
Foto: Eric Hunt, CC BY-SA 4.0 · bron
Klimplant · Caprifoliaceae
Trompetkamperfoelie
Lonicera sempervirens
In andere talen: Chèvrefeuille de Virginie (Français) · Trumpet honeysuckle (English)
De trompetkamperfoelie komt uit het oosten van de Verenigde Staten. Het is een windende klimplant van 3–4 m hoog met blauwgroen blad. Van juni tot september hangen aan de toppen van de ranken kransen van lange, smalle trompetbloemen, oranjerood tot scharlaken aan de buitenkant en geel vanbinnen. Anders dan onze wilde kamperfoelie geuren ze niet. In de late zomer volgen glanzend rode besjes. Bekende rassen zijn ‘Major Wheeler’ met felrode bloemen en de geelbloeiende ‘John Clayton’.
Let op: De rode besjes zijn giftig: vooral jonge kinderen en huisdieren lopen risico. Leer kinderen dat ze er niet van mogen eten.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
4 m
hoog, 2 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart en september |
|---|---|
| Hoogte | 4 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een trompetkamperfoelie?
- Groeivorm
- Windende klimplant met dunne ranken die zich om een steun draaien, 3–4 m hoog en zo’n 2 m breed. Hij hecht zich niet zelf aan een muur.
- Blad
- Ovaal, 3–7 cm, bovenaan blauwgroen, onderaan grijsachtig. Onder de bloemen zijn de bovenste bladparen vergroeid tot een schijf waar de stengel doorheen lijkt te groeien.
- Bloem
- Kransen van smalle, buisvormige bloemen van 4–5 cm aan de toppen van de ranken, oranjerood tot scharlaken aan de buitenkant en geel vanbinnen.
- Geur
- Geen: de bloemen zijn reukloos, anders dan bij de meeste kamperfoelies.
- Vrucht
- Kleine, glanzend rode besjes in de late zomer en de herfst. Giftig.
- Wortels
- Houden van een koele, beschaduwde voet en een frisse grond.
Bloei: juni–september · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Lange bloei: van juni tot september, met een rijke eerste bloei en daarna telkens nieuwe bloemen.
- Een felle, warme kleur die je van ver ziet, op een pergola, een boog of een hek.
- Bijen komen op de bloemen af; vogels eten de rode besjes en vinden beschutting in de dichte ranken.
- Volledig winterhard en weinig veeleisend: hij groeit in zand, leem en klei, ook op kalkrijke grond.
- Groeit minder wild dan sommige andere kamperfoelies, zodat hij ook in een kleinere tuin past.
Waar staat een trompetkamperfoelie graag?
- Zon of halfschaduw: met de kop in de zon bloeit hij het rijkst, maar de voet staat liefst in de schaduw.
- Elke gewone tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, liefst humusrijk.
- Frisse, gelijkmatig vochtige grond: geen langdurige droogte en geen natte voeten.
- Een stevige steun: een pergola, een hek, een rek, gaas of draden op 5–10 cm van de muur.
- Reken op zo’n 2 m breedte per plant en plant op minstens 30 cm van een muur.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 4 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Clematis: Aan dezelfde pergola of hetzelfde hek, ook met een koele voet. Een blauwe of paarse clematis staat mooi naast het oranjerood.
- Klimroos: Samen langs een boog of pergola, voor bloemen van juni tot in de herfst.
- Ooievaarsbek: Aan de voet: houdt de wortels koel en bloeit tegelijk.
- Vrouwenmantel: Een lage bodembedekker voor de koele voet, met frisgele bloempjes.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een trompetkamperfoelie?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er een paar scheppen compost door.
- Zet de plant op 30–40 cm van de muur of de paal, even diep als in de pot en een beetje schuin naar de steun toe.
- Maak de ranken los van het stokje uit de pot, waaier ze uit en bind ze losjes aan de steun.
- Geef meteen een flinke gieter water, ook als het regent.
- Leg mulch rond de voet of zet er lage planten voor, zodat de wortels koel blijven.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig bij droogte. Daarna enkel bij langdurige droogte: een droge plant krijgt sneller luis en meeldauw.
- Bemesten
- In het voorjaar wat compost of organische mest. Niet te veel, anders krijg je veel blad en weinig bloemen.
- Mulchen
- Een laag bladcompost of houtsnippers in het voorjaar houdt de voet koel en vochtig.
- Leiden
- Wind jonge ranken rond de steun en spreid ze, anders groeit alles in een prop bovenaan.
