
Foto: Kristian Peters -- Fabelfroh 08:34, 24 September 2005 (UTC), CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Vlambloemfamilie (Polemoniaceae)
Vlambloem
Phlox paniculata
In andere talen: Phlox paniculé (Français) · Garden phlox (English)
Komt van buiten Europa, maar staat hier veel in tuinen en parken.
De vlambloem is een vaste plant uit het oosten en midden van de Verenigde Staten, waar hij in het wild groeit in vochtige bosranden, langs beken en in open, voedzame graslanden. In België groeit hij niet in het wild, maar al sinds de 19de eeuw is hij een vaste waarde in boerentuinen en zomerborders. Je herkent hem aan de stijve, rechte stengels met tegenoverstaande bladeren en de grote, bolle pluimen van platte, geurende bloempjes in roze, paars, wit of rood. Van juli tot in september trekken die vooral vlinders en de kolibrievlinder aan, want de nectar zit diep in een smalle bloembuis. Op een vochtige, voedzame plek in de zon of halfschaduw bloeit hij jarenlang uitbundig.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart en mei |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Rechtopgaande horst van 80–120 cm hoog en 50–60 cm breed, met veel stijve, onvertakte stengels.
- Blad
- Lancetvormig, 8–15 cm, gaafrandig en tegenoverstaand, met een duidelijke middennerf.
- Bloem
- Platte bloempjes van 2–3 cm met vijf kroonslippen op een smalle buis, samen in grote, kegel- tot bolvormige pluimen aan de top van de stengels. Roze, lila, paars, wit of rood, vaak met een donker oog; zoet geurend.
- Vrucht/Zaad
- Kleine, eivormige doosvruchtjes met een paar zaden; zaailingen bloeien vaak magenta, ongeacht het ras.
- Wortels
- Vezelige wortels aan een houtige wortelstok; de horst wordt langzaam breder, zonder te woekeren.
- Verwarring met
- De kruipende vlambloem (Phlox subulata) is laag, vormt matten en bloeit in het voorjaar. De damastbloem heeft bloemen met vier kroonbladen, verspreid staand blad en bloeit al in mei–juni.
Bloei: juli–september · Snoeien: maart en mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een topplant voor vlinders: dagpauwoog, atalanta, koolwitjes en de kolibrievlinder kunnen met hun lange roltong bij de nectar diep in de bloembuis.
- De zoete geur hangt op zomeravonden over de border en lokt ook nachtvlinders.
- Lange bloei in de hoogzomer, als veel voorjaars- en vroege zomerbloeiers al voorbij zijn.
- Geurende snijbloem voor grote zomerboeketten.
- Lang levend en makkelijk: een klassieker voor een boerentuin of een bloemrijke border.
Waar staat een vlambloem graag?
- In het wild: vochtige bosranden, oevers van beken en open, voedzame graslanden in het oosten en midden van de Verenigde Staten.
- Zon of lichte halfschaduw; in felle middagzon op droge grond krijgt hij snel meeldauw en verwelkt hij.
- Voedzame, humusrijke grond die in de zomer vochtig blijft: leem of klei met compost.
- Een luchtige plek, niet pal tegen een muur: goede luchtcirculatie voorkomt meeldauw.
- Reken op 50–60 cm per plant, in groepjes van drie of meer.
Mooi samen met
- Rode zonnehoed: Bloeit tegelijk en lokt dezelfde vlinders.
- Bergamotplant: Kransen van rode of roze bloemen en geurend blad, op dezelfde vochtige grond.
- Gele zonnehoed: Geel naast het roze en paars, tot ver in september.
- Japanse anemoon: Neemt de bloei over in september, in dezelfde halfschaduw.
- Vingergras: Een luchtig gras dat mooi contrasteert met de stevige pluimen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een vlambloem?
- Koop planten bij een kwekerij of tuincentrum; haal nooit planten uit het wild.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Meng een paar scheppen compost door de plantgrond: hij houdt van rijke, vochtige grond.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Geef meteen flink water en houd de grond de eerste weken vochtig.
- Leg een laag compost of bladcompost als mulch rond de voet om het vocht vast te houden.
