
Foto: yeowatzup at Flickr, CC BY 2.0 · bron
Boom · Cupressaceae
Oosterse levensboom
Platycladus orientalis
In andere talen: Thuya de Chine (Français) · Chinese arborvitae (English)
De oosterse levensboom komt van nature uit China en Korea. Hij lijkt op de levensboom (Thuja), maar de platte takjes staan rechtop als pagina’s in een boek in plaats van horizontaal. Het is een groenblijvende conifeer met schubvormig, helder groen blad, een roodbruine schors die in repen afschilfert en kegels met haakjes, blauwgroen bepoederd als ze jong zijn. De soort kan 10 m hoog worden, maar veel tuinvormen blijven compact of bolvormig, zoals ‘Aurea Nana’ met goudgroen blad. Hij verdraagt droogte en kalk beter dan de westerse levensboom en past in kleine tuinen, potten en Japanse of mediterrane beplantingen.
Let op: Alle delen zijn giftig als ze worden opgegeten, vooral voor paarden, geiten en schapen, en ook voor honden, katten en kinderen. Laat dieren niet knabbelen aan twijgen of kegels en strooi snoeiafval niet in een weide. Draag handschoenen bij het snoeien: het blad kan de huid irriteren.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
10 m
hoog, 4 m breed
| Snoeimaanden | mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 10 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een oosterse levensboom?
- Groeivorm
- Groenblijvende conifeer, de soort tot ongeveer 10 m hoog en 4 m breed; veel tuinvormen blijven bolvormig of smal en maar 1–3 m.
- Blad
- Schubvormig, dicht tegen de takjes; de platte takjes staan verticaal, helder groen of goudgroen.
- Kegels
- Eerst blauwgroen bepoederd en vlezig, later bruin en houtig, met opvallende haakjes op de schubben.
- Schors
- Roodbruin en in dunne repen afschilferend.
- Wortels
- Ondiep tot middeldiep wortelend; verplanten gaat meestal goed als hij nog jong is.
Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Compacte tuinvormen blijven klein en passen in kleine tuinen, borders en grote potten.
- Groenblijvend: het hele jaar een dichte, groene of goudgroene structuur.
- Verdraagt droogte en kalk beter dan de westerse levensboom.
- Geschikt als solitair, in een haag of als bolvorm in een formele beplanting.
- Weinig werk: hij hoeft nauwelijks gesnoeid, en een lichte vormsnoei in het groene hout volstaat.
Waar staat een oosterse levensboom graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon blijft hij het dichtst en kleurt de goudgroene vorm het mooist.
- Doorlatende zand-, leem- of kleigrond, zuur tot kalkrijk; geen blijvend natte grond.
- Droog tot normaal vochtig; eenmaal gevestigd is hij goed bestand tegen droogte.
- Beschut tegen koude, uitdrogende wind. Reken op 1–1,5 m voor compacte tuinvormen en tot 4 m voor de soort.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 10 m hoog, 4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Houdt van dezelfde zonnige, droge, kalkrijke grond en bloeit paars naast het groene blad.
- Rozemarijn: Een geurende, mediterrane buur voor zonnige plekken.
- Hemelsleutel: Dikke bladeren en bloemschermen in de nazomer in een droge, zonnige border.
- Siergrassen: Zachte pollen die de dichte, strakke vorm van de levensboom verzachten.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een oosterse levensboom?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, bij voorkeur een pot- of kluitplant. Laat de kluit nooit uitdrogen.
- Graaf een gat dat twee keer zo breed is als de kluit en even diep. Maak de wanden los met de schop.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de wortelhals gelijk met de grond.
- Vul het gat op, druk lichtjes aan en geef een flinke gieter water.
- Leg een laag houtsnippers of dennenschors rond de voet, maar niet tegen de stam.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks flink water geven. Daarna redt hij zich met regen; in een pot regelmatig water geven.
- Bemesten
- In het voorjaar wat compost of een mest voor coniferen. Niet te veel: dat geeft slappe, losse groei.
- Mulchen
- Een laag houtsnippers of dennenschors houdt de grond vochtig en onderdrukt onkruid. Houd ze weg van de stam.
