
Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron
Dwergstruik · Lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
Echte salie
Salvia officinalis · ook: Salie, Keukensalie
Echte salie is een grijsgroene halfstruik van 40–70 cm uit het Middellandse Zeegebied, met viltige, fijn gerimpelde, sterk geurende bladeren en in juni–juli blauwpaarse lipbloemen waar hommels en bijen op afkomen. Het is een klassiek keukenkruid, lekker in boter bij pasta, bij saltimbocca en bij gevogelte. Salie wil volle zon en een droge, goed doorlatende grond. Met een snoeibeurt in april en een lichte na de bloei blijft hij compact; na 4–5 jaar wordt hij houtig en vervang je hem.
Let op: Salie bevat thujon: drink salie niet dagelijks in grote hoeveelheden en niet tijdens de zwangerschap.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
0,4–0,7 m
hoog
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | april en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,4–0,7 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een echte salie?
- Groeivorm
- Bossige halfstruik van 0,4–0,7 m hoog en ongeveer 0,6 m breed.
- Blad
- Tegenoverstaand, langwerpig, 3–8 cm, fijn gekarteld, grijsgroen en viltig, met een fijn gerimpeld oppervlak; sterk aromatisch.
- Stengels
- Vierkante, viltige stengels die onderaan houtig worden.
- Bloem
- Blauwpaarse lipbloemen (2–3 cm) in kransen aan rechtopstaande aren, juni–juli.
- Vrucht
- Kleine nootjes.
- Verschil met echte lavendel
- Lavendel heeft smal, lijnvormig blad en bloemaren op lange, kale stelen.
- Verschil met veldsalie
- Veldsalie (Salvia pratensis) is een kruid met een bladrozet en helderblauwe bloemen; wild op kalkrijke graslanden.
Bloei: juni–juli · Oogst en vruchten: mei–september · Snoeien: april en juli
Herkennen per kenmerk: Paarse of blauwe bloemen
Lijkt op, maar is het niet
- Echte lavendel Lavandula angustifolia: smal, lijnvormig blad en bloemaren op lange, kale stelen. Verschil met echte lavendel
- Veldsalie (Salvia pratensis): een kruid met een bladrozet en helderblauwe bloemen; wild op kalkrijke graslanden.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een keukenkruid dat je bijna het hele jaar kan plukken.
- Blauwpaarse bloemen in juni–juli, geliefd bij hommels en bijen.
- Grijsgroen, geurend blad dat mooi staat naast lavendel, tijm en rozemarijn.
- Vraagt weinig water en geen mest: ideaal voor een droge, zonnige plek of een pot.
Waar staat een echte salie graag?
- Volle zon: hoe meer zon, hoe meer geur in het blad.
- Droge, goed doorlatende grond, kalkrijk of niet; natte voeten in de winter verdraagt hij slecht.
- Op zware klei: plant op een verhoogd bed of meng grof zand of grind door de grond.
- Past in een kruidentuin, een grindtuin, langs een pad of in een grote pot bij de keukendeur.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Echte lavendel: Ook mediterraan en grijsgroen, voor dezelfde droge, zonnige plek; samen lokken ze de hele zomer bijen.
- Echte tijm: Een laag, geurend kussentje voor de rand van de kruidentuin.
- Rozemarijn: Een groenblijvend keukenkruid met naaldvormige blaadjes, voor dezelfde zonnige, droge grond.
Past goed bij, en liever niet bij
Liever niet bij
- Niet onder de dichte kroon van deze bomen planten: fijnspar, gewone zilverspar, kaukasische zilverspar, douglasspar, taxus, witte paardenkastanje, noorse esdoorn, gewone esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een echte salie?
- Plant in april–mei, zodat hij voor de winter goed geworteld is.
- Reken op 50–60 cm per plant.
- Behalve de gewone grijsgroene salie zijn er vormen met paars blad (‘Purpurascens’) en met geelbont blad (‘Icterina’); de driekleurige ‘Tricolor’ is minder winterhard.
- Zet hem niet dieper dan hij stond en geef de eerste weken water. In een pot gebruik je potgrond met wat zand of grind, en een pot met een gat in de bodem.
Verzorgen
- Water
- Alleen de eerste weken na het planten en in een pot; daarna redt hij zich, ook in droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig: op rijke grond groeit hij slap en geurt hij minder.
- Oogsten
- Pluk losse blaadjes of scheuttopjes wanneer je ze nodig hebt; om te drogen oogst je vlak voor de bloei, als het blad het sterkst geurt.
- Vernieuwen
- Na 4–5 jaar wordt salie houtig en ijl: vervang hem dan door een jonge plant of een eigen stek.
Tip: Zet een salie in een pot bij de keukendeur: je plukt dan ook bij regenweer snel een paar blaadjes, en in een pot met een gat in de bodem blijven de wortels in de winter droog.
Wanneer snoei je een echte salie?
Snoeimaanden: april en juli.
Wanneer: In april, en licht na de bloei in juli.
Hoe:
- Knip in april de groei van vorig jaar met een derde tot de helft in, net boven nieuwe blaadjes.
- Knip na de bloei, in juli, de bloemstengels weg en vorm de plant licht bij.
- Begin jong: een plant die elk jaar gesnoeid wordt, blijft dicht en vertakt.
