
Foto: Anna reg, CC BY-SA 3.0 at · bron
Loofboom · Plataanfamilie (Platanaceae)
Plataan
Platanus × hispanica · ook: Gewone plataan, Londense plataan
De plataan (Platanus × hispanica) is een kruising tussen de oosterse en de Amerikaanse plataan, en een van de meest geplante straatbomen van Europa. Hij wordt 25–40 m hoog, met een brede kroon, groot esdoornachtig blad en een schors die in grote plakken afbladdert tot een camouflagepatroon van grijs, groen en geel. Hij verdraagt vervuilde stadslucht en zware snoei uitstekend. Vrij uitgegroeid past hij alleen in een park of een laan, maar als leiboom of dakboom is hij ideaal bij een terras of in een kleine tuin.
Let op: De haartjes van jonge bladeren en het pluis van de vruchten kunnen neus en luchtwegen irriteren; vooral mensen met astma of hooikoorts hebben er last van.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
25–40 m
hoog
Bloei
mei
| Snoeimaanden | november–maart |
|---|---|
| Hoogte | 25–40 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Weinig |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei |
Herkennen
Hoe herken je een plataan?
- Groeivorm
- Grote boom van 25–40 m met een brede, gewelfde kroon; als leiboom of dakboom klein te houden.
- Blad
- Verspreid, handvormig gelobd met 3–5 lobben, 12–25 cm. De voet van de bladsteel is hol en omsluit de knop.
- Schors
- Bladdert af in grote plakken, waardoor een vlekkenpatroon van grijs, groen en geel ontstaat.
- Vrucht
- Hangende bolletjes van 2–3 cm, vaak per twee, die in de winter uiteenvallen in pluizige zaadjes.
- Verschil met de gewone esdoorn
- Bij de gewone esdoorn staan de bladeren tegenover elkaar.
- Verschil met de amberboom
- De amberboom heeft stervormig blad en stekelige bolletjes.
Bloei: mei · Snoeien: november–maart
Herkennen per kenmerk: Handvormig blad · Afbladderende schors
Lijkt op, maar is het niet
- Gewone esdoorn Acer pseudoplatanus: bladeren staan tegenover elkaar. Verschil met gewone esdoorn
- Amberboom Liquidambar styraciflua: stervormig blad en stekelige bolletjes. Verschil met amberboom
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Als leiboom of dakboom geeft hij schaduw en privacy op een terras, zonder veel plaats in te nemen.
- Een prachtige, afbladderende camouflageschors, ook in de winter.
- Verdraagt vervuilde stadslucht, verharding en zware snoei uitstekend.
- Een sterke, langlevende boom voor een laan of een park.
Waar staat een plataan graag?
- Volle zon.
- Bijna elke grond, ook verharde en verdichte stadsgrond; liefst diep en niet te droog.
- Oppervlakkige, dichte wortels: onder de boom is de grond droog en groeit weinig.
- Vrij uitgegroeid wordt de kroon 20 m breed: alleen voor een park, een laan of een heel grote tuin. Als leiboom of dakboom past hij ook in een kleine tuin.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 35 m hoog, 20 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Haagbeuk: Een lage haag van haagbeuk onder een rij leibomen sluit de onderkant af.
- Hollandse linde: Een andere klassieker voor lei- en dakbomen, met geurige bloesem in de zomer.
- Hortensia: Bloeit in de halfschaduw onder een dakboom.
- Klimop: Een groenblijvende bodembedekker die de droge grond onder de boom aankan.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een plataan?
- Plant van november tot maart, als het niet vriest; lei- en dakbomen koop je kant-en-klaar gevormd, met kluit.
- Zet een leiboom tegen een stevig raamwerk van palen en draden; een dakboom heeft een vlak raamwerk boven op de stam.
- Graaf een ruim plantgat en maak de bodem los; laat in een terras rond de stam een zo groot mogelijk open plantvak.
- Zet de boom even diep als hij stond, met twee steunpalen.
- Geef ruim water na het planten en de eerste twee zomers bij droogte.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar bij droogte; daarna redt hij zich.
