
Foto: Curtis’s Botanical Magazine, vol. 54 [ser. 2, vol. 1]: t. 2706 (1827) [W.J. Hooker], Public domain · bron
Vaste plant · Asteraceae
Herfstmargriet
Leucanthemella serotina
In andere talen: Marguerite d’automne (Français) · Autumn oxeye (English)
De herfstmargriet komt van nature uit het zuidoosten van Europa, waar hij op vochtige oevers en in natte weiden groeit. Hij wordt tot 1,6 m hoog en draagt van september tot in oktober grote, witte, margrietachtige bloemen van 5–7 cm met een geel hart, boven donkergroen, ingesneden blad. Hij staat daarmee naast de herfstasters als een van de laatste grote bloeiers van het jaar. De plant groeit goed op vochtige grond, is volledig winterhard en trekt bijen, vlinders en zweefvliegen aan. Vroeger kende je hem als Chrysanthemum serotinum.
Let op: In vochtige grond breidt hij zich met wortelstokken geleidelijk uit. Deel hem om de paar jaar om hem in toom te houden.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1,6 m
hoog, 0,8 m breed
Bloei
september–oktober
| Snoeimaanden | maart en mei |
|---|---|
| Hoogte | 1,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | september–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een herfstmargriet?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, brede pol van 1,4–1,8 m hoog en 60–80 cm breed, met stevige, vertakte stengels.
- Blad
- Donkergroen, lancetvormig tot ingesneden met een gezaagde rand, afwisselend langs de stengel geplaatst.
- Bloem
- Margrietachtige bloemen van 5–7 cm met witte lintbloemen en een geel hart, van september tot in oktober.
- Kleur
- Helderwit met een geel hart; de bloemen komen bovenaan in losse trossen.
- Wortels
- Kruipende wortelstokken: de plant breidt in vochtige grond geleidelijk uit en laat zich makkelijk delen.
Bloei: september–oktober · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Grote, witte margrieten van september tot in oktober, als de meeste vaste planten al uitgebloeid zijn.
- Een belangrijke late nectarbron voor bijen, vlinders en zweefvliegen.
- Groeit goed op vochtige tot natte grond, waar veel andere vaste planten het moeilijk hebben.
- Hoog en elegant, mooi achteraan in de border of aan de vijverrand.
- Prachtig als snijbloem en volledig winterhard.
Waar staat een herfstmargriet graag?
- Volle zon tot lichte halfschaduw; hoe zonniger, hoe rijker de bloei, zolang de grond vochtig blijft.
- Humusrijke, vochthoudende grond: leem, klei of veen, zuur tot kalkrijk.
- Normaal tot nat vochtig; hij droogt niet graag uit en past goed aan een vijver of in een vochtige border.
- Plant op 60–80 cm van elkaar, achteraan in de border, en liefst beschut tegen harde wind.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 1,6 m hoog, 0,8 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Japanse anemoon: Bloeit tegelijk in roze en wit, op minder hoogte.
- Herfstaster: Blauwe en paarse sterretjes naast de witte margrieten.
- Siergrassen: Pluimen van pijpenstrootje en vedergras geven beweging.
- Koninginnenkruid: Hoog en vochtminnend, bloeit in de nazomer voor bijen en vlinders.
- Zonnehoed: Warme tinten naast de witte bloemen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een herfstmargriet?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit en meng er compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 60–80 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond het eerste jaar vochtig.
- Leg een laag bladcompost of fijne schors rond de voet om de grond vochtig te houden.
Verzorgen
- Water
- Geef bij droogte regelmatig water, vooral in het eerste jaar en in juni–augustus. Hij houdt van vochtige grond.
- Bemesten
- In het voorjaar een schep compost of organische mest. Niet te veel: dan wordt hij nog langer en kan hij omvallen.
- Mulchen
- Een laag bladcompost in het voorjaar houdt de grond koel en vochtig.
- Steun
- Hoge stengels kunnen in de wind buigen. Een ring of takken als steun in mei helpt, of snoei hem in mei in (zie snoeien).
- Delen
- Verdeel de pol om de drie à vier jaar in het voorjaar om hem vitaal te houden en uitbreiding te beperken.
Tip: Knip de stengels eind mei met een derde in: dan blijft hij steviger en heeft hij geen steun nodig. Houd de grond vochtig.
Wanneer snoei je een herfstmargriet?
Snoeimaanden: maart en mei.
Wanneer: Eind mei voor een stevigere plant en in maart voor het opruimen van de oude stengels.
Hoe:
- Knip eind mei alle stengels met een derde in: de plant wordt compacter, stevig genoeg om zonder steun te staan, en bloeit iets later.
- Knip in maart de oude, verdorde stengels af tot 10 cm boven de grond, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
- Je mag de uitgebloeide bloemen in de winter laten staan voor vogels en insecten.
- Snij de bloemen voor een boeket af als ze net volledig open zijn.
Let op: Snoei niet meer na begin juni: dan bloeit hij te laat of verlies je bloemen.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of in september: graaf de pol uit, scheur hem in handgrote stukken met wortels en plant ze meteen terug. Dit is de makkelijkste methode.
- Stekken
- In mei–juni: stekken van 8–10 cm van jonge scheuten in vochtige stekgrond, op een lichte plek. Na enkele weken zijn ze beworteld.
- Zaaien
- In het voorjaar op vochtige zaaigrond, lichtjes bedekt; de planten bloeien meestal vanaf het tweede jaar.
Hoe komt een herfstmargriet de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
- Laat de stengels staan tot het voorjaar: ze beschermen de kroon en bieden schuilplaats aan insecten.
- In een pot (minder geschikt wegens zijn hoogte): zet hem tegen een beschutte muur en wikkel de pot in jute.
Ziektes en plagen
- Omvallen: Bij te veel mest, schaduw of harde wind. Snoei eind mei in, bemest minder en plaats eventueel een steun.
- Meeldauw: Wit poeder op de bladeren, vooral bij droogte. Houd de grond vochtig, geef ruimte en knip aangetaste stengels weg.
- Slakken: Jonge scheuten worden in het voorjaar kaalgevreten. Verzamel de slakken ’s avonds.
- Bladluis: Op jonge scheuten in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels tot 10 cm terugsnoeien. Pol delen. Planten.
- April: Planten of verplanten. Compost geven. Mulch aanbrengen.
- Mei: Stengels met een derde inkorten. Planten. Letten op slakken.
- Juni: Groei. Bij droogte water geven.
- Juli: Water geven bij droogte. Plantensteun controleren.
- Augustus: Water geven bij droogte. Knoppen vormen zich.
- September: Begin van de bloei. Planten of delen.
- Oktober: Volle bloei, bijen en zweefvliegen komen af op de bloemen. Planten.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam serotina betekent ‘laat’, naar de late bloei in de herfst.
- Leucanthemella betekent ‘kleine Leucanthemum’: de plant lijkt op een grote margriet.
- De plant werd vroeger tot het geslacht Chrysanthemum gerekend, daarom vind je hem soms nog onder die naam.