
Foto: TeunSpaans at Dutch Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Klimplant · Kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
Wilde kamperfoelie
Lonicera periclymenum · ook: Kamperfoelie
Wilde kamperfoelie is een inheemse slingerplant die tot 6 m hoog om struiken, bomen, palen en hekken windt. Van juni tot september draagt hij crème tot geelrode, buisvormige bloemen die ’s avonds heerlijk geuren, om nachtvlinders zoals pijlstaarten te lokken. In de nazomer volgen glanzend rode bessen voor vogels; voor mensen zijn ze giftig. Hij groeit in zon en halfschaduw, het liefst met de wortels in de koelte, en is een topplant voor een natuurlijke tuin.
Let op: De rode bessen zijn giftig: ze geven braken en buikpijn. Houd ze weg van kleine kinderen en huisdieren.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
slingert tot 6 m
hoog
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | februari–maart en augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | slingert tot 6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen, vlinders en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een wilde kamperfoelie?
- Groeivorm
- Slingerende klimplant tot 6 m, die rond steunen windt; zonder steun kruipt hij over de grond of door struiken.
- Blad
- Tegenoverstaand, ovaal, gaafrandig, 3–7 cm; onderzijde blauwgroen.
- Stengels
- Slingerende stengels; oude stengels met afschilferende schors.
- Bloem
- Crème tot geelrode buisvormige bloemen in kransen, juni–september, ’s avonds sterk geurend.
- Vrucht
- Glanzend rode bessen, giftig.
- Verschil met de Japanse kamperfoelie
- De Japanse kamperfoelie is wintergroen, met de bloemen per twee in de bladoksels.
Bloei: juni–september · Snoeien: februari–maart en augustus–september
Herkennen per kenmerk: Rode bessen · Slingerende klimplanten
Lijkt op, maar is het niet
- Japanse kamperfoelie (Lonicera japonica): groenblijvend, met de bloemen per twee in de bladoksels.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de best geurende planten van de tuin, vooral op zomeravonden.
- Bloeit lang, van juni tot september.
- Nectar voor nachtvlinders en hommels, bessen voor vogels en nestplaatsen in het dichte gewirr.
- Inheems en volledig winterhard.
- Past op een kleine plek: hij neemt maar 1–2 m breedte in.
Waar staat een wilde kamperfoelie graag?
- Zon tot halfschaduw; het liefst met de voet in de schaduw en de kop in de zon.
- Elke grond die niet uitdroogt; wat humusrijke grond is ideaal.
- Hij slingert en heeft iets nodig om rond te winden: een pergola, paal, hek, gaas of verticale draden. Tegen een muur span je draden of zet je een rek; de muur zelf beschadigt hij niet.
- Laat hem niet om een jonge boom slingeren: hij windt zich zo strak om de stam dat die vervormt.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 6 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Gewone vlier: Kamperfoelie klimt door de vlier en geurt ’s avonds; samen bloesem en bessen voor vogels.
- Hondsroos: Samen een geurende, inheemse haag met bloemen in juni en bessen en rozenbottels in de herfst.
- Eenstijlige meidoorn: Een stevige, inheemse struik om door te slingeren, in een houtkant of gemengde haag.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Mag klimmen in oude, grote bomen: zomereik, grove den, gewone esdoorn, zomerlinde
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een wilde kamperfoelie?
- Plant in de herfst of het voorjaar; uit pot kan het bijna het hele jaar, behalve bij vorst of droogte.
- Plant een eind van de muur of de paal, waar de grond niet te droog is, en leid de scheuten met een stokje naar de steun.
- Bedek de voet met bladcompost of een lage plant, zodat de wortels koel blijven.
- Tuinvormen als ‘Belgica’ (vroeg), ‘Serotina’ (laat, donkerrood) en ‘Graham Thomas’ (crèmegeel) zijn even makkelijk als de wilde vorm.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; later in lange droge periodes, want droogte lokt bladluis en meeldauw.