Let op: Snoei niet tot in het kale hout. Na 4–5 jaar wordt salie houtig en ijl: vervang hem dan door een nieuwe plant of een stek.
Vermeerderen
- Stekken
- Neem in mei–juni stekjes van 8–10 cm van niet-bloeiende scheuten en laat ze wortelen in een zanderig mengsel.
- Afleggen
- Druk een lage tak tegen de grond en dek hem af met aarde; als hij geworteld is, knip je hem los.
- Zaaien
- De gewone salie kan je in de lente zaaien; vormen met gekleurd blad vermeerder je met stekken.
Hoe komt een echte salie de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Winterhard in België en Nederland, maar gevoelig voor natte grond: in de winter sterft hij vaker door nattigheid dan door vorst.
- Snoei niet in de herfst: laat de plant met zijn blad de winter in en wacht tot april.
- Zet potten in de winter beschut tegen een muur, op voetjes, zodat het water weg kan.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: De plant verwelkt en sterft af, vaak na een natte winter. Plant opnieuw op een drogere, beter doorlatende plek.
- Kaal en houtig: Onderaan kaal en opengevallen. Snoei elk voorjaar; een oude plant vervang je door een stek.
- Meeldauw: Witte laag op het blad, vooral in de nazomer. Knip aangetaste scheuten weg; een zonnige, luchtige plek helpt.
- Rozemarijnhaantje: Kleine, glanzend groen-paars gestreepte kevers en hun larven eten aan het blad. Schud ze af boven een emmer.
Het jaar rond
- April: Snoeien: de groei van vorig jaar met een derde tot de helft inkorten; planten.
- Mei: Planten en in pot zetten; stekjes nemen.
- Juni: De bloei begint: hommels en bijen. Blad om te drogen oogst je net ervoor.
- Juli: Lichte snoei na de bloei: bloemstengels wegknippen.
- Augustus: Blad oogsten; water geven aan potten bij droogte.
- November: Potten beschut en droog zetten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Eten en drinken
- Keukenkruid: in boter bij pasta, bij saltimbocca en gevogelte; ook als thee.
- Voor de natuur
- De bloemen zijn geliefd bij hommels en bijen.
Let op: Bevat thujon: drink salie niet dagelijks in grote hoeveelheden en niet tijdens de zwangerschap.
Eetbaar en bruikbaar
- Bloemen (juni–juli)
- Pluk de blauwpaarse bloemen in juni en juli, op een droge ochtend, als ze net open zijn. Knip de bloeiende toppen af en strijk de bloemen er met je vingers uit. Ze smaken zacht naar salie en zijn mooi als versiering op salade, pasta of kaas. Laat genoeg bloemen staan, want hommels en bijen komen er graag op af.
- Blad (mei–september)
- Pluk de blaadjes van mei tot september, op een droge ochtend nadat de dauw verdwenen is. Kies jonge, volgroeide blaadjes van de toppen; ze zijn grijsgroen en fluweelzacht. De smaak is het sterkst vlak voor de bloei. Neem nooit meer dan een derde van de plant tegelijk, zodat hij opnieuw kan uitlopen, en snoei niet laat in het najaar. Gebruik de blaadjes vers of droog ze.
- Bewaring
- Verse salie houdt een week in de koelkast, met de steeltjes in een glas water of ingepakt in vochtig keukenpapier. Je kan blaadjes ook los invriezen in een zakje; dat houdt een half jaar. Gedroogde salie bewaar je tot een jaar in een gesloten pot, droog en donker. De gelei houdt een jaar in uitgekookte potjes.
Let op: Salie bevat thujon: eet of drink salie niet dagelijks in grote hoeveelheden en niet tijdens de zwangerschap of borstvoeding. Neem nooit etherische olie van salie in. Als keukenkruid in kleine hoeveelheden is salie geen probleem; heb je twijfel, bijvoorbeeld bij medicijngebruik, vraag dan advies aan je arts of apotheker. Gebruik alleen echte salie (Salvia officinalis): grijsgroene, licht gerimpelde, fluwelige blaadjes met een sterke, kruidige geur. Ruikt een blaadje niet duidelijk naar salie als je het tussen je vingers wrijft, gebruik het dan niet. Van sierlijke salievariëteiten is niet altijd gekend of ze geschikt zijn om te eten. Wie allergisch is voor lipbloemigen (zoals munt, tijm en lavendel) kan ook op salie reageren. Wilde salies zoals veldsalie zijn zeldzaam: pluk ze niet in natuurgebieden, je hebt ze in de keuken niet nodig. Gekochte planten kunnen behandeld zijn: laat ze enkele weken uitgroeien en was de blaadjes goed. Pluk niet langs drukke wegen, en eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Pasta met salieboter en parmezaan (Gerecht · 4 personen · 20 min)
- Appel-saliegelei (Gelei · ± 4 potjes van 250 ml · 1 uur + 2 uur uitlekken)
- Salieblaadjes in beslag (Gerecht · ± 20 stuks · 25 min)
- Gedroogde salie (Gedroogd · ± 25 g gedroogde blaadjes · 15 min + 5–10 dagen drogen)
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Saliebloemen hebben een hefboompje: duwt een hommel zijn kop naar binnen, dan klappen de meeldraden naar beneden en stempelen ze stuifmeel op zijn rug.
- De naam Salvia komt van het Latijnse salvere, ‘gezond zijn’: salie was eeuwenlang een geneeskruid.