
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Amaryllidaceae
Belladonnalelie
Amaryllis belladonna
In andere talen: Amaryllis belladone (Français) · Belladonna lily (English)
De belladonnalelie komt uit de West-Kaap in Zuid-Afrika, waar hij groeit op rotsige hellingen met natte winters en droge zomers. In september en oktober schieten uit de kale grond paarsrode stengels van 50–60 cm op, met een tros grote, trompetvormige bloemen in zacht- tot dieproze die zoet geuren. Pas na de bloei verschijnen de riemvormige bladeren, die de winter door groen blijven en in het late voorjaar afsterven. Tuiniers waarderen hem om die late, exotische bloei, op een moment dat de meeste tuinplanten op hun retour zijn. Bij ons is hij niet volledig winterhard: plant hem tegen een warme zuidmuur of in een grote pot.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de bol. Inslikken kan braken en andere vergiftigingsverschijnselen geven bij kinderen, honden, katten en grazende dieren. Het sap kan de huid irriteren. Draag handschoenen bij planten, verplanten en snoeien, bewaar losse bollen buiten het bereik van kinderen en huisdieren en zet snijbloemen niet waar katten eraan kunnen knabbelen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
tot -5 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,6 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
september–oktober
| Snoeimaanden | juni en november |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | september–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een belladonnalelie?
- Groeivorm
- Bolplant met bladloze bloemstengels van 50–60 cm; een oude pol wordt 30 cm breed of meer.
- Blad
- Riemvormig en glanzend groen, 30–40 cm lang. Het verschijnt na de bloei, blijft de winter door staan en sterft in het late voorjaar af.
- Bloem
- Een tros van 6–12 trompetvormige bloemen aan de top van een stevige, paarsrode stengel, in september en oktober.
- Kleur en geur
- Zacht- tot dieproze, soms bijna wit, met een zoete geur.
- Bol
- Groot en peervormig, vaak 10 cm doorsnede of meer, met een lange hals.
Bloei: september–oktober · Planten: juni–juli · Snoeien: juni en november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Spectaculaire, late bloei in september en oktober, als de tuin al naar de herfst neigt.
- Grote, roze trompetbloemen met een zoete geur.
- Een uitstekende snijbloem die lang mooi blijft in een vaas.
- Langlevend: ongestoord groeit hij uit tot een volle pol die elk jaar rijker bloeit.
- Een blikvanger aan de voet van een warme muur of in een grote pot op het terras.
Waar staat een belladonnalelie graag?
- Volle zon op de warmste plek van de tuin, het liefst aan de voet van een zuidmuur.
- Zandige of lemige, zeer goed doorlatende grond, neutraal tot kalkrijk.
- Droog, vooral in de zomer: de bol heeft een warme, droge zomerrust nodig om bloemen te vormen.
- Hou 25–30 cm tussen de bollen, of kweek hem in een grote, diepe pot.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -5 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Nerine: Bloeit in dezelfde periode, ook in roze, en houdt van dezelfde warme muurvoet.
- Afrikaanse lelie: Ook uit Zuid-Afrika; blauwe bloemen in de zomer, voor de belladonnalelie bloeit.
- Lavendel: Grijs blad en een lage vorm aan de voet van de kale bloemstengels.
- Lampenpoetsersgras: Zachte pluimen in de herfst, mooi naast de roze trompetten.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een belladonnalelie?
Planten in juni–juli.
- Plant de bollen in juni of juli, als ze in rust zijn en geen blad hebben.
- Kies een plek aan de voet van een zuidmuur en zorg voor een goed doorlatende grond; meng grof zand of grind door zware grond.
- Zet de bol zo diep dat de hals net boven de grond uitsteekt.
- Hou 25–30 cm afstand tussen de bollen.
- Geef na het planten één keer water en laat de grond daarna weer opdrogen.
- In een pot: kies een diepe pot van minstens 25–30 cm, met potgrond gemengd met een derde grof zand.
Verzorgen
- Water
- In de zomer droog houden. Vanaf de bloei en zolang het blad groeit, matig water geven bij droogte; in een pot regelmatig maar spaarzaam.
- Bemesten
- Na de bloei, als het blad groeit, af en toe een beetje bollenmest. Te veel stikstof geeft blad maar weinig bloemen.
- Mulchen
- In november een dikke laag stro, blad of houtsnippers over de bollen en rond het blad, tegen vorst.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de stengels in november af, tenzij je zaad wil oogsten.
- Blad
- Laat het staan tot het in mei–juni vanzelf geel en droog wordt; haal het dan weg.