- Uitgebloeide bloemen
- Je hoeft ze niet weg te knippen: dan krijg je rode besjes voor de vogels.
Tip: Plant hem met de kop in de zon en de voet in de schaduw, bijvoorbeeld achter lage planten. Zo bloeit hij rijk en heeft hij minder last van luis en meeldauw.
Wanneer snoei je een trompetkamperfoelie?
Snoeimaanden: maart en september.
Wanneer: Na de bloei, in september, kort je te lange ranken in. In maart haal je dode en bevroren takken weg en kun je een kale plant verjongen.
Hoe:
- Knip na de bloei de te lange en uitgebloeide ranken terug tot net boven een zijscheut of tot de gewenste lengte.
- Knip in maart dode, bevroren en zwakke takken weg.
- Is de plant onderaan kaal en bovenaan een warboel, zet dan in maart een paar van de oudste ranken terug tot 50–60 cm boven de grond: ze lopen opnieuw uit.
- Meer is meestal niet nodig: hij heeft weinig snoei nodig.
Let op: Een flinke verjongingssnoei in maart kost dat jaar een deel van de bloei. Verjong daarom liever gespreid over twee à drie jaar.
Vermeerderen
- Afleggen
- In het voorjaar of de zomer een lage rank in de grond leggen, vastpinnen en afdekken met wat aarde. Na een jaar heeft hij wortels en snijd je hem los.
- Halfhoutige stekken
- In juli–augustus stekken van 10–15 cm nemen, de onderste bladeren weghalen en in vochtige stekgrond onder plastic zetten. Na enkele weken zijn er wortels.
Hoe komt een trompetkamperfoelie de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
- In zachte winters houdt hij een deel van zijn blad; na strenge vorst is hij kaal tot het voorjaar. Ingevroren topjes knip je in maart weg.
- In een grote pot: zet hem tegen een muur en wikkel de pot in jute, zodat de wortels niet bevriezen.
Ziektes en plagen
- Bladluis: In het voorjaar op de toppen en de bloemknoppen, vooral bij droogte. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water. Geef water bij droogte.
- Meeldauw: Wit poeder op de bladeren in de nazomer, vooral bij droogte en in stilstaande lucht. Geef water, dun de ranken uit en knip aangetaste bladeren weg.
- Kaal onderaan: Oudere planten worden onderaan kaal. Verjong in maart of zet lage planten voor de voet.
- Weinig bloemen: Te veel schaduw of te veel mest. Leid de ranken naar het licht en bemest minder.
Het jaar rond
- Januari: Rust. De steun en de draden nakijken.
- Maart: Dode en bevroren takken wegknippen, eventueel verjongen. Planten. Compost geven.
- April: Planten. Mulch aanbrengen. Jonge ranken leiden.
- Mei: Planten. Ranken leiden. Letten op bladluis.
- Juni: Begin van de bloei. Water geven bij droogte.
- Juli: Bloei. Halfhoutige stekken nemen. Water geven bij droogte.
- Augustus: Bloei. De eerste rode besjes. Letten op meeldauw.
- September: Laatste bloei. Na de bloei te lange ranken inkorten. Planten.
- Oktober: Planten. Besjes voor de vogels.
- November: Het blad valt; in zachte jaren blijft een deel hangen.
- December: Rust.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. De glanzende rode of zwarte bessen van deze kamperfoelies zijn licht giftig: wie er meer dan een paar eet, kan buikpijn, braken en diarree krijgen, en ook honden en katten worden er ziek van. Ze hangen van de zomer tot in de herfst, bij een klimmer langs een hek of bij een struik vaak op kinderhoogte. Verwar ze niet met de honingbes (Lonicera caerulea), de kamperfoelie die om zijn eetbare bessen gekweekt wordt: die zijn langwerpig, blauw en berijpt, en rijp in mei en juni; de bessen van deze kamperfoelies zijn rood of zwart en niet om te eten. Leer kinderen dat de bessen voor de vogels zijn en pluk ze weg waar peuters spelen. Vogels eten ze wel zonder problemen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In zijn thuisland wordt hij vooral bestoven door kolibries, zoals de robijnkeelkolibrie. Rode, lange en reukloze bloemen zijn typisch voor planten die door vogels worden bestoven: vogels zien rood goed, maar ruiken nauwelijks.
- Sempervirens betekent ‘altijd groen’. In het warme zuiden van zijn gebied houdt hij zijn blad, bij ons is hij hooguit half groenblijvend.
- In de Verenigde Staten wordt hij aangeraden als inheems alternatief voor de Japanse kamperfoelie, die daar invasief is.