
Foto: Michael Wolf, CC BY-SA 3.0 · bron
Kamerplant · Aizoaceae
Levende steentjes
Lithops lesliei
In andere talen: Plante caillou (Français) · Living stones (English)
Levende steentjes (Lithops lesliei) komen uit de droge, rotsachtige streken van Zuid-Afrika. Elke plant bestaat uit één of enkele paren dikke, met elkaar vergroeide bladeren die als kiezeltjes in de grond zitten en zo bijna onzichtbaar zijn voor grazende dieren. Het bovenvlak heeft lichtdoorlatende ‘raampjes’ met een grillige tekening in grijsgroen, bruin of olijf. In de late zomer tot in de herfst verschijnt tussen de twee bladeren een gele, margrietachtige bloem die vaak breder is dan de plant zelf. Het is een klein, bijzonder verzamelobject voor een zonnige vensterbank: het neemt weinig ruimte in, maar vraagt wel de juiste watergift op het juiste moment.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 5 °C
Grootte
0,03 m
hoog, 0,1 m breed
Bloei
september–oktober
| Hoogte | 0,03 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | september–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een levende steentjes?
- Groeivorm
- Dwergplant van 2–3 cm hoog, meestal met 1–3 bladparen; een groepje wordt ongeveer 10 cm breed.
- Blad
- Twee dikke, vlezige, bijna helemaal vergroeide bladeren met een spleet ertussen. Het vlakke bovenvlak heeft lichtdoorlatende raampjes met een tekening in grijs, bruin of groen.
- Bloem
- Gele, margrietachtige bloem van ongeveer 3–4 cm, die in de late zomer of herfst uit de spleet komt en zich vooral in de middag en namiddag opent.
- Wortels
- Een lange penwortel die de plant verankert en water opslaat; kies daarom een pot die diep genoeg is.
- Groeicyclus
- Het oude bladpaar verschrompelt in de winter en het voorjaar, terwijl het nieuwe paar eruit groeit en zich voedt met het water van het oude paar.
Bloei: september–oktober · Planten: april–mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een echte blikvanger: de plant lijkt op een kiezelsteen en trekt op de vensterbank altijd aandacht.
- Neemt weinig ruimte in: een plant is 2–3 cm hoog en een groepje wordt ongeveer 10 cm breed.
- Bloeit in september–oktober met gele bloemen, op een moment dat veel kamerplanten juist rusten.
- Weinig werk: weinig water, geen snoei en nauwelijks bemesting.
- Leuk om te volgen: elk jaar schuift een nieuw bladpaar uit het oude omhoog.
Waar staat een levende steentjes graag?
- Zet hem op de zonnigste plek van het huis, liefst een zuid- of westraam met veel direct zonlicht.
- Mineraal en zeer goed doorlatend: zand, fijn grind of puimsteen, met hooguit een derde cactusgrond. Geen turf of compost, want die houden te veel water vast.
- Droog en goed verlucht; een pot met gat in de bodem en geen schotel waarin water blijft staan.
- Zet meerdere planten op ongeveer 5–10 cm van elkaar of in een ondiepe, brede schaal.
- Licht
- Zonnig
- Potgrond
- Cactusgrond
- Zuurtegraad
- Neutraal
- Water geven
- Weinig
- Grootte
- 0,03 m hoog, 0,1 m breed
- Temperatuur
- Minimum 5 °C
Mooi samen met
- Mammillaria: Een ronde cactus met dezelfde zon en dezelfde droge winterrust.
- Echeveria: Een rozet in blauwgrijze tinten als contrast naast de steenachtige vormen.
- Haworthia: Blijft ook klein en vraagt weinig verzorging; mooi in een gezamenlijke schaal.
- Gasteria: Een stevige vetplant uit Zuid-Afrika, handig voor een groepje potten op de vensterbank.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een levende steentjes?
Planten in april–mei.
- Verpot in april–mei, als het oude bladpaar helemaal verdroogd is. Meestal is verpotten maar om de 2–3 jaar nodig.
- Kies een niet te kleine, vrij diepe pot met een gat in de bodem; terracotta droogt sneller uit dan plastic.
- Meng ongeveer twee derde grof zand, fijn grind of puimsteen met een derde cactusgrond en leg onderin wat grof materiaal ter drainage.
- Plaats de plant zo diep dat alleen het bovenvlak boven de grond uitsteekt en strooi een laagje fijn grind rond de plant.
- Geef na het planten ongeveer een week geen water, zodat beschadigde wortels kunnen helen.
Verzorgen
- Water
- Van eind augustus tot in november water geven als de grond helemaal droog is: een scheutje langs de rand, niet over de plant. In het voorjaar en de zomer zeer weinig of niets. Van december tot maart geen water.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Eventueel één keer in de herfst een heel zwakke dosis cactusvoeding (een kwart van de aangegeven hoeveelheid).