Verzorgen
- Water
- Geef bij droogte royaal water aan de voet, niet over het blad. Droogte is de grootste oorzaak van meeldauw.
- Bemesten
- In het voorjaar een laag compost of organische mest. Anders dan veel wilde bloemen is hij een veeleter.
- Uitdunnen
- Knip in mei de zwakste stengels weg, zodat er 5–8 per horst overblijven: dat geeft grotere pluimen en minder meeldauw.
- Uitgebloeide pluimen
- Knip de eerste pluimen na de bloei af: vaak volgt een nabloei op de zijscheuten, en zo voorkom je zaailingen.
- Scheuren
- Om de 3–4 jaar scheuren houdt de horst krachtig; gooi het oude, houtige midden weg.
Tip: Dun elk voorjaar uit tot 5–8 stengels en geef in droge zomers royaal water aan de voet: dat zijn de twee beste middelen tegen meeldauw.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart en mei.
Wanneer: In maart de oude stengels; in mei uitdunnen; in de zomer de uitgebloeide pluimen.
Hoe:
- Laat de stengels in de winter staan als schuilplek voor insecten en knip ze in maart tot net boven de grond af.
- Dun in mei de horst uit tot 5–8 sterke stengels, voor meer lucht en grotere pluimen.
- Knip eind mei de helft van de stengels een derde in: die bloeien later, zodat de bloei langer duurt.
- Knip uitgebloeide pluimen af tot boven een paar bladparen; de zijscheuten bloeien dan nog na.
Let op: Composteer geen stengels met meeldauw of stengelaaltjes: gooi ze bij het restafval.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of in september–oktober: steek stukken met 3–5 stengels van de buitenkant van de horst af en plant ze meteen weer.
- Wortelstekken
- Leg in de winter stukjes dunne wortel van 3–5 cm in een pot met zanderige grond en dek ze licht af. Zo krijg je planten zonder stengelaaltjes.
- Stekken
- Neem in april–mei zachte voetstekken van 5–8 cm en laat ze in vochtige stekgrond onder plastic wortelen.
Hoe komt een vlambloem de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- De stengels sterven in de herfst af; de plant overwintert als knoppen aan de wortelstok.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C.
- Laat de droge stengels tot maart staan: insecten schuilen erin en ze markeren de plek.
- Een laag compost in de late herfst of het vroege voorjaar beschermt de bodem en voedt de plant.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral bij droogte en weinig wind. Water geven, uitdunnen, een luchtige plek en resistente rassen zoals het witte ‘David’ helpen.
- Stengelaaltjes: Kleine aaltjes maken de toppen gekruld en de bladeren smal en draderig. Er is geen remedie: gooi aangetaste planten bij het restafval, plant op een andere plek en vermeerder via wortelstekken.
- Slakken: Eten de jonge scheuten in het voorjaar. Raap ze ’s avonds en geef egels en loopkevers een plek.
- Spint: Fijne spinsels en gele puntjes op het blad in hete, droge zomers. Houd de grond vochtig en spuit het blad af met water.
- Magenta zaailingen: Uitgezaaide planten bloeien vaak magenta en verdringen het ras. Knip uitgebloeide pluimen af en wied zaailingen.
Het jaar rond
- Januari: Wortelstekken nemen.
- Maart: Oude stengels afknippen. Compost geven. Planten of scheuren.
- April: Stekken nemen. Letten op slakken.
- Mei: Uitdunnen tot 5–8 stengels. Eventueel de helft van de stengels inknippen.
- Juni: Water geven bij droogte. Mulch aanbrengen.
- Juli: Begin van de bloei. Vlinders en de kolibrievlinder bekijken.
- Augustus: Volle bloei. Uitgebloeide pluimen afknippen voor een nabloei.
- September: Nabloei. Planten of scheuren.
- Oktober: Planten. Stengels laten staan voor insecten.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Phlox is Grieks voor ‘vlam’, vandaar de Nederlandse naam vlambloem.
- De Duitse kweker Karl Foerster, die veel vlambloemen veredelde, schreef dat een tuin zonder phlox een vergissing is.
- De kolibrievlinder, een pijlstaartvlinder die overdag vliegt, hangt biddend voor de bloemen en zuigt met zijn lange roltong nectar uit de smalle bloembuizen.