Turkse lelie (Lilium martagon)

Foto: Hans Hillewaert, CC BY-SA 3.0 · bron

Bol- of knolgewas · Liliaceae

Turkse lelie

Lilium martagon

In andere talen: Lis martagon (Français) · Martagon lily (English)

De Turkse lelie heeft van alle lelies het grootste natuurlijke verspreidingsgebied: van Portugal tot Mongolië, in bergweiden en lichte bossen. In juni en juli draagt een stengel van 1–1,2 m een tros knikkende bloemen waarvan de bloemblaadjes zo sterk naar achter krullen dat ze op een tulband lijken. De bloemen zijn dofroze tot paarsroze met donkere vlekjes; er is ook een zuiver witte vorm, var. album. De bladeren staan in kransen rond de stengel. Ze is sterk en langlevend, maar heeft na het planten tijd nodig om te wennen; eenmaal gevestigd wordt de pol elk jaar groter.

Let op: Zeer giftig voor katten: alle delen, ook het stuifmeel en het water uit de vaas, kunnen bij katten de nieren ernstig beschadigen. Hou katten weg van de plant en zet geen snijbloemen binnen als je een kat hebt. Ook voor mensen en andere dieren niet om op te eten.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Leem of klei

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    1,2 m

    hoog, 0,3 m breed

  • Bloei

    juni–juli

Feiten op een rij
Snoeimaandenoktober
Hoogte1,2 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeijuni–juli

Herkennen

Hoe herken je een Turkse lelie?

Groeivorm
Rechte, onvertakte stengel van 1–1,2 m hoog, ongeveer 30 cm breed.
Blad
Ovaal tot lancetvormig, in kransen rond de stengel.
Bloem
Tot twintig of meer knikkende bloemen per stengel; de bloemblaadjes krullen naar achter als een tulband.
Kleur
Dofroze tot paarsroze met donkere vlekjes; wit bij var. album, donker wijnrood bij ‘Claude Shride’.
Bol
Geel, uit losse schubben en zonder beschermende huid; droogt snel uit.

Bloei: juni–juli · Planten: maart en september–november · Snoeien: oktober

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de weinige lelies die het goed doet in halfschaduw onder bomen.
  • Brengt in juni–juli hoogte en kleur in de schaduwborder.
  • Zeer langlevend: een goed gevestigde pol bloeit elk jaar rijker.
  • Ideaal om te laten verwilderen in een bostuin of tussen heesters.
  • Nachtvlinders zoals pijlstaarten bezoeken de bloemen ’s avonds.

Waar staat een Turkse lelie graag?

  • Halfschaduw of lichte schaduw, bijvoorbeeld aan de rand van bomen of heesters: de voet koel, de bloemen in het licht.
  • Leem of klei, goed doorlatend, neutraal tot kalkrijk.
  • Normaal vochtig; ze verdraagt geen stilstaand water in de winter.
  • Plant 20–30 cm uit elkaar, in groepjes van drie of meer.
Licht
Halfschaduw en schaduw
Grondsoort
Leem of klei
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Normaal
Grootte
1,2 m hoog, 0,3 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Varens: Een groene, koele voet in de halfschaduw.
  • Hosta: Grote bladeren houden de voet koel en vochtig.
  • Akelei: Bloeit net voor de lelie in dezelfde halfschaduw.
  • Vrouwenmantel: Een zachte, gele rand vooraan.
  • Vingerhoedskruid: Hoge, rechte aren in juni, op dezelfde plek aan de bosrand.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Turkse lelie?

Planten in maart en september–november.

  1. Plant in september–november of in maart, zodra je de bollen hebt: de schubbenbol droogt snel uit.
  2. Maak de grond diep los en meng er compost en, in zware klei, wat grof zand door.
  3. Leg de bol 10–15 cm diep, met de punt naar boven.
  4. Zet de bollen 20–30 cm uit elkaar.
  5. Geef water en markeer de plek: soms verschijnt de eerste scheut pas een jaar later.
  6. Leg een laag bladaarde als mulch om de voet koel te houden.

Verzorgen

Water
Geef bij droogte in voorjaar en zomer water aan de voet.
Bemesten
In maart–april compost of een organische mest voor bloeiende planten.
Mulchen
Een laag bladaarde houdt de voet koel en vochtig.
Steun
Meestal niet nodig; op een winderige plek een stok gebruiken.
Uitgebloeide bloemen
Knip ze af als je geen zaad wilt; laat de stengel met blad staan tot de herfst.