- Licht
- Veel zon. Wen hem na de winter geleidelijk aan fel licht, anders krijgt hij bruine, droge verbrandingsplekken.
- Lucht
- Houd de plek goed verlucht en droog. Warmte is geen probleem, zolang de grond droog is; koude en vocht samen zijn dodelijk.
- Oude bladeren
- Laat het oude bladpaar vanzelf opdrogen en trek er niet aan: de plant haalt er water en voedingsstoffen uit.
Tip: Giet altijd langs de rand van de pot en nooit over de plant: water in de spleet tussen de bladeren leidt snel tot rot. Een laagje fijn grind op de grond houdt de plant droog.
Wanneer snoei je een levende steentjes?
Wanneer: Levende steentjes worden niet gesnoeid. Het enige werk is het weghalen van de papierachtige resten van het oude bladpaar, zodra die helemaal droog zijn (meestal in het voorjaar).
Hoe:
- Wacht tot het oude bladpaar volledig droog en papierachtig is.
- Haal de droge resten voorzichtig weg met een pincet of met je vingers; ze komen er vanzelf los.
- Snijd niets uit de groene delen en trek niet aan nog sappige bladeren.
- Uitgebloeide bloemen vallen vanzelf af; je hoeft niets te doen.
Let op: Een wondje in het levende bladpaar gaat snel rotten. Raak de plant dus zo weinig mogelijk aan.
Vermeerderen
- Zaaien
- In het voorjaar op een licht vochtig mengsel van zand en cactusgrond, het zaad nauwelijks bedekken. Onder glas of folie bij 20–25 °C. De plantjes zijn piepklein en groeien langzaam: pas na enkele jaren bloeien ze.
- Delen
- In april–mei een groepje met meerdere koppen voorzichtig uit elkaar halen; elk deel heeft wat wortel nodig. Laat de wond een paar dagen drogen, plant in droog zandmengsel en geef pas na een week of twee een klein scheutje water.
Hoe komt een levende steentjes de winter door?
- Van december tot maart koel en droog houden, bij 8–12 °C en niet onder 5 °C. Geef geen water.
- Zet hem zo licht mogelijk, op een koel, zonnig raam; bij te weinig licht rekt hij uit en verliest hij zijn steenachtige vorm.
- Het oude bladpaar verschrompelt terwijl de nieuwe bladeren eruit groeien. Dat is normaal en geen reden om water te geven.
Ziektes en plagen
- Rot: Zachte, glazige of doorschijnende bladeren, vaak na te veel water of water in de winter. Stop met water; haal de plant uit de pot, snijd zachte delen weg met een schoon mes, laat drogen en plant opnieuw in droog zand.
- Gespleten bladeren: Het nieuwe bladpaar scheurt open na een flinke gietbeurt in de groeiperiode. Geef voortaan kleine hoeveelheden en alleen in het juiste seizoen.
- Verschrompelen: Normaal bij het oude bladpaar in de winter en het voorjaar. Rimpelt het nieuwe paar in de groeiperiode, dan heeft hij dorst: geef een klein scheutje.
- Uitrekken: Een te lange, bleke plant kreeg te weinig licht. Zet hem op een helderder raam; de nieuwe bladeren krijgen dan weer hun normale vorm.
- Wolluis: Witte, wollige plukjes in de spleet of aan de wortels. Haal ze weg met een zacht penseeltje of wattenstaafje; bij wortelluis de wortels afspoelen en in verse, droge grond potten.
Het jaar rond
- Januari: Rust: geen water, koel en zo licht mogelijk.
- Februari: Rust: geen water. Raam vrij houden van schaduw.
- Maart: Geen water. Het oude bladpaar droogt verder in.
- April: Droge resten van de oude bladeren verwijderen. Verpotten als het nodig is.
- Mei: Verpotten, delen of zaaien. Nog geen water.
- Juni: Zomerrust: zeer weinig of geen water, veel zon en frisse lucht.
- Juli: Zomerrust: zo goed als geen water.
- Augustus: Eind augustus voorzichtig weer wat water geven als de grond droog is.
- September: Bloei. Water geven bij droge grond, niet over de bloem.
- Oktober: Bloei. Af en toe een klein scheutje water.
- November: Laatste kleine gietbeurt, daarna afbouwen.
- December: Geen water meer tot maart. Koel en licht zetten.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Lithops komt uit het Grieks: lithos betekent steen en ops betekent gezicht of uiterlijk, dus letterlijk ‘steenachtig uiterlijk’.
- In het wild vallen de planten door hun kleur en vorm nauwelijks op tussen de stenen: een vorm van schutkleur tegen grazers.
- Het grootste deel van de plant zit onder de grond; de lichtdoorlatende raampjes laten licht door naar het binnenste van de bladeren.