
Foto: Christian Fischer, CC BY-SA 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Liliaceae
Roggelelie
Lilium bulbiferum
In andere talen: Lis orangé (Français) · Orange lily (English)
De roggelelie (Lilium bulbiferum) is een oude, taaie tuinlelie uit de bergen van Midden- en Zuid-Europa. Hij vormt rechte stengels van ongeveer 90 cm, bezet met smal, donkergroen blad, en draagt in juni en juli rechtopstaande, komvormige bloemen in vurig oranje, vaak met donkere stippen in de keel. Sommige vormen dragen kleine broedbolletjes in de bladoksels. Hij is volledig winterhard en groeit in zonnige borders, tussen gras en in een boerderijtuin. Bijen en vlinders bezoeken de bloemen graag.
Let op: Giftig voor katten: alle delen, ook stuifmeel en water uit de vaas, kunnen bij katten ernstige vergiftiging veroorzaken; ga bij vermoeden meteen naar de dierenarts. Ook voor honden en kinderen is de plant schadelijk als ze er van eten. Knip bij snijbloemen de meeldraden weg.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,9 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juni–juli
| Hoogte | 0,9 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een roggelelie?
- Groeivorm
- Rechtopstaande bolplant van ongeveer 90 cm hoog en 30 cm breed, met een stevige stengel.
- Blad
- Smal tot lancetvormig, donkergroen, verspreid langs de stengel; bij sommige vormen met broedbolletjes in de bladoksels.
- Bloem
- Rechtopstaande, komvormige bloemen in groepjes aan de top van de stengel, in juni–juli.
- Kleur
- Vurig oranje tot oranjerood, vaak met donkere stippen in de keel.
- Bol
- Bol zonder beschermend vel, opgebouwd uit witte schubben; hij droogt snel uit.
Bloei: juni–juli · Planten: maart–april en oktober–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Vurig oranje bloemen in juni–juli die zelfs op afstand opvallen.
- Een sterke, oude tuinplant: volledig winterhard tot ongeveer −30 °C en jarenlang in de grond te laten staan.
- Past in een boerderijtuin, een zonnige border of tussen hoog gras.
- Verdraagt ook kalkrijke grond, in tegenstelling tot sommige andere lelies.
- Een mooie snijbloem; pluk de knoppen als ze net kleuren.
Waar staat een roggelelie graag?
- Volle zon voor de bloemen, liefst met een beschaduwde voet (bijvoorbeeld door lage planten rondom).
- Doorlatende grond: zand, leem of klei, kalkrijk mag. Staand water in de winter laat de bol rotten.
- Verdraagt een droge zomer beter dan sommige andere lelies, maar wil in het groeiseizoen wel wat vocht.
- Beschut tegen harde wind; de stengels zijn hoog.
- Plant de bollen 20–30 cm uit elkaar, in groepjes van drie of vijf.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Paars-blauw contrast met het oranje van de lelie, op dezelfde zonnige plek.
- Kattenkruid: Blauwe bloemen vullen de voet van de lelie.
- Ooievaarsbek: Houdt de grond rond de bol koel en bedekt.
- Siergras: Zachte pluimen laten het oranje beter uitkomen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een roggelelie?
Planten in maart–april en oktober–november.
- Plant in oktober–november of in maart–april; in de herfst planten geeft de beste wortels.
- Graaf een plantgat van ongeveer 15 cm diep (drie keer de hoogte van de bol) en meng zware grond met zand.
- Zet de bol rechtop, met een handvol zand eronder tegen rot, 20–30 cm uit elkaar.
- Bedek met aarde en geef goed water, ook als het regent.
- Leg een laag compost of bladcompost over de grond; lage planten rondom houden de voet koel.
Verzorgen
- Water
- Geef in het groeiseizoen bij droogte een flinke gieter, vooral in mei–juli. Geen natte voeten in de winter.
- Bemesten
- In het voorjaar een beetje compost of bloembollenmeststof. Niet te veel stikstof.
- Mulchen
- Een laag bladcompost houdt de grond koel en vochtig; houd mulch van de stengel af.
- Steun
- Een lage steun of struikjes rondom voorkomt dat de stengels bij wind omvallen.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de uitgebloeide bloemen weg, maar laat stengel en blad staan: ze voeden de bol.
