
Foto: George Chernilevsky, Public domain · bron
Heester · Paeoniaceae
Boompioen
Paeonia suffruticosa
In andere talen: Pivoine arbustive (Français) · Tree peony (English)
De boompioen komt uit China, waar hij al meer dan duizend jaar gekweekt wordt. Het is een bladverliezende, houtige struik van zo’n 1,5 m hoog en breed, die anders dan de gewone pioen in de winter niet bovengronds afsterft. In mei draagt hij enorme bloemen van 15–25 cm, enkel, halfgevuld of gevuld, in wit, roze, rood en paars, en bij kruisingen ook geel. Veel rassen geuren licht en zoet. Hij groeit traag, maar wie hem een goede plek geeft, heeft er tientallen jaren een blikvanger aan.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
1,5 m
hoog, 1,5 m breed
Bloei
mei
| Snoeimaanden | april en juni |
|---|---|
| Hoogte | 1,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei |
Herkennen
Hoe herken je een boompioen?
- Groeivorm
- Houtige, weinig vertakte struik van 1,5 m hoog en breed. Hij groeit traag en blijft open.
- Blad
- Groot, dubbel geveerd en diep ingesneden, frisgroen tot blauwgroen. Het valt in de herfst af; de houtige takken blijven staan.
- Bloem
- Komvormige bloemen van 15–25 cm in mei, met zijdeachtige bloemblaadjes rond een hart van gele meeldraden. Enkel, halfgevuld of gevuld.
- Geur
- Bij veel rassen licht en zoet; het verschilt sterk per ras.
- Wortels
- Diep en vlezig. Eenmaal geplant verhuist hij niet graag.
Bloei: mei · Planten: september–oktober · Snoeien: april en juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Enorme, zijdeachtige bloemen in mei: een van de spectaculairste bloeiers in de tuin.
- Vaak geurend en prachtig als snijbloem.
- Ook buiten de bloei sierlijk, met groot, diep ingesneden, vaak blauwgroen blad.
- De enkele en halfgevulde bloemen met hun gele hart worden graag bezocht door bijen en hommels.
- Een plant voor het leven: hij kan tientallen jaren op dezelfde plek staan en wordt elk jaar mooier.
Waar staat een boompioen graag?
- Zon of lichte halfschaduw; in de halfschaduw blijven de bloemen langer mooi.
- Beschut tegen harde wind en liefst niet op het oosten: vroege ochtendzon na een vorstnacht beschadigt jonge scheuten.
- Diep losgemaakte, rijke, goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Staand water verdraagt hij niet.
- Normaal vochtig; in het voorjaar mag de grond niet uitdrogen.
- Reken op 1,5 m ruimte en plant hem niet vlak bij bomen of grote struiken die wortelconcurrentie geven.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 1,5 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Ooievaarsbek: Bloeit rond dezelfde tijd en bedekt de voet zonder te verstikken.
- Vrouwenmantel: Een frisgroene, lage rand die mooi staat bij de grote bloemen.
- Kattenkruid: Blauwe wolken aan de voet, die lang doorbloeien.
- Sierui: Paarse bollen die in mei–juni boven de border uitsteken.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een boompioen?
Planten in september–oktober.
- Plant in september–oktober, zodat hij voor de winter nog wortels maakt.
- Kies meteen de definitieve plek: hij verhuist niet graag.
- Graaf een plantgat van 50–60 cm diep en breed, maak de bodem los en meng er flink wat compost door.
- Zet de plant zo diep dat de entplaats 10–15 cm onder de grond zit: zo vormt de boompioen later eigen wortels.
- Vul aan, druk aan en geef meteen een flinke gieter water.
- Leg een laag compost of bladcompost rond de plant, maar niet tegen de stam.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar bij droogte wekelijks, vooral in het voorjaar als de knoppen zich vormen.
- Bemesten
- In maart compost rond de plant, niet tegen de stam. Op arme grond een handvol organische mest.