- Verplanten
- Liefst niet: hij heeft er een hekel aan en bloeit daarna soms een paar jaar niet.
Tip: Laat hem jarenlang ongestoord staan op de warmste plek van de tuin: hoe voller de pol en hoe warmer en droger de zomer, hoe rijker hij in september bloeit.
Wanneer snoei je een belladonnalelie?
Snoeimaanden: juni en november.
Wanneer: Snoeien in de gewone zin is niet nodig. Knip in november de uitgebloeide bloemstengels af en haal in juni het verdorde blad weg.
Hoe:
- Knip de bloemstengel na de bloei vlak boven de bol af, met handschoenen.
- Laat het groene blad de hele winter en het voorjaar staan: daarmee bouwt de bol reserves op voor de volgende bloei.
- Trek het blad pas weg als het helemaal geel en droog is, meestal in juni.
Let op: Draag handschoenen: alle delen zijn giftig en het sap kan de huid irriteren.
Vermeerderen
- Bijbollen
- In juni–juli, als de plant in rust is, een volle pol opgraven en de bijbollen voorzichtig losmaken. Meteen weer planten met de hals net boven de grond; ze bloeien na enkele jaren.
- Zaaien
- De vlezige zaden rijpen na de bloei en moeten vers gezaaid worden, op zandige zaaigrond, binnen op een koele, lichte plek. Een zaailing bloeit pas na een aantal jaren.
Hoe komt een belladonnalelie de winter door?
Winterhard tot −5 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet volledig winterhard, tot ongeveer −5 °C. Aan de voet van een warme zuidmuur en onder een dikke mulchlaag overleeft hij veel Belgische winters.
- Het blad groeit in de winter en kan bij strenge vorst bevriezen; leg bij vorst extra stro of vliesdoek over het blad.
- Natte, koude grond doet de bollen rotten: zorg voor een goede afwatering.
- In een pot: zet hem van november tot maart op een koele, lichte, vorstvrije plek (5–10 °C) en geef weinig water.
Ziektes en plagen
- Geen bloei: Meestal door een te koele of schaduwrijke plek, te diep planten, recent verplanten of een koele, natte zomer. Geef hem de warmste plek en laat hem ongestoord staan.
- Bolrot: De bol wordt zacht en ruikt onaangenaam, in te natte grond. Plant op een beter doorlatende plek en hou hem in de zomer droog.
- Slakken: Ze vreten aan het jonge blad in de herfst en de winter. Raap ze ’s avonds weg.
- Vorstschade: Bruine, glazige bladeren na strenge vorst. Knip het beschadigde blad weg en bescherm de plant beter; een gezonde bol loopt meestal opnieuw uit.
Het jaar rond
- Januari: Bij strenge vorst het blad afdekken met stro of vliesdoek.
- Maart: Mulch geleidelijk weghalen. Het blad blijft groeien.
- Mei: Het blad wordt geel. Laten afsterven.
- Juni: Verdord blad weghalen. Bollen planten of bijbollen verplanten.
- Juli: Bollen planten. Zomerrust: droog houden.
- Augustus: Eind augustus kunnen de eerste bloemstengels opschieten.
- September: Bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
- Oktober: Laatste bloemen. Het blad verschijnt.
- November: Uitgebloeide stengels afknippen. Dikke mulchlaag aanbrengen. Potten vorstvrij zetten.
- December: Mulch controleren. Potten koel en licht.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Belladonnalelie, crinum, nerine, sprekelia en sternbergia horen bij de narcisfamilie en zijn net als narcissen in al hun delen giftig, vooral de bollen: ze bevatten alkaloïden zoals lycorine, die braken, kwijlen, buikpijn en diarree geven, bij kinderen en ook bij honden, katten en grazende dieren. De bollen lijken op uien of sjalotten, maar ruiken er niet naar als je ze doorsnijdt: bewaar ze nooit bij de keukenuien, ook niet de bollen die je in de winter droog laat rusten, zoals die van sprekelia, en zet er een etiket bij. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen bij het planten en delen en als je bloemstengels afknipt, en was daarna je handen. Zet een vaas met nerines of belladonnalelies buiten het bereik van katten, en bel je dierenarts als je hond of kat aan een bol heeft geknaagd. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In het Engels heet hij ook ‘naked lady’, omdat de bloemen op kale stengels staan, zonder blad.
- Het geslacht Amaryllis telt maar twee soorten. De grote ‘amaryllis’ die je rond Kerstmis in een pot koopt, is eigenlijk een Hippeastrum uit Zuid-Amerika.
- Belladonna is Italiaans voor ‘mooie vrouw’.