Nerine (Nerine bowdenii)

Foto: Cillas, CC BY-SA 4.0 · bron

Bol- of knolgewas · Amaryllidaceae

Nerine

Nerine bowdenii

In andere talen: Nérine (Français)

De nerine is een bolgewas uit Zuid-Afrika, waar hij op rotsige hellingen in het Drakensberggebergte groeit. Van september tot november verschijnen op kale, stevige stelen van 40–50 cm schermen van tot een tiental roze, trompetvormige bloemen met smalle, golvende en teruggekrulde bloemblaadjes. Het riemvormige, glanzende blad groeit apart van de bloemstelen rechtstreeks uit de bol. Tuiniers houden van hem omdat hij net bloeit als de rest van de tuin stilvalt, en omdat de bloemen lang mooi blijven in de vaas. Naast de gewone roze vorm zijn er witte en dieproze selecties, zoals ‘Isabel’.

Let op: Alle delen van de nerine zijn giftig bij inslikken, vooral de bol. Hou bollen buiten bereik van kinderen, honden en katten, ook tijdens het planten. Draag handschoenen: het sap kan de huid irriteren.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand of leem

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    tot -10 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    0,5 m

    hoog, 0,15 m breed

  • Bloei

    september–november

Feiten op een rij
Hoogte0,5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeiseptember–november

Herkennen

Hoe herken je een nerine?

Groeivorm
Bolgewas van 40–50 cm hoog en ongeveer 15 cm breed, dat langzaam uitgroeit tot een dichte pol.
Blad
Riemvormig, glanzend groen, 20–30 cm lang, rechtstreeks uit de bol.
Bloem
Schermen van tot een tiental trompetvormige bloemen met smalle, golvende en teruggekrulde bloemblaadjes, op een kale steel.
Kleur
Helder roze met een donkerdere middennerf; er zijn ook witte en dieproze vormen.
Bol
Grote, langwerpige bol met een lange hals, die je net boven de grond laat uitsteken.

Bloei: september–november · Planten: april–mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit in september–november, als de meeste zomerbloeiers al uitgebloeid zijn.
  • Een prachtige snijbloem die lang goed blijft in de vaas.
  • Onverwoestbaar op een warme, droge plek: weinig water en weinig werk.
  • Hoe ouder en voller de pol, hoe rijker de bloei.
  • Exotische uitstraling, en toch winterhard tot ongeveer −10 °C.
  • Ook mooi in een pot op een zonnig terras.

Waar staat een nerine graag?

  • Volle zon, liefst aan de voet van een zuidmuur of een warme gevel, waar de bollen in de zomer goed opwarmen.
  • Lichte, goed doorlatende grond: zand of leem, neutraal tot kalkrijk. Op klei alleen in een verhoogd bed of met veel grind.
  • Droog tot normaal vochtig: natte voeten in de winter doen de bollen rotten.
  • Een beschutte hoek beschermt de late bloemen tegen herfststormen.
  • Reken op 10–15 cm tussen de bollen en laat ze uitgroeien tot dichte pollen.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Droog of normaal
Grootte
0,5 m hoog, 0,15 m breed
Winterhard
Matig winterhard (tot -10 °C): bescherm hem in strenge winters

Mooi samen met

  • Hemelsleutel: Bloeit in dezelfde periode, lokt bijen en houdt van dezelfde zonnige, droge plek.
  • Vedergras: Luchtige, wuivende pluimen rond de kale bloemstelen.
  • Lavendel: Grijs, geurend blad als achtergrond op een warme, droge plek.
  • Afrikaanse lelie: Komt ook uit Zuid-Afrika en bloeit in de zomer, vóór de nerine.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een nerine?

Planten in april–mei.

  1. Plant in april–mei, als de grond opgewarmd is, op de zonnigste plek van de tuin.
  2. Maak de grond los en meng op zware grond flink wat grof zand of grind door voor een goede afwatering.
  3. Zet de bollen zo dat de hals net boven de grond uitsteekt; plant ze zeker niet dieper.
  4. Hou 10–15 cm tussen de bollen: dicht op elkaar bloeien ze het rijkst.
  5. Druk de grond aan en geef één keer water; daarna pas weer bij lange droogte.
  6. In een pot: kies een niet te grote pot met doorlatende potgrond met wat grind, en zet de bollen dicht bij elkaar.

Verzorgen

Water
In de volle grond zelden nodig, alleen bij lange droogte in voorjaar en zomer. In een pot matig water geven zolang het blad groeit; in de winter vrijwel droog houden.
Bemesten
In het voorjaar, als het blad groeit, een paar keer een kalirijke mest, zoals tomatenmest. Geen stikstofrijke mest: die geeft blad in plaats van bloemen.
Mulchen
Geen natte mulch tegen de bollen. In de winter wel een losse laag droge bladeren of stro als bescherming tegen vorst.
Uitgebloeide bloemen
Knip de uitgebloeide stelen aan de voet weg, tenzij je zaad wilt oogsten. Laat het blad staan tot het vanzelf afsterft.
Verpotten
Zelden: in een krappe pot bloeit hij het best. Verpot pas als de bollen de pot helemaal vullen en de bloei afneemt.

