Foto: No machine-readable author provided. Hinko~commonswiki assumed (based on copyright claims)., Public domain · bron
Kruidachtige plant · Lissenfamilie (Iridaceae)
Boerenkrokus
Crocus tommasinianus
In andere talen: Crocus de Tommasini (Français) · Early crocus (English)
Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.
De boerenkrokus is een kleine voorjaarsbloeier uit het westen van de Balkan en Hongarije, waar hij in het wild groeit in lichte bossen, struwelen en op grazige hellingen. In België groeit hij niet in het wild, maar hij wordt veel geplant in gazons, parken en onder struiken, waar hij zich na een paar jaar via zaad uitbreidt tot paarse tapijten. Je herkent hem aan de slanke, bleeklila tot paarse bloemen met een witte buis, die zich in de zon openen tot een ster met een oranje stempel. Hij bloeit in februari en maart en is dan een van de eerste bronnen van nectar en stuifmeel voor honingbijen en hommelkoninginnen. Bovendien laten muizen en eekhoorns hem vaak liever staan dan de grote tuinkrokussen.
Let op: Eet krokusknolletjes niet op en houd honden en katten weg van uitgegraven knollen: ze kunnen maag- en darmklachten geven. Verwar de krokus vooral niet met de zeer giftige herfsttijloos, die in de herfst bloeit.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,1 m
hoog, 0,05 m breed
Bloei
februari–maart
| Snoeimaanden | mei |
|---|---|
| Hoogte | 0,1 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | februari–maart |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Kleine knolplant van 7–10 cm hoog, die in een paar jaar dichte groepen vormt.
- Blad
- Smal en grasachtig, donkergroen met een witte middenstreep; verschijnt tegelijk met de bloemen en sterft in mei af.
- Bloem
- Slank, 3–4 cm lang, bleeklila tot purper en vanbuiten zilverachtig lila, met een lange witte buis. In de zon gaat de bloem stervormig open en toont ze een oranje stempel en drie gele meeldraden.
- Vrucht/Zaad
- Een kleine doosvrucht die na de bloei boven de grond komt, met kleine, ronde zaden.
- Knol
- Een kleine knol van 1–2 cm met een vezelig vliesje.
- Verwarring met
- De grote tuinkrokus (Crocus vernus) is forser, met bredere bloemen, en bloeit iets later. Let op met de giftige herfsttijloos (Colchicum): die bloeit in de herfst, heeft zes meeldraden in plaats van drie en maakt in het voorjaar grote, brede bladeren.
Bloei: februari–maart · Snoeien: mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de eerste bloemen van het jaar: honingbijen en hommelkoninginnen die uit hun winterrust komen, vinden er stuifmeel en nectar.
- Verwildert in gazons en onder struiken tot grote paarse tapijten, zonder ander werk dan wat later maaien.
- Zeer winterhard en betrouwbaar; hij komt elk jaar terug.
- Wordt minder door muizen en eekhoorns opgegeten dan de grote tuinkrokussen.
- Ideaal om een gazon in het vroege voorjaar om te toveren tot een bloemenweide.
Waar staat een boerenkrokus graag?
- In het wild: lichte loofbossen, struwelen en grazige hellingen in Kroatië, Bosnië, Servië, Hongarije en Bulgarije.
- Zon of halfschaduw, bijvoorbeeld in een gazon of onder bomen en struiken die pas na de bloei uitlopen.
- Gewone, goed doorlatende grond; in natte, dichtgeslagen grond rotten de knolletjes.
- Ideaal in een gazon dat je pas in mei maait, in een bloemenweide, onder een haag of in de rand van een border.
Mooi samen met
- Sneeuwklokje: Witte klokjes in dezelfde weken, op dezelfde plek onder struiken.
- Winterakoniet: Gele bloemetjes met een groen kraagje, ook geliefd bij vroege bijen.
- Sneeuwroem: Blauwe sterretjes die net na de krokus bloeien.
- Lenteroos: Grote bloemen in de halfschaduw, in dezelfde vroege maanden.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een boerenkrokus?
