Foto: Johan N, CC BY-SA 4.0 · bron
Eenjarige plant · Brassicaceae
Violier
Matthiola incana
In andere talen: Giroflée des jardins (Français) · Stock (English)
De violier komt van de rotsige kusten van het Middellandse Zeegebied en is al eeuwen een geliefde tuin- en snijbloem. Hij vormt rechtopgaande planten van 30–50 cm met grijsgroen, zacht behaard blad en dichte aren van enkele of gevulde bloemen. Van juni tot augustus geuren die sterk en kruidig, als kruidnagel. De kleuren gaan van wit en crème over roze en zalm tot rood, lila en paars. De zomerbloeiende violier wordt als eenjarige gekweekt; daarnaast bestaan er tweejarige vormen die in het voorjaar bloeien.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
tot -5 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,5 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juni–augustus
| Hoogte | 0,5 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een violier?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, weinig vertakte plant van 30–50 cm hoog en ongeveer 30 cm breed.
- Blad
- Langwerpig, grijsgroen en zacht viltig behaard.
- Bloem
- Dichte aren van enkele bloemen met vier kroonbladen, of van gevulde bloemen, elk 2–3 cm breed.
- Geur
- Sterk en kruidig, als kruidnagel.
- Kleur
- Wit, crème, roze, zalm, rood, lila en paars.
- Vrucht
- Lange, smalle hauwen; alleen enkelbloemige planten zetten zaad.
Bloei: juni–augustus · Zaaien: februari–april · Planten: april–mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een sterke kruidnagelgeur, in de tuin en in de vaas.
- Een snijbloem die lang mooi blijft als je het vaaswater vaak ververst.
- Bijen bezoeken vooral de enkelbloemige planten.
- Mooi grijsgroen blad, ook vóór de bloei.
- Ideaal in een pot bij de voordeur of op het terras, waar je de geur ruikt.
Waar staat een violier graag?
- Zon tot lichte halfschaduw; in volle zon bloeit hij het rijkst.
- Doorlatende, kalkhoudende grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk.
- Normaal vochtig, maar niet drassig.
- Plant op 20–30 cm van elkaar, in groepjes voor een sterker geureffect.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Verdraagt lichte vorst (tot -5 °C)
Mooi samen met
- Siererwt: Nog een geurige snijbloem voor dezelfde pluktuin.
- Roos: Zachte kleuren en geur naast de rozen.
- Lavendel: Grijs blad en geur, ook op kalkrijke grond.
- Juffertje-in-het-groen: Luchtige blauwe bloemetjes tussen de dichte aren.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een violier?
Planten in april–mei.
- Zaai in februari–april binnen in een bakje en dek het zaad licht af.
- Verspeen de zaailingen in potjes en zet ze koel en licht, zodat ze compact blijven.
- Hard ze af en plant ze in april–mei uit, als er geen strenge nachtvorst meer komt.
- Plant op 20–30 cm van elkaar, even diep als in het potje.
- Strooi op zure grond wat kalk rond het plantgat, of kies een plek met kalkrijke grond.
- Geef na het planten water en hou de grond de eerste weken vochtig.
Verzorgen
- Water
- Hou de grond gelijkmatig vochtig, vooral tijdens de bloei; geef water aan de voet.
- Bemesten
- Een beetje compost bij het planten is genoeg.
- Steun
- Steun hoge rassen in een winderige tuin met stokjes of een net.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide aren weg; bij vertakte rassen volgen er dan nog zijaren.
- Snijden
- Snijd als een derde tot de helft van de bloemen open is, haal de onderste bladeren weg en ververs het vaaswater om de twee dagen.
Tip: Zaai in februari–april binnen en plant uit in kalkhoudende, doorlatende grond. Ververs het vaaswater om de twee dagen: de stelen gaan anders snel ruiken.
Wanneer snoei je een violier?
Wanneer: De violier snoei je niet. Je knipt alleen bloemen voor de vaas en uitgebloeide aren weg.
Hoe:
- Snijd voor de vaas ’s ochtends, met een lange steel.
- Knip uitgebloeide aren weg tot net boven een zijscheut.
- Ruim de planten na de bloei op, of laat enkelbloemige planten zaad zetten.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai in februari–april binnen. Bij sommige zaadrassen kun je de zaailingen die gevulde bloemen zullen geven herkennen aan hun lichter groene kiemblaadjes, als je ze een paar dagen koel zet.
- Eigen zaad
- Oogst zaad van enkelbloemige planten als de hauwen bruin zijn; gevulde bloemen zetten geen zaad.
Hoe komt een violier de winter door?
Winterhard tot −5 °C: beschermen in strenge winters.
- Als eenjarige gekweekt: na de bloei ruim je de planten op.
- Jonge planten verdragen lichte vorst tot ongeveer −5 °C; je mag ze dus al in april uitplanten.
- In een zachte winter overleeft een plant soms en bloeit hij opnieuw, maar meestal minder mooi.
Ziektes en plagen
- Aardvlo: Kleine ronde gaatjes in het blad van jonge planten, vooral bij droog weer. Hou de grond vochtig en dek jonge planten af met insectengaas.
- Knolvoet: Planten verwelken en blijven klein, met gezwollen, misvormde wortels. Een bodemziekte van de koolfamilie: kies een andere plek en kalk zure grond.
- Bladluis: Grijze of groene luizen op de knoppen. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes helpen.
- Valse meeldauw: Gele vlekken bovenaan en grijs pluis onderaan het blad bij vochtig weer. Geef water aan de voet en plant niet te dicht.
Het jaar rond
- Februari: Binnen zaaien.
- Maart: Zaaien en verspenen. Koel en licht opkweken.
- April: Laatste zaaironde. Afharden en uitplanten.
- Mei: Uitplanten. Letten op aardvlooien.
- Juni: Eerste bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
- Juli: Volle bloei. Uitgebloeide aren wegknippen.
- Augustus: Laatste bloemen. Zaad oogsten van enkelbloemige planten.
- September: Planten opruimen; na knolvoet niet op dezelfde plek terugzetten.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het geslacht is genoemd naar Pietro Andrea Mattioli, een Italiaanse arts en plantkundige uit de zestiende eeuw.
- Gevulde violieren zijn steriel: ze vormen geen zaad, dus zaad komt altijd van enkelbloemige planten.
- De violier hoort bij de koolfamilie, net als kool, radijs en muurbloem.