Oosterse plataan (Platanus orientalis)

Foto: Jean-Pol GRANDMONT, CC BY 3.0 · bron

Boom · Platanaceae

Oosterse plataan

Platanus orientalis

In andere talen: Platane d’Orient (Français) · Oriental plane (English)

De oosterse plataan komt van nature voor van Zuidoost-Europa tot in West-Azië, vaak langs rivieren. Het is een zeer lang levende, breed uitgroeiende boom met een dikke, knoestige stam en diep ingesneden, handvormige bladeren. De schors schilfert in grote vlakken af en laat een mozaïek van grijs, groen en crème zien. Aan lange steeltjes hangen stekelige vruchtballen, meestal met drie tot zes aan één steel. Hij is verwant aan de gewone plataan (Platanus × hispanica) die langs veel Vlaamse straten staat en verdraagt snoei goed. In het zuiden wordt hij vaak als dakboom gekweekt.

Let op: Hij wordt 25 m hoog en 15–20 m breed: alleen voor grote tuinen en parken, niet dicht bij huizen of leidingen. De fijne haartjes op jonge bladeren en vruchtballen kunnen ogen en luchtwegen prikkelen: draag een bril en handschoenen bij het opruimen in het voorjaar.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    25 m

    hoog, 20 m breed

  • Bloei

    mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenjanuari–februari
Hoogte25 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeimei

Herkennen

Hoe herken je een oosterse plataan?

Groeivorm
Grote, breed uitgroeiende boom van 20–25 m hoog en 15–20 m breed, met een dikke, vaak knoestige stam en een brede, ronde kroon.
Blad
Handvormig, diep 5–7-lobbig, 10–25 cm; frisgroen, in de herfst geelbruin.
Bloem
Onopvallende, bolvormige bloemhoofdjes in mei; de vrouwelijke worden stekelige vruchtballen.
Vruchten
Stekelige bollen, meestal drie tot zes aan één lange, hangende steel; ze blijven tot in de winter hangen.
Schors
Schilfert in grote platen af en laat vlekken in grijs, groen en crème achter.

Bloei: mei · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: januari–februari

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Indrukwekkende, majestueuze boom met een brede kroon en veel schaduw in de zomer.
  • Diep ingesneden bladeren en schilferende schors geven het hele jaar karakter.
  • Verdraagt snoei goed, dus te vormen als dakplataan of leiboom.
  • Sterk en stadsbestendig: hij gedijt op de meeste gronden en verdraagt droogte goed.
  • Zeer lang levend: een boom voor de lange termijn.

Waar staat een oosterse plataan graag?

  • Volle zon; in de schaduw groeit hij kaal en ijl.
  • Diepe, doorlatende zand-, leem- of kleigrond, zuur tot kalkhoudend; hij is niet kieskeurig.
  • Normale vochtigheid; eenmaal gevestigd verdraagt hij droogte en tijdelijk natte grond, maar geen blijvend stilstaand water.
  • Reken op 15–20 m vrije ruimte; niet planten vlak bij huizen, leidingen of de erfgrens.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Normaal
Grootte
25 m hoog, 20 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -25 °C)

Mooi samen met

  • Sneeuwklokje: Bloeit vroeg in het jaar, voor de boom blad draagt.
  • Bosanemoon: Een wit tapijt in het voorjaar onder de nog kale kroon.
  • Klimop: Een groenblijvende bodembedekker voor de diepe schaduw onder de boom.
  • Zomereik: Een inheemse boom voor een ruim landschappelijk plantsoen.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een oosterse plataan?

Planten in maart–april en oktober–december.

  1. Plant in maart–april of in oktober–december, zolang de grond niet bevroren of drassig is.
  2. Graaf een gat dat twee tot drie keer zo breed is als de wortelkluit en even diep. Maak de wanden en de bodem los met de schop.
  3. Zet de boom even diep als hij in de kwekerij stond; de wortelhals moet gelijk met de grond zijn. Plant niet dieper.
  4. Vul het gat op en druk de grond voorzichtig aan. Plaats een boompaal en bind de stam er met een brede band aan vast.
  5. Geef flink water en leg een laag houtsnippers of compost rond de voet, niet tegen de stam.

