
Foto: Chrumps, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Asteraceae
Lampepoetser
Liatris spicata
In andere talen: Plume du Kansas (Français) · Dense blazing star (English)
De lampepoetser is een vaste plant uit de prairies en open graslanden van het oosten van Noord-Amerika. Uit een platte knol groeit een pol smalle, grasachtige bladeren, met in de zomer rechte, dichte aren vol paarsroze pluisjes. Opvallend: de aren bloeien van boven naar beneden open, net andersom dan bij de meeste planten. Bijen en vlinders zijn er dol op, en in een vaas houden de aren het lang vol. Bekende rassen zijn het compacte ‘Kobold’ en de witte ‘Alba’.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,7 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,7 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een lampepoetser?
- Groeivorm
- Rechtopgaande pol van 60–90 cm hoog en 30–45 cm breed; ‘Kobold’ blijft rond 40–50 cm.
- Blad
- Smal, lijnvormig en grasachtig, dicht langs de stengel; onderaan het langst.
- Bloem
- Dichte aren van 15–40 cm met kleine, pluizige bloemhoofdjes die van boven naar beneden opengaan, van juli tot september.
- Kleur
- Paarsroze tot lila; er zijn ook witte rassen.
- Knol
- Een platte, ronde stengelknol die vlak onder de oppervlakte zit en in natte grond snel rot.
Bloei: juli–september · Planten: maart–mei en oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van juli tot september met rechte, opvallende aren die een border structuur geven.
- Een echte trekpleister voor bijen, hommels en vlinders.
- Een uitstekende snijbloem: de aren staan lang in een vaas en zijn ook te drogen.
- Volledig winterhard en weinig werk: in schrale grond geen steun en bijna geen snoei.
- Neemt weinig plaats in en past ook in een kleine tuin of een grote pot.
Waar staat een lampepoetser graag?
- Volle zon: in de schaduw worden de aren slap en bloeit hij minder.
- Goed doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot neutraal; zware klei die ’s winters nat blijft, is uit den boze.
- Normaal vochtig in de zomer, maar ’s winters nooit drassig, anders rotten de knollen.
- Plant 25–30 cm uit elkaar, liefst in groepjes van vijf of meer voor een mooi effect.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,7 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Zonnehoed: Dezelfde prairiesfeer: ronde bloemen naast rechte aren, in dezelfde volle zon.
- Vingergras: Luchtige pluimen die mooi samengaan met de stevige aren.
- Rudbeckia: Geel naast paars, en ze bloeien op hetzelfde moment.
- Kogeldistel: Blauwe bollen naast paarse aren, allebei geliefd bij bijen.
- Kattenkruid: Een zachte, blauwe rand vooraan in de border.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een lampepoetser?
Planten in maart–mei en oktober.
- Plant de knollen in maart–mei of in oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Maak de grond los en meng er wat grof zand of fijn grind door als hij zwaar is.
- Leg de knollen 5 cm diep met de knopjes naar boven; twijfel je, leg ze dan op hun kant. Potplanten zet je even diep als in de pot.
- Houd 25–30 cm tussen de knollen.
- Geef één keer goed water en daarna pas opnieuw als de grond droog aanvoelt, tot er blad verschijnt.
Verzorgen
- Water
- Eens ingeworteld enkel bij lange droogte. In een pot regelmatig, maar zonder water in de schotel.
- Bemesten
- In gewone tuingrond niet nodig. In schrale grond in april een dun laagje compost. Te veel mest geeft slappe aren.
- Steun
- In rijke grond of op een winderige plek kunnen de aren omvallen; een paar takjes of een ring helpen.
- Snijbloemen
- Snijd de aren als het bovenste derde open is; ze bloeien in de vaas verder.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide aren weg tot boven het blad, of laat ze staan als je zaad wilt oogsten.
- Scheuren
- Om de 3–4 jaar opnemen en scheuren als de pol minder bloeit of in het midden kaal wordt.
Tip: Snijd voor de vaas als het bovenste derde van de aar open is, en laat altijd een deel van het blad staan, zodat de knol kan aansterken voor volgend jaar.
Wanneer snoei je een lampepoetser?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: De lampepoetser vraagt bijna geen snoei. Knip de afgestorven stengels en het blad in maart weg, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
Hoe:
- Knip uitgebloeide aren in de zomer weg tot boven het blad als je geen zaad wilt.
- Laat het blad na de bloei staan tot het geel wordt: zo bouwt de knol reserves op voor volgend jaar.
- Knip in maart alle dode stengels en bladeren tot net boven de grond weg.
Let op: Hak of hark niet diep rond de plant: de knollen zitten vlak onder de oppervlakte.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of in oktober de pol opgraven en de knollen met een scherp mes verdelen in stukken met elk minstens één knop. Meteen weer 5 cm diep planten.
- Zaaien
- Zaad van de soort in de herfst in een pot zaaien en buiten laten staan: na een koude periode kiemt het beter. De jonge planten bloeien pas na 2–3 jaar.
Hoe komt een lampepoetser de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: vorst is in België geen probleem.
- Natte grond is wel een risico: in stilstaand water rotten de knollen. Kies een doorlatende plek.
- In een pot: zet de pot op potvoetjes tegen een muur, uit de ergste regen.
Ziektes en plagen
- Knolrot: De plant komt in het voorjaar niet meer op of verwelkt van onderuit. Oorzaak is natte grond in de winter. Plant nieuwe knollen op een drogere plek of in een verhoogd bed.
- Woelmuizen: Knollen verdwijnen of zijn aangevreten. Plant ze in een korfje van fijn gaas.
- Slakken: Vreten aan de jonge scheuten in april–mei. Raap ze ’s avonds of zet een bierval.
- Omvallende aren: In te rijke grond of te veel schaduw worden de stengels slap. Minder mest, meer zon en wat steun helpen.
Het jaar rond
- Maart: Dode stengels en blad wegknippen. Knollen planten of pollen scheuren.
- April: Planten. Letten op slakken bij de jonge scheuten.
- Mei: Laatste plantmaand in het voorjaar. Steun zetten op winderige plekken.
- Juni: Groei. Water geven als het lang droog is.
- Juli: Begin van de bloei. Aren snijden voor een boeket.
- Augustus: Volle bloei. Uitgebloeide aren wegknippen of laten staan voor zaad.
- September: Laatste bloei. Zaad oogsten.
- Oktober: Knollen planten of pollen scheuren. Zaad buiten in een pot zaaien.
- November: Het blad sterft af. Zorgen dat er geen water blijft staan.
- December: Rust.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De aren bloeien van boven naar beneden open, terwijl de meeste aarvormige bloeiwijzen onderaan beginnen.
- De lampepoetser wordt op grote schaal als snijbloem gekweekt en zit vaak in boeketten van de bloemist.
- De Nederlandse naam verwijst naar de vorm van de aren, die lijken op een borstel om lampenglazen schoon te maken.