- Vorm houden
- Neem een lichte vormsnoei in het voorjaar; laat de plant verder met rust.
- Verplanten
- Als hij nog jong is gaat het goed, mits je veel wortels meeneemt. Oudere planten verplanten slecht.
Tip: Snoei enkel in het groene, jonge hout en nooit in kaal bruin hout. Een lichte vormsnoei eind mei houdt de bolvorm of haag netjes zonder kale plekken.
Wanneer snoei je een oosterse levensboom?
Snoeimaanden: mei–juni.
Wanneer: Eind mei–juni, als de jonge scheuten zijn uitgegroeid. Hoogstens een tweede lichte beurt in augustus.
Hoe:
- Knip enkel de groene, jonge uiteinden van de takjes, bijvoorbeeld om de bolvorm of een haag bij te houden.
- Snoei niet te laat in het seizoen: late scheuten bevriezen makkelijk.
- Knip dode of beschadigde takken weg tot aan de stam.
- Draag handschoenen bij het snoeien, want het blad kan de huid irriteren.
Let op: Snoei nooit in het oude, bruine hout zonder groene schubben: daar loopt hij niet meer uit en dan blijven er kale plekken.
Vermeerderen
- Stekken
- In augustus–september: stekken van 10–15 cm van halfhoutige scheuten, onderste bladeren verwijderen en in zandige stekgrond steken. Wortelen duurt maanden.
- Zaaien
- Zaai in de herfst buiten of bewaar het zaad enkele weken vochtig in de koelkast en zaai in het voorjaar. Tuinvormen komen niet zuiver uit zaad.
Hoe komt een oosterse levensboom de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in Vlaanderen is geen bescherming nodig.
- Zware, natte sneeuw kan takken openduwen: schud ze voorzichtig af.
- In een pot: zet hem op een beschutte plek, wikkel de pot in jute en geef af en toe water bij droog, vorstvrij weer.
Ziektes en plagen
- Bruine binnenkant: In de herfst worden binnenste schubben bruin en vallen af. Dat is normaal: veeg de dode delen er voorzichtig uit.
- Winterschade: Bruine toppen of kleuren in koude, droge wind of felle winterzon. Beschutting helpt; knip dode delen pas in het voorjaar weg.
- Wortelrot: Geel of bruin worden van hele takken op natte, zware grond. Zorg voor doorlatende grond; een aangetaste plant is meestal niet meer te redden.
- Tipsterfte: Takpunten verbruinen en sterven af, vooral in natte, dichte beplanting. Knip aangetaste delen weg in droog weer en zorg voor lucht en licht.
Het jaar rond
- Maart: Winterschade nakijken. Dode delen wegknippen.
- April: Planten. Mulch aanbrengen. Compost of mest geven.
- Mei: Planten. Eind mei lichte vormsnoei.
- Juni: Lichte vormsnoei in groen hout. Jonge planten water geven.
- Juli: Water geven aan planten in potten.
- Augustus: Water geven bij droogte. Eventueel tweede lichte snoei. Stekken nemen.
- September: Planten. Stekken nemen.
- Oktober: Planten. Potten voor de winter beschermen.
- November: Zware sneeuw van de takken schudden.
- December: Rust.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de oosterse levensboom zijn giftig bij opeten, vooral voor paarden, geiten en schapen, maar ook voor honden, katten en kinderen: twijgen en kegeltjes bevatten etherische oliën die braken, buikpijn en bij grotere hoeveelheden stuipen kunnen geven. Het grootste gevaar is het snoeiafval van een haag: laat dieren niet aan twijgen of kegels knabbelen en gooi het snoeiafval nooit in een weide, ren of hok. Draag handschoenen bij het snoeien, want het blad kan de huid irriteren, en was daarna je handen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Vroeger werd hij Thuja orientalis genoemd; nu hoort hij in een eigen geslacht, Platycladus, wat ‘platte tak’ betekent.
- In China is hij een eeuwenoude tempel- en grafboom en een van de officiële stadsbomen van Peking.
- Zijn zaden zijn ongevleugeld, anders dan bij de echte levensboom (Thuja) waarvan de zaden een vleugeltje hebben.