Gewone eikvaren (Polypodium vulgare)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Varen · Polypodiaceae

Gewone eikvaren

Polypodium vulgare

In andere talen: Polypode commun (Français) · Common polypody (English)

De gewone eikvaren is een kleine, groenblijvende varen die in grote delen van Europa en Azië wild groeit, ook in België. Je vindt hem op bemoste muren, rotsen, oude boomstronken, taluds en zelfs hoog op knotwilgen en eiken, waar hij als epifyt in het mos en de humus groeit. De leerachtige, donkergroene bladeren worden 10–30 cm lang, zijn kamvormig ingesneden en staan één voor één langs een kruipende wortelstok. Op de onderkant zitten in twee rijen grote, ronde, oranjegele sporenhoopjes. Tuinliefhebbers waarderen hem omdat hij groeit op plekken waar bijna niets anders wil groeien: in droge schaduw, op muren en op stronken.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand of leem

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,3 m

    hoog, 0,4 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei–juni
Hoogte0,3 m
Inheems in BelgiëJa
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een gewone eikvaren?

Groeivorm
Lage, kruipende varen van 20–30 cm hoog die langzaam een losse mat van 40 cm breed en meer vormt.
Blad
Leerachtig, enkel en diep kamvormig ingesneden, 10–30 cm lang; de bladeren staan los van elkaar langs de wortelstok.
Kleur
Dof tot glanzend donkergroen, het hele jaar door. Het nieuwe blad verschijnt in de late lente en vroege zomer.
Sporen
Grote, ronde, oranjegele sporenhoopjes zonder dekvliesje, in twee rijen onder het blad; varens bloeien niet.
Wortelstok
Dik, kruipend en bedekt met bruine schubben; hij ligt vlak onder of zelfs op het oppervlak.

Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: mei–juni

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Groenblijvend: de hele winter fris donkergroen blad, net wanneer de tuin kaal is.
  • Een van de weinige varens die droge schaduw verdragen, eens hij goed ingeworteld is.
  • Groeit op muren, stronken, rotsen en knotwilgen: ideaal om een oude muur of boomstronk te laten begroeien.
  • Inheems en past perfect in een natuurtuin, waar hij tussen mos en dood hout thuishoort.
  • Vormt langzaam een lage, groenblijvende bodembedekker onder bomen en struiken.
  • Weinig werk: één keer per jaar wat oud blad wegknippen volstaat.

Waar staat een gewone eikvaren graag?

  • Halfschaduw tot schaduw; ochtend- of avondzon verdraagt hij goed.
  • Luchtige, goed doorlatende en humusrijke grond: zand of leem, zuur tot neutraal. Ook op muren, stenen, stronken en bemoste takken.
  • Droog tot normaal vochtig. Eens ingeworteld verdraagt hij droogte; natte, zware grond doet de wortelstok rotten.
  • Zeer geschikt voor droge schaduw onder bomen, aan de voet van een haag of op een noordmuur.
  • Plant ongeveer 30 cm uit elkaar; zo vormt hij na een paar jaar een gesloten mat.
Licht
Halfschaduw en schaduw
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Droog of normaal
Grootte
0,3 m hoog, 0,4 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Steenbreekvaren: Een kleine, inheemse muurvaren die op dezelfde oude muren en rotsen groeit.
  • Elfenbloem: Een groenblijvende bodembedekker die ook droge schaduw verdraagt.
  • Rotsooievaarsbek: Geurend blad en roze bloemen in mei–juni, sterk in droge schaduw.
  • Kleine maagdenpalm: Groenblijvend met blauwe bloempjes in het voorjaar, voor droge schaduw onder bomen.
  • Sneeuwklokje: Witte klokjes in februari tussen het wintergroene varenblad.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een gewone eikvaren?

Planten in maart–mei en september–oktober.

