Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Boom · Pinaceae
Japanse zwarte den
Pinus thunbergii
In andere talen: Pin noir du Japon (Français) · Japanese black pine (English)
De Japanse zwarte den groeit van nature langs de kusten van Japan en Korea, op zandgrond en in zeewind. Het is een stevige, pittoreske den met een onregelmatige, vaak wat gedraaide stam en een brede, platte kroon met de jaren. De donkergroene naalden staan met twee in een bundel, zijn stijf en 7–12 cm lang; de grote, zilverwitte winterknoppen vallen op. Hij verdraagt zeewind, zout en arme zandgrond en is dé den voor Japanse tuinen en bonsai. Met jaarlijks knippen of breken van de jonge kaarsen houd je hem in vorm.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
15 m
hoog, 8 m breed
| Snoeimaanden | mei |
|---|---|
| Hoogte | 15 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een Japanse zwarte den?
- Groeivorm
- Sterke, onregelmatige den tot ongeveer 15 m hoog en 8 m breed, met een vaak gebogen stam en op termijn een brede, platte kroon.
- Naalden
- Twee per bundel, 7–12 cm lang, stijf en donkergroen, aan de top scherp.
- Knoppen
- Grote, zilverwitte winterknoppen, een goed herkenningsteken.
- Kegels
- Eivormige kegels van 4–7 cm die bruin rijpen.
- Schors
- Donkergrijs tot zwart en op oudere bomen in platen diep gegroefd.
- Wortels
- Diepgaand; hij verplant het best jong en met kluit.
Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Verdraagt wind, zout en arme grond: ook geschikt voor tuinen aan de kust.
- Pittoreske, onregelmatige groeivorm met een donkere, diep gegroefde stam.
- Groenblijvend, met donkergroene naalden en in de winter opvallende zilverwitte knoppen.
- Typisch voor Japanse tuinen en bonsai, en goed te vormen door de kaarsen in te knijpen.
- Droogtebestendig als hij eenmaal is aangeslagen.
Waar staat een Japanse zwarte den graag?
- Volle zon; in de schaduw groeit hij ijl en onregelmatig.
- Arme, doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot kalkhoudend; hij is niet kieskeurig zolang het water kan wegtrekken.
- Droog tot normaal vochtig; hij verdraagt droogte en zeewind, maar geen natte voeten.
- Reken op 6–8 m vrije ruimte voor een volwassen boom; kleiner te houden met jaarlijks inknijpen.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 15 m hoog, 8 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Japanse esdoorn: Fijn gesneden blad en prachtige herfstkleur, een klassieker in de Japanse tuin.
- Rododendron: Een groenblijvende onderbeplanting die in mei bloeit; kies een lichte plek aan de rand.
- Siergrassen: Zachte, golvende pollen die goed passen bij de strakke, donkere den.
- Heide: Een lage, bloeiende bodembedekker voor arme, zonnige grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Japanse zwarte den?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, bij voorkeur een pot- of kluitplant. Laat de kluit nooit uitdrogen.
- Graaf een gat dat twee keer zo breed is als de kluit en even diep. Maak de wanden los met de schop.
- Zet de den even diep als in de pot, met de wortelhals gelijk met de grond.
- Vul het gat op, druk lichtjes aan en geef een flinke gieter water.
- Leg een laagje dennenschors of houtsnippers rond de voet, niet tegen de stam.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee zomers bij droogte wekelijks flink water geven. Daarna redt hij zich met regen.
- Bemesten
- Niet nodig op gewone tuingrond; te rijke voeding geeft slappe, lange scheuten.
- Mulchen
- Een laagje dennenschors of houtsnippers houdt jonge planten vochtiger en onkruidvrij.
- Kaarsen inknijpen
- Knijp of knip in mei de jonge scheuten (kaarsen) tot de helft in voor een dichte, compacte kroon.
- Oude naalden
- In de herfst kleuren de oudste naalden bruin en vallen af: dat is normaal. Haal ze met de hand weg voor een nettere look.
Tip: Knijp elk voorjaar de nieuwe kaarsen tot de helft in: zo blijft de kroon dicht en compact en groeit hij niet uit zijn plek. Geef hem zon en droge, doorlatende grond.
Wanneer snoei je een Japanse zwarte den?
Snoeimaanden: mei.
Wanneer: Alleen in mei, als de jonge scheuten (kaarsen) nog zacht zijn en de naalden nog niet openstaan.
Hoe:
- Knijp of knip de nieuwe kaarsen met een scherpe schaar tot ongeveer de helft in, voor de naalden openklappen.
- Doe dit elk jaar: zo blijft de kroon dicht en wordt hij niet te groot.
- Knip dode, kruisende of beschadigde takken weg tot aan de stam.
Let op: Snoei nooit in kaal, bruin hout zonder naalden of knoppen: een den loopt daar niet meer uit. Laat altijd groen staan.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai in maart–april in een bak of pot met doorlatende, zandige grond; eerst enkele weken vochtig in de koelkast bewaren helpt. Zaailingen groeien eerst traag.
- Kopen
- Voor vormdennen en bijzondere rassen koop je liever een plant bij een kweker: die zijn vaak geënt.
Hoe komt een Japanse zwarte den de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in Vlaanderen is geen bescherming nodig.
- Zware, natte sneeuw kan takken breken: schud ze voorzichtig van de takken.
- In een pot: zet hem op een beschutte plek, wikkel de pot in jute en geef af en toe water bij droog, vorstvrij weer.
Ziektes en plagen
- Scheutsterfte: Jonge scheuten verbruinen en krommen, vaak na hagel of een droge zomer. Knip aangetaste scheuten bij droog weer terug tot in gezond hout en ruim ze op.
- Wolluis: Witte, wollige plekjes op takken en naalden. Spuit ze af met een stevige waterstraal of dep ze met zeepwater.
- Natte voeten: Geel of bruin worden van de naalden en wortelrot op natte, zware grond. Kies een droge, doorlatende plek.
- Ijle kroon: Wordt de kroon open en kaal, dan staat hij te schaduwrijk of is er niet ingeknepen. Geef volle zon en knijp elk voorjaar de kaarsen in.
Het jaar rond
- Maart: Dode takken wegnemen. Zaaien kan vanaf eind maart.
- April: Planten. Mulch aanbrengen.
- Mei: Planten. De jonge kaarsen tot de helft inknijpen.
- Juni: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juli: Water geven aan jonge exemplaren. Letten op wolluis.
- Augustus: Water geven bij langdurige droogte.
- September: Planten. Regelmatig water geven na het planten.
- Oktober: Planten. Oude, bruine naalden uitplukken.
- November: Naalden opruimen. Potten beschermen tegen vorst.
- December: Rust. Zware sneeuw van de takken schudden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In Japan heet hij kuromatsu, ‘zwarte den’. Hij wordt er langs de kust aangeplant als windscherm en om duinen vast te leggen.
- De soortnaam eert Carl Peter Thunberg, de Zweedse arts en botanicus die in 1775–1776 in Japan planten verzamelde.
- Hij wordt vaak als onderstam gebruikt om andere Japanse dennen, zoals de Japanse witte den, op te enten.