- Steun
- Zware bloemen knikken na een regenbui. Een stevige stok of plantensteun houdt ze rechtop.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze in juni weg tot boven een goed blad, tenzij je de zaaddozen wilt laten rijpen.
- Late vorst
- Hou in april winterdoek klaar en dek de struik af als er nachtvorst voorspeld wordt.
- Snijbloemen
- Snijd ’s ochtends, als de knop net begint open te gaan, en houd de stelen kort om de struik te sparen.
Tip: Plant in de herfst met de entplaats 10–15 cm onder de grond en verplaats hem daarna nooit meer: met geduld krijg je elk jaar meer bloemen.
Wanneer snoei je een boompioen?
Snoeimaanden: april en juni.
Wanneer: Snoei alleen dood hout weg in april, als je ziet welke knoppen uitlopen. Uitgebloeide bloemen knip je in juni weg.
Hoe:
- Knip in april dode takjes en bevroren toppen terug tot net boven een gezonde, zwellende knop.
- Knip in juni de uitgebloeide bloemen weg tot boven het eerste goede blad.
- Verjong een oude, kale struik voorzichtig: knip per jaar hooguit één oude tak laag weg, net boven een knop.
- Scheuten met ander blad die uit de grond komen, zijn van de onderstam: haal ze weg tot aan de wortel.
Let op: Snoei hem nooit fors terug: de bloemknoppen zitten op het oude hout, en hij herstelt traag.
Vermeerderen
- Afleggen
- Buig in het voorjaar een lage tak naar de grond, kras de bast licht in en dek af met aarde. Na één à twee jaar losmaken. Het lukt niet altijd.
- Zaaien
- Zaai vers zaad in de herfst in een pot buiten. Het kiemt traag en zaailingen bloeien pas na vele jaren, vaak in een andere kleur.
- Enten
- Kwekers enten hem op een wortel van een gewone pioen. Voor thuis is dat lastig: koop liever een geënte plant.
Hoe komt een boompioen de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: de struik zelf heeft in België geen bescherming nodig.
- Hij loopt vroeg uit, waardoor late vorst in maart–april jonge scheuten en knoppen kan beschadigen. Dek hem bij vorstnachten af met winterdoek.
- Hou mulch weg van de stam, zodat het hout niet gaat rotten.
- In een pot: kies een grote, diepe pot en zet hem in de winter beschut tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Grauwe schimmel: Knoppen en jonge scheuten worden bruin en rotten, soms met een grijs pluis. Knip aangetaste delen weg, gooi ze bij het restafval, geef water aan de voet en zorg voor een luchtige plek.
- Late vorst: Jonge scheuten hangen slap en worden zwart na een koude nacht. Knip ze terug tot gezond hout; afdekken voorkomt het.
- Wildschot: Scheuten met ander, minder ingesneden blad komen uit de grond: dat is de onderstam. Haal ze weg tot aan de wortel.
- Weinig of geen bloei: Een jonge plant heeft vaak twee à drie jaar nodig. Ook te veel schaduw, te veel stikstof of te hard snoeien kosten bloemen.
Het jaar rond
- Maart: Compost rond de plant. De knoppen lopen uit: winterdoek klaarleggen.
- April: Dood hout wegknippen. Bij nachtvorst afdekken. Steun plaatsen.
- Mei: Bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
- Juni: Uitgebloeide bloemen wegknippen. Water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij droogte. Letten op wildschot van de onderstam.
- September: Planten. Vers zaad zaaien.
- Oktober: Planten. Afgevallen blad opruimen tegen grauwe schimmel.
- November: Mulch rond de plant, niet tegen de stam.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In China heet hij de koning van de bloemen. De stad Luoyang is er beroemd om en houdt elk voorjaar een pioenenfeest.
- De naam Paeonia verwijst naar Paion, in de Griekse mythologie de arts van de goden.
- Kwekers enten de boompioen op een wortel van een gewone pioen. Door diep te planten maakt hij na een paar jaar eigen wortels.