Olearia (Olearia macrodonta)

Foto: Ben Rushbrooke, CC BY-SA 3.0 · bron

Heester · Asteraceae

Olearia

Olearia macrodonta

In andere talen: Oléaria (Français) · New Zealand holly (English)

De Nieuw-Zeelandse hulst (Olearia macrodonta) is een groenblijvende struik of kleine boom met hulstachtig, grijsgroen blad: ongeveer 6–12 cm lang, met een getande rand, boven grijsgroen en onderaan zilverwit. In juni–juli verschijnen grote, losse tuilen witte bloempjes met een muskusachtige geur, waar de bijen op afkomen. In de tuin wordt hij ongeveer 3 m hoog en breed. Hij verdraagt wind en zilte lucht uitstekend en is daarom een prima windscherm aan de kust. In het binnenland zoek je een beschutte plek, want hij is minder winterhard dan veel andere heesters.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    tot -12 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    3 m

    hoog, 3 m breed

  • Bloei

    juni–juli

Feiten op een rij
Snoeimaandenapril en juli
Hoogte3 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–juli

Herkennen

Hoe herken je een olearia?

Groeivorm
Brede, groenblijvende struik of kleine boom, in de tuin ongeveer 3 m hoog en breed.
Blad
Hulstachtig, leerachtig en getand, ongeveer 6–12 cm lang; boven grijsgroen, onderaan zilverwit viltig.
Bloem
Grote tuilen van kleine witte madeliefjes met een geel hart, in juni–juli.
Geur
Muskusachtig en zwaar, vooral op een warme dag.
Wortels
Redelijk diep; hij houdt van goed doorlatende grond en niet van natte voeten.

Bloei: juni–juli · Planten: april–mei · Snoeien: april en juli

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Opvallend, hulstachtig blad met een zilverwitte onderkant, die in de wind schittert.
  • Witte bloemtuilen met een muskusgeur in juni–juli: een bijenmagneet.
  • Prima windscherm aan de kust, ook tegen zilte wind.
  • Groenblijvend: het hele jaar een dicht, beschermend scherm of haag.
  • Verdraagt droge grond en heeft weinig verzorging nodig, zodra hij is aangeslagen.
  • Mooi als solitair, als groenblijvende achtergrond of in een vrij groeiende haag.

Waar staat een olearia graag?

  • Zon of halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
  • Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, als het water maar kan wegtrekken.
  • Droog tot normaal vochtig; vermijd plekken waar het water in de winter blijft staan.
  • Beschut tegen koude, uitdrogende oostenwind; zeewind verdraagt hij wel.
  • Reken op 2–3 m per struik; voor een haag plant je op 1–1,5 m.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog of normaal
Grootte
3 m hoog, 3 m breed
Winterhard
Matig winterhard (tot -12 °C): bescherm hem in strenge winters

Mooi samen met

  • Hebe: Ook uit Nieuw-Zeeland, met dezelfde zon en kustachtige plek.
  • Siergrassen: Wuivende halmen in de wind, mooi in een kuststijl.
  • Lavendel: Houdt van dezelfde zon en droge grond; paarse bloemen naast de witte tuilen.
  • Hortensia: Bloeit later in de zomer en doet het goed in kusttuinen.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een olearia?

Planten in april–mei.

  1. Plant in april–mei, zodat de struik voor de winter goed kan wortelen.
  2. Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit. In zware klei meng je er zand of grof grind door voor een betere afwatering.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
  4. Houd 2–3 m tussen de struiken; in een haag 1–1,5 m.
  5. Geef meteen een flinke gieter water en daarna het eerste jaar wekelijks bij droogte.
  6. Leg een laag schors of houtsnippers rond de voet en zet een hoge plant het eerste jaar aan een stok.

Verzorgen

Water
De eerste twee zomers bij droogte wekelijks flink water. Daarna zelden nodig.
Bemesten
In april compost of een handje organische mest. Niet te veel: te rijke grond geeft zachte, vorstgevoelige scheuten.
Mulchen
Een laag schors of bladcompost in november beschermt de wortels tegen vorst en droogte.
Steun
Geef een hoge, jonge plant op een winderige plek de eerste jaren een stevige stok.

Tip: Plant hem beschut tegen koude oostenwind en snoei licht na de bloei. Zet een jonge plant het eerste jaar vast aan een stok.

Wanneer snoei je een olearia?

Snoeimaanden: april en juli.

Wanneer: Snoei licht meteen na de bloei, in juli. Vorstschade knip je pas in april weg, als je ziet welke takken uitlopen.

Hoe:

  • Knip te lange takken en de uitgebloeide tuilen in tot een gezonde zijtak.
  • Hou de vorm los en natuurlijk; verdeel een grote snoeibeurt over twee jaar.
  • Knip in april bruine, bevroren takken terug tot op groen hout.

Let op: Snoei niet in de late herfst of winter: nieuwe scheuten en snoeiwonden bevriezen dan makkelijk.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Stekken
In augustus–september: halfhoutige stekken van 8–10 cm met een stukje oud hout, in een mengsel van zand en potgrond onder plastic. Ze wortelen langzaam; overwinter ze vorstvrij.
Zaaien
In het voorjaar in zaaigrond onder glas, het zaad nauwelijks bedekken. Het kiemt traag en onregelmatig.

Hoe komt een olearia de winter door?

Winterhard tot −12 °C: beschermen in strenge winters.

  • Winterhard tot ongeveer −12 °C: in Vlaanderen alleen op een beschutte plek betrouwbaar.
  • Zet hem uit de koude, uitdrogende oostenwind, bijvoorbeeld tegen een zonnige muur. Dek hem bij strenge vorst af met vliesdoek.
  • Jonge planten krijgen een dikke laag mulch rond de voet. In een pot zet je ze vorstvrij.

Ziektes en plagen

  • Vorstschade: Bruine, verlepte bladeren en takken na een strenge winter. Wacht tot april met snoeien: vaak loopt hij onderaan weer uit.
  • Vorstdroogte: Bruine bladranden in januari–februari door uitdrogende wind terwijl de grond bevroren is. Een beschutte plek en een mulchlaag helpen.
  • Wortelrot: Verwelkend, geel blad door te natte grond. Verbeter de afwatering of verplant hem naar een drogere plek.
  • Bladluis: Kleine luizen op jonge scheuten in het voorjaar. Afspuiten met water volstaat meestal.

Het jaar rond

  • April: Planten. Vorstschade wegknippen. Compost geven.
  • Mei: Planten. Water geven na het planten.
  • Juni: Begin van de bloei: muskusgeur en bijen.
  • Juli: Bloei. Licht snoeien na de bloei.
  • Augustus: Halfhoutige stekken nemen. Water geven bij droogte.
  • September: Stekken nemen. Jonge planten stevig vastzetten.
  • November: Mulch aanbrengen tegen vorst. Jonge planten beschermen.
  • December: Rust. Bij strenge vorst afdekken.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De soortnaam macrodonta betekent ‘met grote tanden’ en verwijst naar de getande bladrand.
  • Hoewel het blad op hulst lijkt, is hij er niet mee verwant: hij hoort bij de composietenfamilie, net als de zonnebloem.
  • De zilverwitte onderkant van het blad komt van een dichte viltlaag van haartjes.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…