
Foto: JackyM59, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Asphodelaceae
Bruine daglelie
Hemerocallis fulva
In andere talen: Hémérocalle fauve (Français) · Orange daylily (English)
De bruine daglelie komt oorspronkelijk uit Oost-Azië: China, Korea en Japan. Het is een stevige vaste plant met lange, gebogen, grasachtige bladeren en stengels tot 90 cm met trompetvormige, oranje bloemen met een donkerder, roodbruine zone in het hart. Elke bloem bloeit maar één dag, maar er gaan weken lang nieuwe knoppen open, van juni tot augustus. Tuiniers waarderen hem omdat hij bijna onverwoestbaar is: hij groeit in zon en halfschaduw, op zand, leem en klei, en verdraagt droogte. De gevulde vorm ‘Kwanso’ heeft dubbele, wat rommelige bloemen.
Let op: Zeer giftig voor katten: al een klein beetje blad, een bloem, stuifmeel of het water uit een vaas kan nierfalen veroorzaken. Plant hem niet waar katten komen en zet hem binnen niet in een boeket. Voor mensen zijn knoppen en bloemen eetbaar, maar eet ze met mate.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,9 m
hoog, 0,9 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart en november |
|---|---|
| Hoogte | 0,9 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een bruine daglelie?
- Groeivorm
- Dichte, overhangende pol van 90 cm hoog en even breed, die zich met ondergrondse wortelstokken uitbreidt.
- Blad
- Lang, smal en lijnvormig, 60–90 cm lang en 1–2,5 cm breed, frisgroen en boogvormig overhangend; sterft in de herfst af.
- Bloem
- Trompetvormig, ongeveer 10 cm breed, met meerdere knoppen per vertakte stengel; elke bloem leeft één dag.
- Kleur
- Warm oranje met een donkerder, roodbruine ring in het hart en een lichte middennerf op elk bloemblad.
- Wortels
- Vlezige, wat knolachtige wortels en kruipende wortelstokken waarmee hij zich uitbreidt.
Bloei: juni–augustus · Oogst en vruchten: juni–augustus · Planten: maart–mei en augustus–oktober · Snoeien: maart en november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bijna onverwoestbaar: groeit op elke grondsoort en overleeft droogte, kou en verwaarlozing.
- Bloeit van juni tot augustus elke dag met nieuwe bloemen.
- Vormt snel een dichte pol die onkruid onderdrukt, ideaal voor taluds en moeilijke hoeken.
- Knoppen en bloemen zijn eetbaar en geven kleur aan een salade of roerbakschotel.
- Weinig last van ziekten en vraagt amper verzorging.
Waar staat een bruine daglelie graag?
- Volle zon geeft de meeste bloemen; in halfschaduw groeit hij ook, maar bloeit hij minder.
- Elke tuingrond is goed: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Verdraagt droogte zodra hij is ingeworteld; staande nattigheid in de winter heeft hij liever niet.
- Plant op 45–60 cm afstand. Hij breidt zich uit: geef hem ruimte of zet een wortelscherm in een kleine border.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,9 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Kattenkruid: Blauwe bloemen die mooi afsteken tegen het oranje en ook droogte verdragen.
- Bossalie: Paarsblauwe aren vooraan in de border, in dezelfde zon.
- Siergrassen: Luchtige pluimen als tegenhanger van de dichte bladpollen.
- Duizendblad: Platte schermen in geel of terracotta voor een warm kleurenpalet.
- Vrouwenmantel: Een zachte, lage rand die de kale voet van de bloemstengels verbergt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een bruine daglelie?
Planten in maart–mei en augustus–oktober.
- Plant van maart tot mei of van augustus tot oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en maak de bodem los.
- Zet de plant zo dat de kroon, waar blad en wortels samenkomen, 2–3 cm onder de grond zit.
- Houd 45–60 cm tussen de planten; graaf in een kleine border een wortelscherm van 30 cm diep in.
- Druk de grond aan en geef meteen een flinke gieter water.
- Een dunne laag compost als mulch houdt het onkruid weg tot de pol dicht is.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna redt hij zich; in lange droge periodes bloeit hij beter met af en toe een flinke gieter.
- Bemesten
- In het voorjaar volstaat een schep compost. Te veel mest geeft veel blad en minder bloemen.
- Uitgebloeide bloemen
- Pluk verwelkte bloemen dagelijks af voor een nette plant en knip uitgebloeide stengels aan de voet weg.
- Delen
- Om de 4–5 jaar, als het hart van de pol kaal wordt of de bloei afneemt.
- Afgestorven blad
- Knip het gele blad in de herfst weg: dat beperkt slakken en ziekten.