  1. Plant van maart tot mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
  2. Maak de grond los en meng er bladcompost en wat grof zand door, zodat ze luchtig en goed doorlatend is.
  3. Plant ondiep: leg de wortelstok horizontaal en bedek hem maar half met grond. Zet hem vast met een gebogen ijzerdraadje of een steentje.
  4. Op een muur of stronk: duw de wortelstok met wat mos en bladcompost in een spleet of holte en houd hem vast met een steentje.
  5. Houd ongeveer 30 cm tussen de planten.
  6. Geef meteen water en houd de grond of het mos de eerste maanden licht vochtig, tot de plant ingeworteld is.

Verzorgen

Water
De eerste maanden bij droogte water geven of besproeien. Daarna is extra water bijna nooit nodig, behalve in een lange hittegolf.
Bemesten
Niet nodig. Een dun laagje bladcompost in het voorjaar volstaat; op muren en stronken helemaal niets.
Mulchen
Een dun laagje bladcompost is goed, maar een dikke laag natte bladeren op de wortelstok kan hem doen rotten.
Oud blad
Knip eind mei–juni versleten en bruin blad weg, als het nieuwe blad verschijnt.
Concurrentie
Houd klimop en sterke bodembedekkers weg, want die overgroeien hem snel.

Tip: Plant hem ondiep, met de wortelstok half boven de grond, en nooit in natte, zware grond. Op een bemoste muur, een oude stronk of een knotwilg doet hij het vaak beter dan in de border.

Wanneer snoei je een gewone eikvaren?

Snoeimaanden: mei–juni.

Wanneer: Eind mei–juni, als het nieuwe blad verschijnt. Verder hoeft hij niet gesnoeid te worden.

Hoe:

  • Knip alleen het oude, versleten of bruine blad aan de voet weg; gezond groen blad mag blijven.
  • Knip niet in maart zoals bij veel andere varens: dan staat de plant tot de zomer kaal, want het nieuwe blad komt pas laat.
  • Op een muur of in een boom kun je hem gewoon zijn gang laten gaan.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
In april of september een stuk wortelstok met een paar bladeren afbreken of afsnijden en ondiep planten op een vochtige, beschaduwde plek. Vastzetten met een steentje en licht vochtig houden.
Sporen
In het najaar rijpe sporen van de oranjegele sporenhoopjes verzamelen en uitzaaien op steriele, vochtige zaaigrond onder glas. Dat vraagt geduld: pas na enkele maanden verschijnen kleine varentjes.

Hoe komt een gewone eikvaren de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
  • Het blad blijft de hele winter groen; na strenge vorst kan het wat beschadigd raken, maar in de zomer komt nieuw blad.
  • Op muren, stronken en in bomen overleeft hij de winter zonder hulp.
  • In een pot: zorg voor goed doorlatende potgrond en zet de pot beschut, zodat hij niet in natte grond staat.

Ziektes en plagen

  • Wortelrot: Bruin, slap blad en een zachte wortelstok in natte, zware grond. Verplant naar een luchtige, goed doorlatende plek of op een muur of stronk.
  • Overgroeid: Klimop, gras of sterke bodembedekkers groeien over hem heen. Houd ze met de hand weg.
  • Verdroogd blad: Bij jonge planten in een lange droogte. Water geven of besproeien; ingewortelde planten herstellen meestal vanzelf.
  • Te dikke bladlaag: Een dikke laag natte herfstbladeren kan de ondiepe wortelstok doen rotten. Hark in de winter de dikste laag voorzichtig weg.

Het jaar rond

  • Maart: Planten. Klimop en onkruid weghalen.
  • April: Planten of delen.
  • Mei: Nieuw blad verschijnt. Oud blad wegknippen.
  • Juni: Nieuw blad. Versleten blad wegknippen. Jonge planten water geven bij droogte.
  • Augustus: Jonge planten water geven bij droogte.
  • September: Planten of delen.
  • Oktober: Planten. Rijpe sporen verzamelen.
  • December: Groenblijvend blad siert muren en stronken.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Polypodium betekent ‘veelvoet’, naar de kruipende, vertakte wortelstok met de knobbels van oude bladstelen.
  • De wortelstok smaakt zoet, een beetje als zoethout; een oude Nederlandse naam voor de plant is daarom ‘engelzoet’.
  • Op bomen groeit hij als epifyt: hij gebruikt de boom alleen als steun en haalt er geen voedsel uit.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…