
Foto: Amada44, CC BY-SA 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Liliaceae
Tijgerlelie
Lilium lancifolium
In andere talen: Lis tigré (Français) · Tiger lily (English)
De tijgerlelie komt uit Oost-Azië, uit China, Korea en Japan, waar hij al eeuwenlang wordt gekweekt. Zijn stengels van 1–1,2 m staan dicht bezet met smalle, lancetvormige bladeren, met in de bladoksels kleine, zwartpaarse broedknopjes. In augustus–september hangt aan de top een tros knikkende bloemen met sterk teruggekrulde bloemblaadjes, oranje met donkere, bijna zwarte vlekken. Hij is een van de sterkste en makkelijkste lelies, volledig winterhard en jaar na jaar betrouwbaar. Het ras ‘Splendens’ heeft grotere, felgekleurde bloemen.
Let op: Lelies zijn levensgevaarlijk voor katten: alle delen, ook het stuifmeel en het water uit de vaas, kunnen al in kleine hoeveelheden nierfalen veroorzaken. Zet geen snijlelies in huis als je een kat hebt en plant ze niet waar katten komen. Hou de bollen ook buiten bereik van kinderen en honden. Het stuifmeel geeft hardnekkige vlekken op kleding: knip de meeldraden weg bij snijbloemen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1,2 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
augustus–september
| Snoeimaanden | oktober |
|---|---|
| Hoogte | 1,2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | augustus–september |
Herkennen
Hoe herken je een tijgerlelie?
- Groeivorm
- Rechtopstaande, onvertakte stengels van 1–1,2 m, ongeveer 30 cm breed.
- Blad
- Smal, lancetvormig en donkergroen, dicht langs de hele stengel.
- Bloem
- Knikkende bloemen van 8–10 cm met sterk teruggekrulde blaadjes, vaak tien of meer per stengel, in augustus–september.
- Kleur
- Oranje tot oranjerood met donkerpaarse vlekken; de lange meeldraden dragen roestbruin stuifmeel.
- Bol
- Witte schubbenbol, met zwartpaarse broedknopjes in de bladoksels langs de stengel.
Bloei: augustus–september · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Late bloei in augustus–september, als veel andere lelies al uitgebloeid zijn.
- Opvallende oranje bloemen met donkere vlekken, die van ver in het oog springen.
- Erg winterhard en sterk: hij komt elk jaar terug zonder veel zorg.
- Een mooie, langhoudbare snijbloem.
- Makkelijk zelf te vermeerderen met de broedknopjes in de bladoksels.
Waar staat een tijgerlelie graag?
- Zon tot halfschaduw; liefst met de kop in de zon en de voet in de schaduw van lagere planten.
- Goed doorlatende, humusrijke grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Normaal vochtig: niet uitdrogen in de zomer, maar ook geen natte voeten in de winter.
- Plant 20–30 cm uit elkaar, in groepjes van drie tot vijf.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 1,2 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Rudbeckia: Gele bloemen in augustus–september, in dezelfde zonnige border.
- Zonnebruid: Warme oranje en rode tinten die het kleurenspel versterken.
- Russische salie: Een blauwe wolk als contrast met het oranje.
- Prachtriet: Siergras dat de hoogte van de lelies opvangt.
- Vrouwenmantel: Houdt de voet koel en schaduwrijk.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een tijgerlelie?
Planten in maart–april en oktober–november.
- Plant in maart–april of in oktober–november, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Maak de grond diep los en meng er compost en bij zware grond wat grof zand door.
- Zet de bollen 15–20 cm diep: hij vormt ook wortels aan de stengel boven de bol.
- Hou 20–30 cm afstand en plant in groepjes.
- Geef na het planten water en druk de grond licht aan.
- Leg een laag mulch van bladcompost; plant lage vaste planten rond de voet voor koele wortels.
Verzorgen
- Water
- Bij droogte wekelijks ruim water aan de voet, vooral voor en tijdens de bloei.
- Bemesten
- In april compost of een organische mest voor bloembollen; niet op de jonge scheuten.
- Mulchen
- Een laag bladcompost houdt de wortels koel en vochtig.
- Steun
- Op een winderige plek een stok bij de stengels zetten, zonder de bol te raken.
- Leliehaantje
- Controleer van maart tot augustus geregeld op rode kevertjes en hun larven.