- Koop knolletjes bij een tuincentrum of kwekerij; haal nooit planten uit het wild.
- Plant in september–oktober, zo vroeg mogelijk: de knolletjes drogen snel uit.
- Plant 5–8 cm diep en 5–10 cm uit elkaar, met de punt naar boven, in grillige groepen.
- In een gazon: steek met een plantboor gaatjes, of rol een stuk graszode op, leg de knolletjes eronder en rol de zode terug.
- Begin met minstens 50–100 knolletjes: na een paar jaar zaaien ze zich vanzelf uit tot een tapijt.
- Water geven is meestal niet nodig: de herfstregen doet de rest.
Verzorgen
- Maaien
- Maai het gazon pas als het blad geel wordt, zo’n zes weken na de bloei, meestal vanaf eind april tot half mei.
- Bemesten
- Niet nodig. Een gazon zonder kunstmest geeft de krokussen meer kans.
- Water
- Niet nodig; de knolletjes hebben in de zomer juist droge rust nodig.
- Zaad laten vallen
- Wacht met maaien tot het zaad rijp is: zo breidt de krokus zich zelf uit.
- Uitbreiden
- Hij verspreidt zich ook in borders. Dat is zelden een probleem: de plantjes zijn klein en verdwijnen in de zomer.
Tip: Plant hem in het gazon en maai dat stuk pas in mei: na een paar jaar heb je een paars tapijt dat zichzelf jaar na jaar uitbreidt.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: mei.
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Maai het gras met het krokusblad pas vanaf eind april tot half mei, als het blad vergeeld is.
Hoe:
- Laat de bloemen na de bloei staan: zo kan het zaad rijpen.
- Maai het gazon pas als het krokusblad geel is: het voedt de knol voor volgend jaar.
- Knip het blad in een border niet af en knoop het niet samen; laat het vanzelf verdorren.
Let op: Te vroeg maaien verzwakt de knollen; na een paar jaar verdwijnen de krokussen dan.
Vermeerderen
- Zelfuitzaai
- De makkelijkste manier: laat het zaad rijpen in april–mei. Zaailingen bloeien na ongeveer drie jaar.
- Knolletjes scheuren
- Graaf in juni een dichte groep op als het blad afgestorven is, haal de knolletjes uit elkaar en plant ze meteen of in september elders weer.
Hoe komt een boerenkrokus de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- De knol wortelt in de herfst; in januari–februari steken de bladpunten al boven de grond.
- Zeer winterhard: de bloemen sluiten zich bij kou en verdragen vorst en sneeuw.
- Op zonnige dagen in februari zijn de open bloemen een belangrijke voedselbron voor bijen en hommels.
Ziektes en plagen
- Muizen en eekhoorns: Graven soms knolletjes op, al lusten ze deze soort minder dan de grote tuinkrokus. Plant wat dieper of in een gaaskorf.
- Vogels: Mussen pikken soms aan de bloemen. Meestal blijft de schade beperkt.
- Te vroeg maaien: Verzwakt de knollen. Wacht tot het blad geel is.
- Gesloten bloemen: Bij bewolkt of koud weer blijven de bloemen dicht. Dat is normaal: ze gaan open in de zon.
Het jaar rond
- Januari: De eerste bladpunten verschijnen.
- Februari: Bloei. Bijen en hommels bekijken op zonnige dagen.
- Maart: Laatste bloemen. Het zaad begint te rijpen.
- April: Nog niet maaien: het blad voedt de knol.
- Mei: Het blad vergeelt: nu mag je maaien.
- Juni: Dichte groepen scheuren.
- September: Knolletjes kopen en planten.
- Oktober: Planten in gazon of border.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soort is genoemd naar Muzio de Tommasini, botanicus en in de 19de eeuw burgemeester van Triëst.
- De boerenkrokus is familie van de saffraankrokus (Crocus sativus), die in de herfst bloeit; saffraan zijn de gedroogde stempels van die soort.
- De bloemen sluiten zich ’s nachts en bij slecht weer, zodat het stuifmeel droog blijft.