
Foto: Forest & Kim Starr, CC BY 3.0 · bron
Kamerplant · Polypodiaceae
Phlebodium
Phlebodium aureum
In andere talen: Polypode doré (Français) · Blue star fern (English)
Phlebodium aureum, de blauwe sterrenvaren, komt van nature voor in het tropische en subtropische Amerika, van Florida en het Caribisch gebied tot Zuid-Amerika. In het wild groeit hij als epifyt op boomstammen en takken. Hij heeft grote, diep ingesneden, blauwgroene en leerachtige bladeren van ongeveer 60 cm op stevige stelen. Uit de potrand kruipt een dikke wortelstok met goudbruine, harige schubben, die zelf al een sieraad is. Onder het blad zitten rijen ronde, goudgele sporenhoopjes. Hij verdraagt drogere kamerlucht dan de meeste varens en is daarom een van de makkelijkste varens voor binnen.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Potgrond
Winterhard
Kamerplant
min. 10 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,6 m breed
| Hoogte | 0,6 m |
|---|---|
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een phlebodium?
- Groeivorm
- Groenblijvende, epifytische varen van ongeveer 60 cm hoog en breed met overhangende bladeren.
- Blad
- Diep ingesneden (geveerd), tot ongeveer 60 cm lang, blauwgroen en leerachtig, met golvende lobben.
- Wortelstok
- Dik en kruipend, met goudbruine, harige schubben. Hij groeit op het grondoppervlak en mag niet worden ingegraven.
- Sporenhoopjes
- Onder het blad zitten twee rijen ronde, goudgele sporenhoopjes. Er zijn geen bloemen.
- Wortels
- Fijn en ondiep, vooral onder de wortelstok: hij heeft een brede, ondiepe pot nodig.
Planten: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Opvallend blauwgroen, diep ingesneden blad dat een kamer een tropische uitstraling geeft.
- Verdraagt drogere kamerlucht beter dan de meeste varens.
- De harige, goudbruine wortelstok kruipt over de potrand en is zelf een bijzonder sieraad.
- Groenblijvend en vrij makkelijk, als de wortelstok maar niet te nat zit.
- Mooi in een brede, ondiepe pot, op een plantenkruk of in een hangpot.
Waar staat een phlebodium graag?
- Helder licht tot lichte halfschaduw zonder directe zon, bijvoorbeeld bij een oost- of noordraam. Directe middagzon schroeit het blad.
- Zeer luchtige, humusrijke mix: potgrond met een derde fijne schors en perliet, of speciale varengrond; licht zuur tot neutraal.
- Warm: 15–25 °C en nooit onder 10 °C.
- Gewone kamerlucht volstaat; een schaal met kleikorrels is mooi meegenomen. Zet hem uit de tocht en uit de buurt van radiatoren.
- Licht
- Licht, zonder felle zon of weinig licht
- Potgrond
- Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Water geven
- Gewoon
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,6 m breed
- Temperatuur
- Minimum 10 °C
Mooi samen met
- Pteris: Een andere varen die graag in dezelfde lichte schaduw staat.
- Philodendron: Groot, glanzend blad als contrast met het fijne, blauwgroene blad.
- Peperomia: Een compacte bladplant met dezelfde lichte plek.
- Orchideeën: Houden van dezelfde lichte plek zonder zon en dezelfde luchtige mix.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een phlebodium?
Planten in maart–april.
- Verpot in maart–april en niet vaker dan om de 2–3 jaar: hij zit graag wat krap.
- Kies een brede, ondiepe pot met drainagegaten, want de wortelstok kruipt zijwaarts.
- Meng luchtige potgrond met een derde fijne schors en perliet, zodat water goed wegloopt.
- Leg de wortelstok bovenop de grond en bedek hem niet; vul alleen rond de wortels aan en druk lichtjes aan.
- Geef lichtjes water en laat de bovenste laag daarna iets opdrogen. Zet hem de eerste weken niet in felle zon.
Verzorgen
- Water
- Laat de bovenste 2–3 cm tussen twee gietbeurten opdrogen. Giet langs de rand van de pot en niet op de wortelstok, want die rot bij blijvende nattigheid. In de zomer meestal wekelijks, in de winter om de 10–14 dagen.
