Brandkruid (Phlomis fruticosa)

Foto: Frente, CC BY-SA 2.0 de · bron

Heester · Lamiaceae

Brandkruid

Phlomis fruticosa

In andere talen: Sauge de Jérusalem (Français) · Jerusalem sage (English)

Brandkruid is een groenblijvende, halfhoge struik uit het oosten van het Middellandse Zeegebied, van Italië tot Griekenland en Turkije, waar hij op droge, rotsige hellingen groeit. Hij vormt een brede, bolle struik van ongeveer 1 m hoog en 1,2 m breed, met grijsgroen, viltig blad dat aan salie doet denken. In juni en juli staan de stengels vol kransen van helgele, gekapte lipbloemen, laag boven laag. De droge zaadkransen blijven tot in de winter staan en zijn met rijp erop erg decoratief. Tuiniers waarderen hem als sterke, droogtebestendige struik voor een zonnige grindtuin of mediterrane border, waar hommels en bijen hem druk bezoeken.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    tot -15 °C

    jonge planten beschermen

  • Grootte

    1 m

    hoog, 1,2 m breed

  • Bloei

    juni–juli

Feiten op een rij
Snoeimaandenapril en augustus
Hoogte1 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–juli

Herkennen

Hoe herken je een brandkruid?

Groeivorm
Brede, bolle struik van ongeveer 1 m hoog en 1,2 m breed, onderaan houtig, met vierkante, wollige stengels.
Blad
Eirond tot lancetvormig, 5–10 cm lang, gerimpeld en dicht viltig, bovenaan grijsgroen, onderaan bijna wit.
Bloem
Helgele lipbloemen van 2,5–3 cm met een kap, in dichte kransen rond de bovenste delen van de stengels, in juni en juli.
Zaadkransen
Na de bloei blijven bruine, bolle kransen staan, die tot in de winter sierlijk zijn.
Wortels
Diep en houtig: eenmaal ingeworteld haalt hij water uit de diepere grond.

Bloei: juni–juli · Planten: april–mei · Snoeien: april en augustus

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Groenblijvend, grijsviltig blad dat het hele jaar zacht en zilverig oogt.
  • Opvallende kransen van helgele bloemen in juni en juli.
  • Een echte bijen- en hommelplant tijdens de bloei.
  • Zeer droogtebestendig: hij heeft na het eerste jaar nooit water nodig.
  • De droge zaadkransen geven structuur in de wintertuin.
  • Weinig werk: één snoeibeurt in april volstaat.

Waar staat een brandkruid graag?

  • Volle zon, zo warm mogelijk: hoe meer zon, hoe zilveriger het blad en hoe rijker de bloei.
  • Schrale, goed doorlatende grond: zand, leem of klei met grind, zuur tot kalkrijk.
  • Droog: hij verdraagt lange droogte, maar geen natte voeten, zeker niet in de winter.
  • Ideaal in een grindtuin, op een zonnige helling, tegen een warme muur of in een mediterrane border.
  • Reken op 1–1,2 m ruimte per plant.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog
Grootte
1 m hoog, 1,2 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -15 °C)

Mooi samen met

  • Lavendel: Paars naast het geel, voor dezelfde droge, zonnige plek.
  • Zonneroos: Ook mediterraan, groenblijvend en droogtebestendig.
  • Kattenkruid: Blauwe bloemen en een zachte vorm aan de voet.
  • Russische salie: Zilvergrijs blad en blauwe bloemen in de nazomer, als het brandkruid uitgebloeid is.
  • Vedergras: Luchtige pluimen tussen de stevige struiken.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een brandkruid?

Planten in april–mei.

  1. Plant in april–mei, als de grond opgewarmd is, zodat hij voor de winter goed inwortelt.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit. Meng op zware grond grof zand of grind door de grond; compost is niet nodig.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
  4. Plant op 1–1,2 m van elkaar.
  5. Geef bij het planten water, en de eerste weken bij droogte.
  6. Mulch met grind in plaats van compost: dat houdt de voet droog.

