeten; zie problemen.
Ongestoord laten
Niet verplanten: hij bloeit na een verplanting soms 1–2 jaar niet.

Tip: Zet hem tegen een warme zuidmuur op arme, droge grond en knip in de herfst het oude blad terug, zodat de bloemen zichtbaar zijn. Bemest hem nooit.

Wanneer snoei je een Algerijnse iris?

Snoeimaanden: september–oktober.

Wanneer: In september of oktober knip je het oude blad terug, zodat de bloemknoppen vrij komen.

Hoe:

  • Knip het oude, slordige blad terug tot ongeveer 10–15 cm boven de grond.
  • Verwijder dood of bruin blad en uitgebloeide bloemen.
  • Knip bloemknoppen in de winter af als je ze in een vaas wilt zetten; ze openen binnen.

Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de wortelstok. Draag handschoenen: het sap kan de huid irriteren.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
Na de bloei in april–mei of in september de pol opgraven en met een scherp mes in stukken met een bladwaaier en wortelstok delen. Ondiep herplanten. Doe dit alleen als de pol te dicht wordt, want hij bloeit daarna soms 1–2 jaar niet.
Zaaien
Zaden in de herfst zaaien; ze kiemen traag en onregelmatig. Planten bloeien pas na 3 jaar of langer.

Hoe komt een Algerijnse iris de winter door?

Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.

  • Winterhard tot ongeveer −15 °C: in de meeste Belgische winters redt hij het zonder bescherming, zeker tegen een warme muur.
  • Bij strenge vorst kunnen open bloemen beschadigen; de knoppen overleven doorgaans. Dek bij vorst af met een vliesdoek.
  • In een pot: zet hem onder dak, in een koude, lichte serre of veranda, zodat de bloemen beschermd zijn tegen regen en slakken.

Ziektes en plagen

  • Slakken: Slakken eten de knoppen en bloemen in de winter op. Slakken rapen, een barrière van schelpengrit leggen of een slakkenval plaatsen.
  • Geen bloemen: Meestal te veel voeding of water, te veel schaduw of een koele zomer. Niet bemesten, op een zonnige plek zetten en droog houden.
  • Wortelstokrot: Het blad wordt geel en de wortelstok stinkt na een natte periode. Zorg voor een goed doorlatende grond.
  • Vorstschade: De open bloemen bruinen bij strenge vorst. Dek af met een vliesdoek of knip de knoppen en zet ze binnen in een vaas.

Het jaar rond

  • Januari: Bloei. Letten op slakken.
  • Februari: Bloei. Knoppen binnen zetten in een vaas.
  • Maart: Einde van de bloei. Uitgebloeide bloemen verwijderen.
  • April: Planten of delen na de bloei.
  • Mei: Planten of delen. De zon laat de wortelstok rijpen.
  • Juni: Niets doen. Niet water geven.
  • Juli: Droog en warm laten staan: dat stimuleert de bloei.
  • Augustus: Droog en warm laten staan.
  • September: Planten of delen. Oud blad terugknippen.
  • Oktober: Oud blad terugknippen tot 10–15 cm.
  • November: Begin van de bloei. Slakken bestrijden.
  • December: Bloei. Knoppen binnen in een vaas.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Alle delen van deze irissen zijn giftig, vooral de wortelstok: wie ervan eet, krijgt braken, buikpijn en diarree, en ook honden, katten en grazend vee worden er ziek van. Het meeste gevaar is er als je de pollen scheurt: ruim de losse stukken wortelstok meteen op, laat ze niet slingeren waar kinderen spelen of honden graven, en gooi ze niet in een weide of ren. De Siberische en de Japanse iris staan graag aan de vijverrand, waar hun blad zonder bloemen op dat van andere oeverplanten lijkt: eet niets van een oeverplant die je niet zeker kent. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen bij het scheuren en terugknippen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De soortnaam unguicularis verwijst naar de nagelvormige basis van de bloemblaadjes (Latijn: unguis, nagel).
  • Een oudere botanische naam is Iris stylosa.
  • De bloemen komen vaak zo laag uit de bladwaaier dat ze bijna stengelloos lijken; wat je ziet is de lange buis van de bloem.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…