Tip: Hoofd in de zon, voeten in de schaduw: plant lage planten rond de voet van de lelie. De bol wil geen volle zon op de grond, maar de bloem wil wel licht.
Wanneer snoei je een roggelelie?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Knip de uitgebloeide bloemen weg en haal de stengels pas weg als ze helemaal verdord zijn, in oktober–november.
Hoe:
- Knip uitgebloeide bloemen weg, net onder de bloem.
- Laat de stengel en het blad staan tot ze geel zijn: ze voeden de bol.
- Knip de verdorde stengel in de herfst af, vlak boven de grond.
Let op: Knip een groene stengel nooit te vroeg af: de bol heeft het blad nodig om op te laden voor volgend jaar.
Vermeerderen
- Broedbolletjes
- Bij vormen met broedbolletjes in de bladoksels: oogst ze in augustus–september en zet ze 3–5 cm diep in een pot of kweekbedje; na 2–3 jaar bloeien ze.
- Schubben
- In de herfst een paar gezonde schubben van de bol afbreken, in vochtig zand of perliet in een plastic zakje op kamertemperatuur leggen; na enkele weken vormen zich nieuwe bolletjes.
- Bolletjes delen
- Verdeel dichte groepen na de bloei, in oktober–november, en plant de bolletjes meteen terug.
Hoe komt een roggelelie de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard in België (tot ongeveer −30 °C): geen bescherming nodig als de grond doorlatend is.
- Een dun laagje bladeren of compost over de bol houdt het vocht binnen en de vorst buiten.
- In een pot: zet de pot beschut en droog tegen een muur, en laat hem niet in water staan.
Ziektes en plagen
- Lelietorretje: Een felrood kevertje en slijmerige larven (bedekt met eigen uitwerpselen) vreten het blad in april–juli. Plukken met de hand is de beste aanpak.
- Botrytis: Bruine vlekken op het blad in nat weer. Knip aangetast blad weg, laat ruimte tussen de planten en water niet over het blad.
- Bolrot: In natte grond verrotten de bollen. Plant in doorlatende grond en meng klei met zand.
- Slakken en muizen: Slakken eten de jonge scheuten in het voorjaar; muizen kunnen bollen opeten. Verzamel slakken met de hand en plant de bollen in een gaasmandje bij muizenproblemen.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Jonge scheuten verschijnen.
- April: Planten. Compost geven. Letten op lelietorretjes.
- Mei: Steun plaatsen. Water geven bij droogte.
- Juni: Bloei begint. Bloemen snijden voor de vaas.
- Juli: Bloei. Uitgebloeide bloemen wegknippen.
- Augustus: Broedbolletjes oogsten (indien aanwezig).
- September: Blad vergeelt. Laten staan.
- Oktober: Planten. Verdorde stengels afknippen.
- November: Planten. Mulchen met bladcompost.
- December: Rust onder de grond.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Lelies zijn levensgevaarlijk voor katten: alle delen, ook het stuifmeel en het water uit de vaas, geven al in kleine hoeveelheden acuut nierfalen, dat zonder snelle behandeling vaak dodelijk afloopt. Een beetje stuifmeel dat een kat uit haar vacht likt, kan al genoeg zijn. Heeft je kat aan een lelie gezeten of stuifmeel op haar vacht, bel dan meteen je dierenarts, ook als ze nog niets laat merken. Zet geen snijlelies in huis als je een kat hebt (de meeldraden wegknippen is niet genoeg) en plant ze niet waar katten vaak komen. Voor kinderen en honden zijn lelies veel minder gevaarlijk, maar ook zij kunnen er maag- en darmklachten van krijgen. Verwar ze niet met daglelies (Hemerocallis), waarvan je de knoppen en bloemen wel kunt eten (al zijn ook die gevaarlijk voor katten): eet nooit van een echte lelie. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam bulbiferum betekent ‘bollen dragend’: sommige vormen maken kleine broedbolletjes in de bladoksels.
- Hij is een van de oudste tuinleliën van Europa en groeit in het wild in de bergen van Midden- en Zuid-Europa.
- Lelies hebben geen beschermend vel om hun bol, zoals tulpen of narcissen, en drogen daarom snel uit: plant ze meteen.