
Foto: Photo by David J. Stang, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Montiaceae
Lewisia
Lewisia cotyledon
In andere talen: Siskiyou lewisia (English)
Lewisia cotyledon komt uit de Siskiyou-bergen in Oregon en Noord-Californië, waar hij in smalle rotsspleten groeit. Hij vormt een compacte, groenblijvende rozet van dikke, glanzend donkergroene bladeren met licht golvende randen. Van april tot juni staan er boven die rozet trossen van sterachtige bloemen van 2–3 cm, vaak roze met donkerdere strepen, maar ook geel, oranje, abrikoos of wit bij kweekvormen. Hij is een echte rotstuinplant: hij houdt van zon, scherpe drainage en een droge, zure tot neutrale grond. Het gevaar is vooral vocht: te veel water in de rozet kan hem laten rotten.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,25 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
april–juni
| Snoeimaanden | juni |
|---|---|
| Hoogte | 0,25 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–juni |
Herkennen
Hoe herken je een lewisia?
- Groeivorm
- Compacte, groenblijvende rozet van 10–15 cm breed, met bloemstengels tot 25 cm hoog.
- Blad
- Vlezig, lepelvormig, 5–10 cm lang, glanzend donkergroen, soms met golvende of getande rand; groenblijvend.
- Bloem
- Sterachtige bloemen van 2–3 cm in losse trossen op roodachtige stengels, van april tot juni.
- Kleur
- Wild roze met donkerdere strepen; kweekvormen in oranje, geel, abrikoos, magenta en wit.
- Wortels
- Een dikke, vlezige penwortel die in rotsspleten naar beneden groeit: hij verplant slecht.
Bloei: april–juni · Planten: maart–mei · Snoeien: juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Prachtige, gestreepte bloemen in roze, oranje, geel of wit, van april tot juni.
- Dik, glanzend, groenblijvend blad: ook buiten de bloeitijd een sieraad.
- Compact en ideaal voor muurvoegen, rotstuinen, troggen en potten.
- Droogtebestendig als hij eenmaal staat en heel weinig werk als de drainage goed is.
- Een echte verzamelaarsplant, maar met de juiste plek verrassend goed te houden.
Waar staat een lewisia graag?
- Zon tot halfschaduw; in de volle middagzon is een lichte schaduw prettig, vooral in een pot.
- Zeer goed doorlatende, arme, zandige grond met veel grind; kalkarm, zuur tot neutraal.
- Droog; hij verdraagt geen water in de rozet en geen natte voeten, zeker niet in de winter.
- Plant schuin in een muurvoeg of tussen stenen, zodat het water van de rozet wegloopt. Reken op 25–30 cm per plant.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,25 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Huislook: Dezelfde dorstige, vlezige rozetten in de rotstuin.
- Vetkruid: Droogtebestendig en laag, past in dezelfde plek.
- Steenbreek: Lage rozetten met kleine bloemen in rotsspleten.
- Alpenanjer: Lage, bloeiende matten in roze en wit.
- Siergrassen: Fijn gras tussen de stenen geeft beweging naast de rozetten.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een lewisia?
Planten in maart–mei.
- Plant in maart–mei, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Maak een plantgat of -spleet en vul het met een mengsel van zand, grind en een beetje compost.
- Zet de plant schuin, onder een hoek van 45°, zodat de rozet water afvoert, en plant even diep als in de pot.
- Houd 25–30 cm afstand tussen de planten.
- Geef na het planten een beetje water en laat de grond daarna opdrogen.
- Strooi een laag grind rond de hals van de plant: dat houdt de rozet droog.
Verzorgen
- Water
- Matig in de groei- en bloeiperiode, op de grond en nooit in de rozet. Na de bloei en in de winter nauwelijks water.
- Bemesten
- Weinig. Eén keer in het voorjaar een lichte gift organische mest of een zwakke meststof is genoeg.
- Mulchen
- Gebruik grind of steentjes rond de hals, geen compost of schors.
- Verpotten
- In een pot gebruik je een mengsel van half grind en half potgrond in een kleipot met gat, om de twee jaar in het voorjaar.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de uitgebloeide stengels af tot aan de rozet; dat houdt de plant netjes en bevordert nieuwe bloei.
Tip: Plant schuin in een muurvoeg of tussen stenen, zodat er geen water in de rozet blijft staan. Gebruik kalkarme, grindrijke grond.
Wanneer snoei je een lewisia?
Snoeimaanden: juni.
Wanneer: Direct na de bloei, in juni.
Hoe:
- Knip uitgebloeide bloemstengels af tot aan de rozet.
- Verwijder dode of bruine onderste bladeren voorzichtig met de hand.
- Haal rotte of zachte delen weg tot gezond weefsel.
- Gebruik een schone, scherpe schaar om infectie te voorkomen.
Let op: Houd de rozet bij het opruimen droog en trek bladeren voorzichtig los om de hals niet te beschadigen.
Vermeerderen
- Zijrozetten
- In juni–juli, na de bloei: neem een zijrozet met een stukje wortel van de moederplant en plant hem in grindrijke grond. Houd hem licht vochtig tot hij wortelt.
- Zaaien
- In het najaar of voorjaar op zandige zaaigrond, niet bedekt of zeer licht; laat de zaaibak buiten staan. De zaailingen bloeien na twee tot drie jaar; rassen blijven niet altijd gelijk.
Hoe komt een lewisia de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C, maar natte winters zijn zijn grootste vijand: niet de vorst, maar de nattigheid.
- Buiten in de grond: plant schuin in een muurvoeg en leg eventueel een glasplaat of dakje boven de rozet in de winter.
- In een pot: zet hem onder een afdak of in een koude bak en geef bijna geen water van oktober tot maart.
Ziektes en plagen
- Rotte rozet: De bladeren worden zacht en bruin in het hart. Het komt door water in de rozet of te natte grond. Plant schuin, gebruik veel grind en geef minder water.
- Slakken: Het vlezige blad en de bloemen worden aangevreten. Verzamel de slakken ’s avonds of leg een slakkenval.
- Taxuskever: Halfronde happen aan de bladranden zijn de kevers; de witte larven vreten ’s winters aan de wortels. Verwijder de kevers ’s avonds met een zaklamp of gebruik biologische aaltjes.
- Bladluis: Op jonge bloemstengels in het voorjaar. Spuit ze af met water of veeg ze weg.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Grind rond de hals aanbrengen.
- April: Begin van de bloei. Planten.
- Mei: Volle bloei. Beperkt water geven.
- Juni: Bloeistengels afknippen. Zijrozetten nemen.
- Juli: Zijrozetten nemen. Weinig water geven.
- Augustus: Rust, niet gieten tenzij het heel droog is.
- Oktober: Beschutten tegen regen. Geen water in de rozet.
- December: Droog houden. Eventueel een glasplaat boven de plant.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het geslacht Lewisia is genoemd naar Meriwether Lewis, die tijdens de Lewis-en-Clark-expeditie (1804–1806) planten verzamelde in het westen van Noord-Amerika.
- In de natuur groeit hij in verticale rotsspleten, waar regenwater meteen wegloopt; daarom haat hij water in zijn rozet.
- Hij is de bekendste soort van het geslacht en de basis voor veel kweekvormen in verschillende kleuren.