- Bemesten
- Niet nodig; een leiboom die je elk jaar snoeit, krijgt in het voorjaar wat compost.
- Opbinden
- Bind bij lei- en dakbomen de scheuten die je wil houden op het raamwerk vast, zolang ze nog soepel zijn.
- Bladafval
- Het grote blad verteert traag: hark het van gazon en terras en zet het op de composthoop.
Tip: Schaduw op een terras zonder een reus in de tuin? Kies een voorgevormde dakboom: na een paar jaar zit je onder een groen dak, en elke winter knip je hem terug.
Wanneer snoei je een plataan?
Snoeimaanden: november–maart.
Wanneer: In de winterrust (november–maart).
Hoe:
- Verdraagt zware snoei heel goed: geschikt om jaarlijks als lei- of dakboom te snoeien, of om de paar jaar te knotten tot een ‘kandelaar’.
- Bij een lei- of dakboom knip je elke winter de scheuten van het voorbije jaar terug tot vlak bij de knobbel, behalve de takken die je op het raamwerk vastbindt.
- Een vrij uitgroeiende boom heeft weinig snoei nodig: haal enkel dode, kruisende en te lage takken weg.
Let op: De haartjes van jong blad en het pluis van de vruchten kunnen neus, ogen en luchtwegen irriteren: draag bij het snoeien een stofmasker en een veiligheidsbril.
Vermeerderen
- Winterstekken
- Steek in de winter stekken van 20–30 cm van jonge twijgen voor twee derde in de grond; ze wortelen vrij makkelijk.
Hoe komt een plataan de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- In de winter is de afbladderende schors op haar mooist, en vallen de bolletjes uiteen in pluizige zaadjes.
Ziektes en plagen
- Bladvlekkenziekte: Bruine vlekken langs de nerven, verdroogd jong blad en afstervende twijgtoppen na een koele, natte lente (anthracnose). De boom loopt opnieuw uit; ruim het afgevallen blad op.
- Massariaziekte: Een schimmel die vooral bij oude bomen dikke takken aan de bovenkant doet afsterven, met kans op takbreuk. Laat bomen boven een terras, pad of straat regelmatig nakijken door een boomverzorger.
- Plataannetwants: Kleine, kantachtige wantsjes onder het blad, dat geel gespikkeld en vaal wordt. Vooral een schoonheidsfout.
- Haartjes en pluis: Haartjes van jong blad in de lente en vruchtpluis in de winter kunnen neus, ogen en luchtwegen irriteren.
Het jaar rond
- Januari: Wintersnoei van lei- en dakbomen; scheuten op het raamwerk binden.
- Februari: Snoeien en knotten bij zacht weer; planten.
- Maart: Laatste maand voor snoei en planten.
- April: Nieuw blad: de haartjes kunnen irriteren.
- Mei: Kijk naar bladvlekkenziekte na een natte lente.
- Juli: Jonge bomen water geven bij droogte; let op netwantsen.
- Oktober: Bladval: hark het grote blad op.
- November: Plantseizoen begint; wintersnoei kan beginnen.
- December: Wintersnoei van lei- en dakbomen.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- De klassieke straat- en schaduwboom; ideaal als leiboom of dakboom.
- Hout
- Gevlamd fineerhout (‘lacewood’).
Let op: De haartjes van jonge bladeren en het vruchtpluis kunnen neus en luchtwegen irriteren.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Verdraagt vervuilde stadslucht uitstekend en is daarom een van de meest geplante straatbomen.
- Het gevlamde fineerhout van de plataan heet ‘lacewood’.
- In Zuid-Frankrijk staan lange lanen met platanen langs de wegen en pleinen, voor de schaduw.
- Hij is een kruising tussen de oosterse en de Amerikaanse plataan, die in de 17e eeuw ontstond, waarschijnlijk in Spanje of Engeland.
- Langs het Canal du Midi in Zuid-Frankrijk moesten al tienduizenden platanen gekapt worden door een dodelijke schimmelziekte (Ceratocystis platani).