Tip: Raap in de herfst de zwarte broedknopjes uit de bladoksels en leg ze in een potje: na twee à drie jaar heb je gratis nieuwe, bloeiende tijgerlelies.
Wanneer snoei je een tijgerlelie?
Snoeimaanden: oktober.
Wanneer: Een tijgerlelie wordt nauwelijks gesnoeid. Na de bloei knip je de uitgebloeide bloemen weg en in oktober, als de stengel bruin is, knip je hem af.
Hoe:
- Knip uitgebloeide bloemen net onder de bloem weg, maar laat de stengel met blad staan.
- Raap in september–oktober de broedknopjes op voor je de stengel afknipt.
- Knip de afgestorven stengel in oktober af tot net boven de grond.
- Snijd je bloemen voor de vaas, laat dan minstens de helft van de stengel met blad staan.
Let op: Knip de stengel niet af zolang hij groen is: de bol heeft het blad nodig om aan te sterken.
Vermeerderen
- Broedknopjes
- Raap in september–oktober de zwarte knopjes uit de bladoksels en leg ze 2–3 cm diep in een pot of kweekbedje. Na twee à drie jaar bloeien ze.
- Bolschubben
- Breek in de herfst een paar buitenste schubben van de bol, stop ze in een zakje met vochtig vermiculiet en bewaar ze op kamertemperatuur. Na enkele weken vormen zich bolletjes die je kunt oppotten.
Hoe komt een tijgerlelie de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België blijft hij zonder bescherming in de grond.
- Natte grond is gevaarlijker dan vorst: zorg voor een goede afwatering.
- In een pot: zet de pot in de winter tegen een muur en hou de potgrond licht vochtig, niet nat.
Ziektes en plagen
- Leliehaantje: Felrode kevertjes en larven onder hun eigen uitwerpselen vreten het blad kaal. Raap ze van maart tot augustus met de hand weg; hou je hand eronder, want ze laten zich vallen.
- Grauwe schimmel: Bruine vlekken op het blad bij nat weer. Knip aangetast blad weg en zorg voor luchtige ruimte rond de plant.
- Virus: Tijgerlelies dragen vaak virussen zonder zelf ziek te lijken. Plant ze niet vlak naast andere lelies en bestrijd bladluis, die virussen overdraagt.
- Slakken: Vreten in het voorjaar aan de jonge scheuten. ’s Avonds wegrapen.
Het jaar rond
- Maart: Bollen planten. Letten op leliehaantjes.
- April: Laatste voorjaarsplanting. Compost geven en mulchen.
- Mei: Leliehaantjes wegrapen. Steun plaatsen.
- Juni: Water geven bij droogte.
- Juli: Bloemknoppen verschijnen. Water bij droogte.
- Augustus: Bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
- September: Bloei. Uitgebloeide bloemen wegknippen. Broedknopjes oprapen.
- Oktober: Bruine stengels afknippen. Bollen en broedknopjes planten.
- November: Bollen planten.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Lelies zijn levensgevaarlijk voor katten: alle delen, ook het stuifmeel en het water uit de vaas, geven al in kleine hoeveelheden acuut nierfalen, dat zonder snelle behandeling vaak dodelijk afloopt. Een beetje stuifmeel dat een kat uit haar vacht likt, kan al genoeg zijn. Heeft je kat aan een lelie gezeten of stuifmeel op haar vacht, bel dan meteen je dierenarts, ook als ze nog niets laat merken. Zet geen snijlelies in huis als je een kat hebt (de meeldraden wegknippen is niet genoeg) en plant ze niet waar katten vaak komen. Voor kinderen en honden zijn lelies veel minder gevaarlijk, maar ook zij kunnen er maag- en darmklachten van krijgen. Verwar ze niet met daglelies (Hemerocallis), waarvan je de knoppen en bloemen wel kunt eten (al zijn ook die gevaarlijk voor katten): eet nooit van een echte lelie. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Vroeger heette hij Lilium tigrinum; de huidige naam lancifolium verwijst naar de lancetvormige bladeren.
- De meeste tijgerlelies in tuinen vormen nauwelijks kiemkrachtig zaad. Ze vermeerderen zich vooral via de broedknopjes in de bladoksels.
- In Oost-Azië wordt de tijgerlelie al eeuwenlang ook gekweekt om zijn eetbare bollen.