Tip: Plant hem niet te diep: de kroon hoort 2–3 cm onder de grond. Wil je hem in toom houden, steek dan elk voorjaar de rand van de pol af.
Wanneer snoei je een bruine daglelie?
Snoeimaanden: maart en november.
Wanneer: Snoeien is nauwelijks nodig. Knip afgestorven blad weg in november of, als je het als wintermulch laat liggen, in maart.
Hoe:
- Knip het gele en bruine blad terug tot 5–10 cm boven de grond.
- Knip na de bloei de kale bloemstengels zo laag mogelijk weg.
- Pluk verwelkte bloemen af als je de plant netjes wilt houden; nodig is het niet.
Let op: Heb je katten, ruim snoeiafval en afgevallen bloemen dan meteen op: alle delen zijn voor hen zeer giftig.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of in augustus–september de pol opgraven en met een spade of twee rug aan rug gestoken spitvorken in stukken delen, elk met een paar bladwaaiers en wortels. Knip het blad terug tot 15 cm en plant meteen opnieuw.
- Uitlopers
- Steek jonge planten aan de rand van de pol met een stuk wortelstok los en plant ze elders.
Hoe komt een bruine daglelie de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het blad sterft in de herfst af; de plant overwintert ondergronds en loopt in maart weer uit.
- In een pot: zet hem beschut tegen een muur, zodat de kluit niet te lang doorvriest en niet in water staat.
Ziektes en plagen
- Daglelie-galmug: Opgezwollen, misvormde knoppen die niet opengaan, vooral in juni. Pluk ze meteen af en gooi ze bij het restafval, niet op de composthoop.
- Slakken: Vreten gaten in jong blad in het voorjaar. ’s Avonds rapen of een bierval plaatsen.
- Weinig bloemen: Te veel schaduw, te veel mest of een te oude, volle pol. Zet hem zonniger of deel hem.
- Woekeren: Breidt zich met wortelstokken sterk uit en verdringt kleinere planten. Steek de rand jaarlijks af of plant met een wortelscherm.
Het jaar rond
- Maart: Afgestorven blad wegknippen. Delen en planten.
- April: Planten. Compost geven.
- Mei: Planten. Letten op slakken bij jonge scheuten.
- Juni: Eerste bloemen. Opgezwollen knoppen afplukken.
- Juli: Volle bloei. Knoppen en bloemen oogsten voor de keuken.
- Augustus: Laatste bloei. Uitgebloeide stengels wegknippen. Delen en planten.
- September: Delen en planten. Rand van de pol afsteken.
- Oktober: Planten. Het blad begint geel te worden.
- November: Afgestorven blad wegknippen en opruimen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Bloemen (juni–augustus)
- Pluk van juni tot augustus de dikke, nog gesloten knoppen een dag voor ze opengaan, of de open bloemen (elke bloem bloeit maar één dag). De knoppen smaken als sperziebonen met een zoet toetje en zijn lekker roergebakken of kort gestoomd; de bloemen kan je vullen of in reepjes door een salade doen. In China droogt men de verwelkte bloemen als ‘gouden naalden’ voor soep.
- Bewaring
- Knoppen en bloemen blijven een dag of twee goed in de koelkast in een doosje. Verwelkte bloemen kan je drogen op een rooster, op een luchtige plek, en in een gesloten pot bewaren; week ze voor gebruik een halfuur in warm water.
Let op: Daglelies (Hemerocallis) zijn eetbaar voor mensen, maar heel giftig voor katten: zelfs een beetje stuifmeel of een stukje blad kan bij een kat de nieren vernielen. Houd katten uit de buurt. Eet de eerste keer maar een klein beetje: sommige mensen krijgen er buikpijn of diarree van. Eet enkel daglelies en nooit echte lelies (Lilium) of andere bolgewassen. Kook de knoppen liefst kort; eet er geen grote hoeveelheden rauw van.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Roerbak van daglelieknoppen met knoflook (Gerecht · 2 personen · 15 min)
- Gevulde daglelies met geitenkaas (Gerecht · 4 personen (als hapje) · 20 min)
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Hemerocallis komt van de Griekse woorden voor ‘dag’ en ‘schoonheid’: elke bloem bloeit maar één dag.
- De vorm die in Europa het meest groeit, heeft drie sets chromosomen (triploïd) en zet geen kiemkrachtig zaad: hij verspreidt zich enkel met wortelstokken.
- In Noord-Amerika is hij zo ingeburgerd langs wegbermen dat hij er ‘ditch lily’ heet, letterlijk ‘slootlelie’.