- Bemesten
- Van april tot september om de 4 weken een kwart tot halve dosis vloeibare voeding; varens zijn gevoelig voor zout. In de winter niet.
- Luchtvochtigheid
- Hij verdraagt drogere lucht dan de meeste varens, maar groeit mooier bij 50 % of meer. Een schaal met vochtige kleikorrels of af en toe een nevel helpt.
- Wortelstok
- Laat de wortelstok over de potrand hangen en bedek hem niet met grond. Snijd hem niet door: de plant groeit vanuit de uiteinden.
- Licht
- Draai de pot af en toe voor een gelijkmatige groei en zet hem niet in de felle zon.
Tip: Leg de wortelstok bovenop de grond en bedek hem niet. Laat de bovenste laag licht opdrogen en gebruik een brede, ondiepe pot: hij verdraagt drogere lucht dan de meeste varens.
Wanneer snoei je een phlebodium?
Wanneer: Echt snoeien is niet nodig. Knip dode of gele bladeren het hele jaar door weg, bij voorkeur in het voorjaar.
Hoe:
- Knip bruine, gele of beschadigde bladeren met een schone schaar helemaal aan de basis weg.
- Laat groene, gezonde bladeren staan; nieuwe bladeren komen uit de uiteinden van de wortelstok.
- Knip de wortelstok zelf niet door.
Let op: Knip de goudbruine wortelstok niet af: de plant groeit vanuit de uiteinden en herstelt een doorgesneden stuk niet goed.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april: snijd de wortelstok met een schoon mes in stukken van minstens 5–10 cm met 2–3 bladeren en wat wortels. Leg elk stuk op vochtige, luchtige grond, zet het eventueel vast met een haarspeld en houd het warm, licht en vochtig.
- Sporen
- Mogelijk maar traag: strooi sporen op vochtige, steriele potgrond onder een doorzichtig deksel op 20–22 °C en licht. Het duurt maanden tot er plantjes verschijnen.
Hoe komt een phlebodium de winter door?
- Niet winterhard: de minimumtemperatuur is 10 °C. Hij overwintert binnen.
- Zet hem licht, bij 15–20 °C, uit de buurt van radiatoren en tocht.
- Geef minder water: de bovenste laag mag verder opdrogen, ongeveer om de 10–14 dagen. De wortelstok mag niet nat blijven.
- Bemest niet van oktober tot en met februari.
Ziektes en plagen
- Bruine bladpunten of -randen: Te droge lucht, kalkrijk water of uitgedroogde grond. Gebruik regenwater, geef regelmatiger water en verhoog de luchtvochtigheid.
- Rotte wortelstok: Een zachte, donkere wortelstok door te natte grond of omdat hij is ingegraven. Knip het aangetaste deel weg, laat het drogen en zet hem hoger in een luchtigere mix.
- Gele bladeren: Te nat, te donker of zoutophoping. Laat de bovenste laag opdrogen, spoel de grond door en zet hem lichter.
- Schildluis en wolluis: Bruine schildjes of witte pluisjes op bladstelen en wortelstok. Veeg ze af met een wattenstaafje met zeepwater en herhaal wekelijks; varens zijn gevoelig voor veel sproeimiddelen.
Het jaar rond
- Januari: Rust: licht, 15–20 °C, zuinig met water.
- Februari: Rust. Droge verwarmingslucht in de gaten houden.
- Maart: Verpotten en delen. Dode bladeren wegknippen.
- April: Verpotten kan nog. Beginnen met bemesten (kwart tot halve dosis).
- Mei: Groei. Regelmatig water, beschermen tegen felle zon.
- Juni: Groei. Om de 4 weken bemesten.
- Juli: Groei. Letten op uitdroging bij warm weer.
- Augustus: Groei. Om de 4 weken bemesten.
- September: Laatste keer bemesten. Controleren op ongedierte.
- Oktober: Minder water geven. Bemesten stoppen.
- November: Rust: licht en zuinig met water.
- December: Rust. Uit de buurt van radiatoren houden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In het wild groeit hij als epifyt op boomstammen en takken, waar hij bladafval als voeding gebruikt.
- De soortnaam aureum betekent ‘gouden’, naar de gouden kleur van de sporenhoopjes en de schubben op de wortelstok.
- Vroeger heette hij Polypodium aureum; later werd hij in een eigen geslacht, Phlebodium, ondergebracht.