Tip: Kies één goede plek in de halfschaduw en laat haar daar staan: na een jaar wennen bloeit ze elk jaar rijker. Verplant haar daarna niet meer.

Wanneer snoei je een Turkse lelie?

Snoeimaanden: oktober.

Wanneer: Een Turkse lelie wordt nauwelijks gesnoeid: na de bloei haal je eventueel de zaaddozen weg en in oktober de afgestorven stengel.

Hoe:

  • Knip na de bloei de uitgebloeide bloemen weg, tenzij je zaad wilt oogsten.
  • Laat de stengel met het blad staan tot hij geel en droog is; zo vult de bol zijn reserves aan.
  • Knip in oktober de afgestorven stengel net boven de grond af.

Let op: Snijd voor de vaas niet meer dan een derde van de stengel weg, anders verzwakt de bol.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Schubben
Breek in de herfst enkele buitenste schubben van de bol en bewaar ze in een zakje met vochtige vermiculiet bij kamertemperatuur. Na enkele weken groeien er bolletjes aan, die je oppot.
Zaaien
Zaai rijp zaad in de herfst in een pot die buiten blijft staan. Het kiemt traag en eerst ondergronds; zaailingen bloeien pas na enkele jaren, vaak vijf of meer.

Hoe komt een Turkse lelie de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Volledig winterhard tot ongeveer −30 °C: geen bescherming nodig.
  • Natte winters zijn een groter gevaar dan vorst: zorg voor goed doorlatende grond.
  • In een pot: zet de pot beschut tegen een muur en hou de aarde licht vochtig, niet nat.

Ziektes en plagen

  • Leliehaantje: Felrode kever en larven bedekt met hun eigen uitwerpselen vreten het blad kaal, van april tot augustus. Lees ze dagelijks af en hou een hand onder het blad, want de kever laat zich vallen.
  • Grauwe schimmel: Bruine vlekken op het blad bij nat weer. Verwijder aangetaste bladeren en kies een luchtige plek.
  • Slakken: Vreten in het voorjaar aan de jonge scheuten. Raap ze ’s avonds op.
  • Komt niet op: Het eerste jaar na het planten verschijnt soms niets. Heb geduld en graaf de bol niet op.

Het jaar rond

  • Maart: Planten. Compost strooien. Jonge scheuten beschermen tegen slakken.
  • April: Letten op leliehaantjes.
  • Mei: Leliehaantjes aflezen. Water geven bij droogte.
  • Juni: Bloei.
  • Juli: Bloei. Daarna uitgebloeide bloemen afknippen of zaad laten rijpen.
  • September: Bollen planten. Rijp zaad oogsten en zaaien.
  • Oktober: Afgestorven stengel afknippen. Bollen planten of schubben.
  • November: Planten. Mulch van bladaarde geven.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Lelies zijn levensgevaarlijk voor katten: alle delen, ook het stuifmeel en het water uit de vaas, geven al in kleine hoeveelheden acuut nierfalen, dat zonder snelle behandeling vaak dodelijk afloopt. Een beetje stuifmeel dat een kat uit haar vacht likt, kan al genoeg zijn. Heeft je kat aan een lelie gezeten of stuifmeel op haar vacht, bel dan meteen je dierenarts, ook als ze nog niets laat merken. Zet geen snijlelies in huis als je een kat hebt (de meeldraden wegknippen is niet genoeg) en plant ze niet waar katten vaak komen. Voor kinderen en honden zijn lelies veel minder gevaarlijk, maar ook zij kunnen er maag- en darmklachten van krijgen. Verwar ze niet met daglelies (Hemerocallis), waarvan je de knoppen en bloemen wel kunt eten (al zijn ook die gevaarlijk voor katten): eet nooit van een echte lelie. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam verwijst naar de bloemvorm: de teruggekrulde bloemblaadjes lijken op een Turkse tulband.
  • Het zaad kiemt in twee stappen: eerst groeit ondergronds een bolletje, pas later verschijnt het eerste blad.
  • De bol heeft geen beschermende huid en bestaat uit losse schubben; daarom droogt hij zo snel uit.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…