Verzorgen

Water
De eerste twee tot drie zomers bij droogte wekelijks flink water geven. Daarna redt hij zich meestal met regen.
Bemesten
Meestal niet nodig. Op arme grond volstaat wat compost in het voorjaar.
Mulchen
Een laag houtsnippers of bladcompost houdt de grond vochtig en onderdrukt onkruid. Houd ze weg van de stam.
Steun
Een boompaal blijft 2–3 jaar staan; controleer of de band de stam niet insnoert.
Bladafval
De grote bladeren vergaan traag. Laat ze gerust liggen als mulch onder de boom of verzamel ze voor de composthoop.

Tip: Wil je een dakplataan? Begin jong en knip elke winter de scheuten van vorig jaar terug tot 2–3 knoppen. Geef hem altijd veel ruimte en plant hem niet vlak bij gebouwen.

Wanneer snoei je een oosterse plataan?

Snoeimaanden: januari–februari.

Wanneer: In januari–februari, in de rust, bij droog en vorstvrij weer.

Hoe:

  • Bij een jonge boom: snoei in de eerste jaren alleen om een stevige stam en een evenwichtige kroon te vormen.
  • Dakplataan of leiboom: knip elke winter de scheuten van vorig jaar terug tot 2–3 knoppen.
  • Haal dode, kruisende en beschadigde takken weg tot aan de takkraag.
  • Gebruik schone, ontsmette scharen en zagen, zeker bij meerdere bomen.

Let op: Snoei geen grote takken zonder noodzaak: grote wonden sluiten traag en zijn een toegangspoort voor schimmels.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Winterstekken
In november–februari stekken van 25–30 cm van stevige, eenjarige scheuten in vochtige, losse grond buiten steken. Een groot deel wortelt in de loop van het jaar.
Zaaien
Oogst de vruchtballen in de winter en zaai de zaadjes in het voorjaar buiten, na een koude winter. Zaailingen groeien in het begin traag.

Hoe komt een oosterse plataan de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Winterhard tot ongeveer −25 °C: in Vlaanderen is geen bescherming nodig voor volwassen bomen.
  • Jonge bomen: een dikke laag mulch rond de voet houdt de wortels beschut tegen strenge vorst.
  • Een boom van deze grootte past niet in een pot: plant hem alleen in volle grond.

Ziektes en plagen

  • Antracnose: Bruine bladvlekken en afstervende jonge scheuten na een koude, natte lente. Ruim afgevallen blad op en knip aangetaste scheuten weg; meestal herstelt de boom zich.
  • Meeldauw: Wit poeder op jonge bladeren, vooral bij droogte. Meestal onschuldig voor een gezonde boom.
  • Plataannetwants: Bleke vlekjes boven op het blad en zwarte puntjes eronder. Een gezonde boom redt zich meestal zelf; zorg voor voldoende water.
  • Afschilferende schors: Het schilferen van de schors is normaal en geeft de boom zijn mozaïek. Het is geen ziekte.

Het jaar rond

  • Januari: Snoeien in de rust, bij droog, vorstvrij weer.
  • Februari: Snoeien. Dakplataan: scheuten terugknippen tot 2–3 knoppen.
  • Maart: Planten. Boompaal controleren.
  • April: Planten. De bladeren lopen uit.
  • Mei: Bloei van onopvallende bolletjes. Jonge bomen water geven bij droogte.
  • Juni: Jonge bomen water geven bij droogte. Meeldauw in de gaten houden.
  • Juli: Water geven aan jonge bomen.
  • Augustus: Water geven bij langdurige droogte.
  • Oktober: Planten. Herfstkleur geelbruin.
  • November: Planten. Gevallen blad opruimen of laten liggen als mulch.
  • December: Planten. Vruchtballen hangen nog aan de boom.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De gewone plataan (Platanus × hispanica) uit Vlaamse straten is een kruising tussen de oosterse plataan en de Amerikaanse plataan.
  • Op het Griekse eiland Kos staat een oude oosterse plataan die de ‘boom van Hippocrates’ heet; volgens de legende gaf de oude arts daar les.
  • Aan één steel hangen meestal drie tot zes vruchtballen: dat onderscheidt hem van de gewone plataan, met er meestal twee.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…