Tip: Laat de pollen jarenlang ongestoord. Deel ze pas als ze zo vol zitten dat de bloei afneemt, en zet de bollen dan meteen terug met de hals boven de grond.

Wanneer snoei je een nerine?

Wanneer: De nerine snoei je niet. Je knipt alleen de uitgebloeide bloemstelen weg en ruimt het afgestorven blad op.

Hoe:

  • Knip de uitgebloeide bloemstelen in oktober–november aan de voet af, tenzij je zaad wilt oogsten.
  • Laat het blad staan tot het geel is en vanzelf loskomt: zo vult de bol zijn reserves aan.
  • Snijd voor de vaas als de eerste bloemen van het scherm opengaan; de rest volgt in de vaas.

Let op: Knip het groene blad nooit weg: dan bloeit hij het jaar daarop minder.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
Om de vier à vijf jaar, als de pol zo vol zit dat de bloei afneemt: graaf hem in april–mei op, maak de zijbollen los en plant ze meteen terug met de hals boven de grond.
Zaad
De groene, vlezige zaden meteen na het rijpen in het najaar op vochtige, zanderige zaaigrond leggen en vorstvrij zetten. Het duurt enkele jaren voor zaailingen bloeien.

Hoe komt een nerine de winter door?

Winterhard tot −10 °C: beschermen in strenge winters.

  • Winterhard tot ongeveer −10 °C, op voorwaarde dat de grond in de winter niet nat staat.
  • In koude streken of strenge winters: leg een laag droge bladeren, stro of dennentakken over de bollen.
  • In een pot bevriest de kluit sneller: zet de pot in een koele, vorstvrije ruimte, of wikkel hem in en zet hem droog tegen een muur.
  • Hou potten in de winter vrijwel droog.

Ziektes en plagen

  • Slakken: Vreten aan het jonge blad en de bloemknoppen. Ga ’s avonds rapen of leg een plankje als schuilplek en ruim ze ’s ochtends op.
  • Narcisvlieg: De larve vreet de bol van binnenuit leeg: de bol wordt zacht en loopt niet meer uit. Gooi aangetaste bollen weg en druk de grond rond de hals goed aan.
  • Wolluis: Witte, wollige pluisjes tussen de bladvoeten, vooral bij potplanten. Wegvegen met een penseel of watje en de plant koeler zetten.
  • Bolrot: Bollen worden zacht en stinken op natte, zware grond. Plant op een drogere, doorlatende plek en geef in de winter geen water.
  • Geen bloei: Te diep geplant, te weinig zon of pas verplant. Zet de bollen met de hals boven de grond in volle zon en heb geduld: na verplanten bloeit hij vaak een jaar minder.

Het jaar rond

  • Januari: Rust. Bij strenge vorst een droge laag stro of bladeren over de bollen.
  • Maart: Wintermulch weghalen. Potten weer buiten zetten als het niet meer hard vriest.
  • April: Planten met de hals boven de grond. Kalirijke mest geven als het blad groeit.
  • Mei: Planten. Letten op slakken bij het jonge blad. Te volle pollen delen.
  • Juni: Blad laten staan. Pollen niet verstoren.
  • Juli: Potten matig water geven bij lange droogte. Geen stikstofmest.
  • September: Bloei begint. Stelen snijden voor de vaas als de eerste bloemen opengaan.
  • Oktober: Volle bloei. Uitgebloeide stelen aan de voet wegknippen.
  • November: Laatste bloemen. Droge wintermulch aanbrengen; potten vorstvrij of tegen een muur zetten.
  • December: Rust. Potten droog en vorstvrij houden.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Belladonnalelie, crinum, nerine, sprekelia en sternbergia horen bij de narcisfamilie en zijn net als narcissen in al hun delen giftig, vooral de bollen: ze bevatten alkaloïden zoals lycorine, die braken, kwijlen, buikpijn en diarree geven, bij kinderen en ook bij honden, katten en grazende dieren. De bollen lijken op uien of sjalotten, maar ruiken er niet naar als je ze doorsnijdt: bewaar ze nooit bij de keukenuien, ook niet de bollen die je in de winter droog laat rusten, zoals die van sprekelia, en zet er een etiket bij. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen bij het planten en delen en als je bloemstengels afknipt, en was daarna je handen. Zet een vaas met nerines of belladonnalelies buiten het bereik van katten, en bel je dierenarts als je hond of kat aan een bol heeft geknaagd. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De geslachtsnaam verwijst naar de Nereïden, de zeenimfen uit de Griekse mythologie.
  • Een nauwe verwant, Nerine sarniensis, heet in het Engels ‘Guernsey lily’: volgens een legende spoelden de bollen na een schipbreuk aan op het eiland Guernsey.
  • De soortnaam bowdenii eert Cornish-Bowden, die de bollen uit Zuid-Afrika naar Engeland stuurde.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…