Verzorgen

Water
Alleen het eerste jaar bij lange droogte. Daarna is water geven niet nodig.
Bemesten
Niet doen: op rijke grond groeit hij slap en wordt hij minder winterhard.
Mulchen
Gebruik grind of steenslag, geen compost of schors: zo blijft de voet droog.
Uitgebloeide bloemen
Laat de zaadkransen staan voor de winter, of knip ze na de bloei weg als je een strakker uitzicht wilt.
Vernieuwen
Na een aantal jaren wordt hij vaak houtig en open. Vervang hem dan door een jonge plant uit stek.

Tip: Geef hem een droge, zonnige plek zonder compost of mest: hoe schraler de grond, hoe compacter en winterharder hij blijft. Knip in april de oude bloemstengels weg.

Wanneer snoei je een brandkruid?

Snoeimaanden: april en augustus.

Wanneer: In april knip je de oude bloemstengels en bevroren toppen weg. Na de bloei, in augustus, mag je hem licht terugknippen om hem compact te houden.

Hoe:

  • Knip in april de oude bloemstengels terug tot net boven een paar bladeren of nieuwe scheuten.
  • Kort tegelijk de hele struik met ongeveer een derde in, zodat hij compact en vol blijft.
  • Knip niet in het oude, kale hout: daar loopt hij moeilijk weer uit.
  • Wil je geen zaadkransen in de winter, knip de uitgebloeide stengels dan in augustus al weg.

Let op: Snoei niet in de late herfst: de verse wonden en jonge scheuten zijn dan gevoelig voor vorst.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Stekken
In juli–augustus: stekken van 8–10 cm van niet-bloeiende scheuten, onderste bladeren weg, in een zanderig stekmengsel. Houd ze licht vochtig, niet nat, op een lichte plek zonder felle zon.
Afleggen
Een lage tak in het voorjaar tegen de grond vastpinnen en afdekken met wat zanderige grond; na een jaar loskoppelen en verplanten.

Hoe komt een brandkruid de winter door?

Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.

  • Winterhard tot ongeveer −15 °C, op voorwaarde dat de grond droog is. In natte grond is hij veel gevoeliger.
  • Na een strenge winter kunnen de toppen bevroren zijn; knip ze in april weg, hij loopt van onderuit weer uit.
  • Laat de zaadkransen staan: ze sieren de wintertuin, zeker met rijp erop.
  • In een pot: zet hem tegen een warme muur, uit de regen, en zorg dat het water goed kan weglopen.

Ziektes en plagen

  • Wortelrot: De plant sterft in de winter of het voorjaar plots af. Oorzaak: natte, zware grond. Plant op een verhoogd bed of meng veel grind door de grond.
  • Kale, uitgezakte struik: Met de jaren valt hij open en wordt hij onderaan kaal. Snoei elk jaar in april, of vervang hem door een jonge plant.
  • Vorstschade: Bruine, verdorde toppen na een strenge winter. Wacht tot april en knip terug tot waar nieuwe scheuten verschijnen.
  • Koekoeksspog: Witte schuimklodders op de stengels in mei, met een kleine cicadelarve erin. Onschuldig; spuit ze af met water als ze storen.

Het jaar rond

  • Januari: Rust. Grijs blad en droge zaadkransen sieren de wintertuin.
  • April: Oude bloemstengels wegknippen en de struik licht in vorm knippen. Planten.
  • Mei: Planten. De eerste bloemknoppen verschijnen.
  • Juni: Bloei: gele bloemkransen vol hommels.
  • Juli: Bloei. Stekken nemen.
  • Augustus: Na de bloei eventueel licht terugknippen. Stekken nemen.
  • September: Zaadkransen laten staan voor de winter.
  • November: Geen compost of mest geven: hij gaat het liefst droog de winter in.
  • December: Droge zaadkransen met rijp in de tuin.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Ondanks de Engelse naam Jerusalem sage is het geen salie, al horen beide wel bij de lipbloemenfamilie.
  • Het viltige laagje bestaat uit fijne, stervormige haartjes die het blad beschermen tegen uitdroging in de felle zon.
  • De bloemen staan in kransen rond de vierkante stengels, typisch voor de lipbloemenfamilie, net als bij munt en lavendel.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…