- Bemesten
- In het voorjaar wat compost aan de voet.
- Leiden
- Leid jonge scheuten in de goede richting; daarna windt hij zich zelf verder.
- Bessen
- Laat de bessen hangen: ze zijn voor de vogels.
Tip: Zet een bank of terras bij de kamperfoelie: op een zomeravond ruik je hem het best, en met wat geluk zie je een pijlstaart voor de bloemen stilhangen.
Wanneer snoei je een wilde kamperfoelie?
Snoeimaanden: februari–maart en augustus–september.
Wanneer: Na de bloei (augustus–september) of eind van de winter.
Hoe:
- Knip uitgegroeide ranken terug tot een jonge zijscheut, zodat de plant compact blijft.
- Haal om de paar jaar enkele van de oudste, kale stengels weg om de plant te verjongen.
- Een kale, verwilderde plant mag je in februari–maart tot 50 cm boven de grond terugzetten; het jaar daarop bloeit hij minder.
Let op: Laat bij de snoei na de bloei een deel van de bessen hangen voor de vogels, en snoei niet als er nog vogels in nestelen.
Vermeerderen
- Afleggen
- Leg in het voorjaar een lange scheut op de grond en dek een stukje af met aarde; na een jaar heeft hij wortels en kun je hem losknippen.
- Stekken
- Neem in de zomer stekken van 10–15 cm van niet-bloeiende scheuten; ze wortelen in een potje onder plastic.
Hoe komt een wilde kamperfoelie de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- Wilde kamperfoelie loopt al heel vroeg uit, vaak al in januari–februari.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Grijsgroene tot zwarte luizen op de scheuttoppen en bloemknoppen, vooral bij droogte. Spuit met water; lieveheersbeestjes en mezen doen de rest.
- Meeldauw: Witte, poederige laag op het blad, vooral op droge plekken in de volle zon. Geef water en knip aangetaste scheuten weg.
- Kale onderkant: Alle blad en bloemen bovenaan en een kaal gewirr van stengels eronder. Haal oude stengels weg, of zet een verwilderde plant in de late winter flink terug.
Het jaar rond
- Februari: Snoeien: verjongen of terugzetten; het eerste jonge blad verschijnt.
- Maart: Laatste snoei voor de groei; compost aan de voet.
- April: Jonge scheuten naar de steun leiden.
- Juni: De bloei begint: ’s avonds geurt hij het sterkst.
- Juli: Volle bloei; water geven bij droogte.
- Augustus: Snoei na de bloei; de eerste rode bessen.
- September: Snoei na de bloei; bessen laten hangen voor de vogels.
- Oktober: Planten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Geurende klimmer voor pergola’s, hekken en oude bomen.
- Voor de natuur
- Nachtvlinders en hommels bezoeken de bloemen; vogels eten de bessen.
Let op: De bessen zijn giftig.
Goed voor dieren
- Nachtvlinders
- Nectar voor nachtvlinders, vaak uit bloemen die ’s avonds geuren.
- Hommels
- Nectar en stuifmeel voor hommels, ook uit diepe bloemen en vroeg in de lente.
- Rupsen
- Waardplant: rupsen van vlinders of nachtvlinders eten van het blad.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
- Vleermuizen
- Trekt ’s avonds insecten aan waar vleermuizen op jagen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De geur is ’s avonds het sterkst, om nachtvlinders zoals pijlstaarten te lokken.
- De rups van de kleine ijsvogelvlinder leeft op wilde kamperfoelie in schaduwrijke bossen.
- Kamperfoelie windt zich zo strak om jonge hazelaars dat er spiraalvormige stokken ontstaan, vroeger geliefd als wandelstok.
- Het woord kamperfoelie komt van het Latijnse caprifolium, ‘geitenblad’.
- De rupsen van de kleine ijsvogelvlinder leven op wilde kamperfoelie, die in schaduwrijke loofbossen langs de bomen omhoog slingert.